Succes sterkt volleybalpioniers; 'Alcom/Capelle staat voor de keuze van de kip of het ei'

De volleyballers van Alcom/Capelle spelen dit weekeinde in Piraeus de finaleronde van het Europa-Cuptoernooi voor bekerwinnaars. De semi-professionele aanpak lijkt succesvol.

KRIMPEN A/D IJSSEL, 9 MAART. Succes is de opmaat voor een volgende prestatie, vinden de volleyballers van Alcom/Capelle. De vraag is alleen hoe. Coach Pieter-Jan Leeuwerink (34) trekt een vergelijking met de luchtvaart. “Op termijn moeten we een doorstart maken. Dat is onvermijdelijk.”

Voorlopig vertonen de prestaties een stijgende lijn, constateert de oud-international tevreden. Na vijf overwinningen en twee nederlagen bereikte de eredivisionist uit Capelle aan den IJssel ruim twee weken geleden de finaleronde van de Cup Winners League, die vandaag in het Griekse Piraeus begint met een duel tussen het Duitse Bayer Wuppertal en het Spaanse Unicaja Almeria. De andere kruisfinale gaat tussen gastheer Olympiakos en Europees debutant Capelle.

Deelname aan de Final Four betekent een mijlpaal in de clubgeschiedenis, maar van uitbundige vreugde is nauwelijks sprake. Een mooie prestatie, relativeert Leeuwerink. “Blij verrast ben ik, maar meer ook niet. Want ik geloof niet in toeval of geluk.” Voor de trainer-coach, bezig aan zijn vijfde seizoen in Capelle, geldt de kwalificatie als een logisch gevolg van de ingeslagen weg en allesbehalve als een incidenteel succes. “Het bewijst dat we nog steeds goed bezig zijn. We liggen op schema”, aldus de coach.

Anderhalf jaar geleden koos de club voor een semi-professionele aanpak. De middenmoter contracteerde twaalf min of meer gelijkwaardige spelers nadat de clubleiding een aantal sponsors bereid had gevonden de volleyballers voor halve dagen in dienst te nemen. De resterende tijd - aanvankelijk twintig, later teruggebracht tot zestien uur per week - werd ingeruimd voor trainingsarbeid.

Het doel van de combinatie werken-trainen was vastomlijnd: structurele aansluiting bij de Europese top en na een overbruggingsperiode van vijf jaar overschakeling op full-professionalisme. Critici meenden dat de vier maar geen afstand konden doen van hun verleden. Capelle werd gekscherend afgeschilderd als 'Nederland II'. Leeuwerink: “Zodra je ergens in gelooft, moet je je daarin vastbijten. Ons model staat voor topsport. De filosofie achter deze aanpak klopt.”

Samen met assistent-coach Teun Buijs (312 interlands) en routiniers Avital Selinger (387) en Ron Boudrie (419) stond Leeuwerink (187) aan de wieg van het beruchte 'Bankras-model'. Het fulltime trainen met de nationale ploeg in de Amstelveense Bankras-sporthal resulteerde vier jaar geleden in een zilveren medaille bij de Olympische Spelen. De ervaringen van toen gelden als het kompas van nu, benadrukt Leeuwerink. “In alle bescheidenheid: wij weten wat topvolleybal vergt en proberen die boodschap over te brengen op de andere jongens.”

Het zelfbewuste viertal, gevormd en geschoold bij Martinus en later bij het nationale team, belichaamt de dadendrang van Capelle. Zorg voor de toekomst van hun club verenigt het kwartet. Want hoewel de doelstellingen nog altijd recht overeind staan, is het welslagen allerminst verzekerd. “Het zou gezonder zijn geweest als ik al lang en breed op de reservebank had gezeten. Maar helaas beschikken we niet over een onbeperkt aantal spelers dat het niveau aankan”, zegt libero Boudrie (35), samen met spelverdeler en aanvoerder Selinger (36) veteraan van de ploeg.

De aflossing van de oude garde laat op zich wachten. Veelzeggend was de noodgedwongen rentree van Leeuwerink in het team nadat Patrick de Reus anderhalve maand terug geblesseerd moest afhaken. Bovendien vertrokken afgelopen zomer liefst vier basisspelers, later gevolgd door routinier Edwin Benne. Onder de afvallers international Guido Görtzen, die overstapte naar het Italiaanse Montichiari. Leeuwerink betreurt de leegloop. “Een zwakke zet van die jongens.”

Om het gemis op te vangen deed de coach vorig najaar een beroep op drie Amerikanen. Een noodoplossing omdat het drietal Lyles, Deahl en Leland binnenkort vermoedelijk weer kiest voor de oude liefde, het beachvolleybal. “Als club moet je zelf spelers en trainers opleiden. Capelle kan niet blijven volharden in het wegkopen van talenten”, zegt Leeuwerink.

Daarnaast is de financiële speelruimte een bron van zorg. De businessclub telt slechts twintig leden. “Dat moeten er minimaal tachtig worden wil je over drie jaar de doelstelling halen. Binnenkort moeten we de afweging maken, die van de kip of het ei. Of je dwingt je doel af via prestaties òf je kiest eerst voor je doel, het fullprofessionalisme en dan komen de resultaten vanzelf.”

Buijs (36) deelt de zorg van collega Leeuwerink, maar gaat een stap verder. Volgens de assistent-coach staat of valt het experiment van Alcom/Capelle met de houding van de andere eredivisieclubs. “Martinus was ooit het startpunt van de professionele benadering van het clubvolleybal in Nederland. Wij trekken die lijn door, maar ons pionierswerk is tot mislukken gedoemd als de rest onze aanpak niet overneemt.”