Soft drugs (2)

In reactie op het artikel 'Blowtje roken is gevaarlijker dan regering denkt' (16 februari), het volgende: In de jaren zeventig, toen ik in de leeftijdsgroep viel die nu door de is Jellinek onderzocht, waren er in Amsterdam amper coffeeshops en kocht je je blowtje als je geluk had bij een huisdealer, maar vaak op straat.

Bij huisdealers was de kans om zwaardere middelen tegen te komen niet erg groot, maar wel aanwezig. Op straat was het normaal dat hasj, trips, speed en heroïne door dezelfde personen verkocht werd. Het gevolg was dat bij mij op school redelijk veel mensen in aanraking kwamen met mensen die heroïne gebruikten of verkochten.

Uit de cijfers van de jaren negentig (Antenne 1995, onderzoek van de Jellinek) blijkt dat jongeren haast niet meer met heroïne in aanraking komen. Het beleid om softdrugs te tolereren en harddrugs te bestrijden heeft in ieder geval opgeleverd dat heroïne bij Nederlandse jongeren bijna niet meer gebruikt wordt.

Dat blowen gevaarlijk is, is door Wim Köhler (NRC HANDELSBLAD, 29 februari), gerelativeerd. Maar één gevaar komt niet aan bod - Köhler noemt het kort - kwaliteitscontrole. Ik denk dat de bestrijdingsmiddelen die bij de verbouw van cannabis gebruikt worden vele malen gevaarlijker zijn dan de cannabisproducten zelf. Het wordt hoog tijd dat er een professioneel keurmerk voor cannabisproducten komt.