Roemeense burgemeester wist Hongaarse sporen uit

Gheorghe Funar, leider van de belangrijkste van drie extreem-nationalistische partijen in Roemenië, heeft zijn reputatie gebouwd op provocaties aan het adres van de Hongaren in Transsylvanië. Voor Funar zijn Hongaren barbaren.

CLUJ, 9 MAART. De ruime ontvangstkamer in het neo-barokke stadshuis van Cluj is rijkelijk gedecoreerd en behangen met Roemeense vlaggen. Medewerkers lopen nerveus heen en weer en verzekeren het bezoek dat de burgemeester zo komt, maar dat hij het druk, druk, druk heeft. De gemeentesecretaris legt op tafel een brochure van de stad, die vol staat met onscherpe foto's, vooral van de nationalistische standbeelden die de burgemeester heeft laten neerzetten.

Het stadhuis, dat met zijn elegante koepeltoren als een paleis oprijst boven de vervallen huizen van Cluj, is de burcht van Gheorghe Funar. Funar is bijna vier jaar burgemeester van de belangrijkste stad in Transsylvanië. Hij is ook de leider van de ultra-nationalistische Partij van Nationale Eenheid van de Roemenen (PUNR).

Plotseling zwaait de deur open en nadat hij - het hoofd diep tussen de schouders - energiek is binnengestapt, opent Funar onmiddellijk de aanval: “De opiniepeilingen geven alleen maar weer wat degene die er voor betaalt wil horen, de oppositiepartijen dus. Wij winnen dit jaar, want we hebben veel goede dingen gedaan voor de stad,” zegt Funar strijdlustig - want dat is hij: provocerend, blufferig en vol verdachtmakingen, hetgeen voortdurend leidt tot incidenten. Gedurende het hele gesprek zit hij als een wassen beeld in de iets te grote leunstoel. Alleen als hij een boude uitsprak doet, speelt een glimlach om de lippen en onderzoeken zijn ogen het effect van zijn woorden.

Het lijdt geen twijfel dat zijn verkiezingscampagne net als in 1992 gericht is tegen de 1,6 tot twee miljoen Hongaren in Transsylvanië, die hij er bij voortduring van beticht Transsylvanië te willen aansluiten bij Hongarije, het buurland waartoe dit gebied tot 1920 behoorde. De afgelopen jaren heeft Funar zijn uiterste best gedaan om de eeuwenoude sporen van de Hongaren in de stad uit te wissen. Het bekendste voorbeeld is het verwijderen van de toevoeging 'Hongaars' van het standbeeld van de vermaarde Hongaarse koning Matthias Corvinus die in de 15de eeuw werd geboren in Kolozsvár, zoals Cluj in het Hongaars heet.

Pag.6: 'Barbaren, dat is de historische term voor Hongaren'

Het superverkiezingsjaar 1996 (drie verkiezingen) kon wel eens een einde maken aan de politieke carrière van deze voormalige leraar 'agrarische economie naar marxistisch model'. In de peilingen is zijn aanhang geslonken tot een kwart, tot vreugde van zijn aartsvijand UDMR, de politieke partij van de Hongaren. De PUNR, die met wisselend succes een nationalistisch stempel tracht te drukken op de regeringscoalitie, dreigt landelijk niet eens de kiesdrempel van 5 procent te halen.

De UDMR gaat naar alle waarschijnlijkheid de verkiezingen in met de eis dat gebieden waar Hongaren in de meerderheid zijn, in het oosten van Transsylvanië, autonomie krijgen - vergelijkbaar met het Belgische federale model. De maatschappelijke organisaties binnen de UDMR, variërend van advocatenverenigingen tot scholen, hebben daarnaast afgelopen weekeinde voorgesteld alle sociale en culturele instellingen onder Hongaars gezag te brengen. Funar heeft daarop geëist dat de moeizame onderhandelingen tussen Roemenië en Hongarije over een wederzijds verdrag - waarin de positie van de Hongaren in Roemenië centraal staat - worden opgeschort, juist nu ze na lange tijd zijn hervat.

Verwacht u dat deze opstelling van de UDMR uw partij ten goede komt?

“De Hongaren hebben ons altijd enorm geholpen. Dit jaar zullen zij dat nog meer doen. Let maar eens op de viering van het 1100-jarige jubileum in Hongarije. Dat is pure geschiedvervalsing, met als doel de aanspraken op Transsylvanië te rechtvaardigen. Het is niet 1100 jaar maar eerder 1000 jaar geleden dat de barbaarse stammen in Europa kwamen.”

Barbaarse stammen? U bedoelt Hongaren?

“Nou ja, dat is gewoon de historische term”.

Waarom heeft u de minderhedencommissaris van de OVSE, Max van der Stoel, onlangs betiteld als 'een geest, die ronddwaalt in Boekarest en de mensen bang maakt', toen hij in Roemenië de nieuwe onderwijswet kwam onderzoeken?

“Van der Stoel is een heel capabele man. Helaas is hij een advocaat geworden van Hongarije en heeft hij zich bemoeid met de politiek in Roemenië. Bovendien discrimineert hij. Er zijn achttien minderheden in Roemenië, maar Van der Stoel maakt zich alleen maar druk om de Hongaren. Waarschijnlijk hebben enkele Hongaarse vrouwen een magische invloed op hem gehad. We hebben zijn goedkeuring niet nodig, en zijn adviezen ook niet. We hebben vijftig jaar lang ongevraagd adviezen gekregen van de Sovjet-Unie en dat is wel genoeg. Bovendien komt Van der Stoel vaak naar dit land, maar de enige constante is zijn tolk: een charmante jongedame van Hongaarse komaf.”

De ambassadeur van de VS in Roemenië, Alfred Moses, zei onlangs dat Roemenië een grotere kans maakt op het NAVO-lidmaatschap als extremistische partijen uit de regering blijven. Schaadt uw nationalistische politiek niet de belangen van uw eigen land?

“Blijkbaar heeft ook de ambassadeur van de Verenigde Staten weinig vertrouwen in de opiniepeilingen, anders had hij zich waarschijnlijk niet gemengd in de lokale verkiezingen. De ambassadeur heeft zich met zijn toespraak aangesloten bij de oppositie. De ambtstermijn van deze ambassadeur wordt daardoor drastisch verkort, daar zorgen wij wel voor.”

Waarom wilde u in Cluj het standbeeld van Matthias verwijderen als dat volgens u toch een Roemeense koning was?

“Dat zijn leugens van Hongaren. Het beeld staat er nog zoals het er in 1902 is neergezet.”

U heeft het vorig jaar toch zelf voorgesteld?

“Ik heb alleen gezegd dat het beeld mooi zou staan bij het kasteel van zijn grootouders in Hunedoara. We zijn er trouwens trots op dat zich onder de grote Hongaarse koningen een Roemeen bevindt.”

Het getouwtrek rond het beeld van Matthias is een symptoom van Funars beeldenmanie. Tot zijn 'goede werken voor de stad' rekent hij ook het oprichten van een aantal nationalistische monumenten. Het belangrijkste eert Avram Iancu, een leider van een Roemeense opstand tegen de Hongaren in de vorige eeuw. Zijn nieuwste project is een monument voor maarschalk Ion Antonescu, van 1940 tot 1944 regeringsleider van het pro-Duitse Roemenië. Antonescu liet in de Tweede Wereldoorlog het Roemeense leger met de Duitsers optrekken tegen Rusland, nadat Hitler hem Transsylvanië had beloofd, dat sinds 1940 weer grotendeels in Hongaarse handen was. In de gemeenteraad van Cluj slaagde Funar er onlangs niet in om de vereiste tweederde meerderheid te halen voor het beeld en sindsdien brengt hij zijn voorstel elke raadsvergadering weer in stemming.

Funar: “Antonescu was een nationale held, die door de Russische communisten is vermoord in 1946, een gebeurtenis die wij zullen herdenken op 1 juni. Helaas zijn er nog steeds mensen die heimwee hebben naar het communistische tijdperk en om die reden zijn ze tegen een beeld van Antonescu.”

Zijn ze niet gewoon tegen, omdat Antonescu een omstreden rol heeft gespeeld bij de dood van veel Roemeense joden?

“Gelukkig zijn er joodse groeperingen die toegeven dat Antonescu geen joden heeft uitgeleverd aan Duitsland, maar hen juist heeft beschermd tegen de gang naar concentratiekampen. De Hongaarse troepen van Horthy hebben hier in Transsylvanië echter 102.000 joden afgevoerd.”

In Moldavië zijn onder verantwoordelijkheid van Antonescu 10.000 joden vermoord.

“Dat zijn gewone slachtoffers zoals die in elke oorlog vallen. Er is geen jood vermoord op bevel van de maarschalk.”

Waarom besteedt u zoveel geld aan monumenten, terwijl bijvoorbeeld de straten hard aan reparatie toe zijn?

“Wij doen beide, wij repareren de straten en maken beelden voor onze helden. In Nederland zijn er ook nationale monumenten en daar hoort u ons ook niet over. Uw land heeft anders dan het onze het geluk gehad ontsnapt te zijn aan 50 jaar communisme.”

Waarom zet u zich steeds zo af tegen het communisme, terwijl u zelf lid bent geweest van de communistische partij?

“Indertijd konden talentvolle en capabele jonge mensen zoals ik alleen terecht bij de communistische partij. Wie geen partijlid was, werd uitgesloten van toelatingsexamens en belangrijke functies. Het was de enige weg doordat het communisme geen andere partijen toestond. In den beginne kon Adam ook alleen Eva als vrouw kiezen.”