Raad van State beperkt het vluchtelingenschap

DEN HAAG, 9 MAART. Door een recente uitspraak van de Raad van State verliest ongeveer vijftien procent van de asielzoekers het 'vluchtelingschap'. Dit schrijven de wetenschappers R. Fernhout, T. Spijkerboer en B. Vermeulen in het Nederlands Juristenblad.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde onlangs in een zaak dat van 'vervolging' in het land van herkomst geen sprake kan zijn als in dat land geen overheid bestaat. Daarmee verliezen asielzoekers uit bijvoorbeeld Somalië het vluchtelingschap, omdat sinds de val van president Siad Barre in 1991 niet meer van een overheid kan worden gesproken, aldus de auteurs.

Zij zien in de uitspraak van de Raad van State een “forse breuk” met het verleden. De term 'vervolging' is tot dusverre in de jurisprudentie uitgelegd als vervolging door “enig overheidsorgaan, dan wel door derden waartegen de overheid onvoldoende bescherming wil of kan bieden”. Naar de huidige opvatting van de Raad van State kan van vervolging geen sprake zijn “indien in het land van herkomst van de vreemdeling geen overheid bestaat”. Die opvatting sluit volgens de Raad aan bij de jurisprudentie in Frankrijk en Duitsland, twee 'Schengen'-partners van Nederland.

Voor zover bekend heeft de Raad van State drie keer te maken gehad met situaties in landen waar de nationale overheid had opgehouden te bestaan. Het ging om Libanon (1984), Liberia (sinds 1990) en Somalië (sinds 1991). Dat in de jaren tachtig geen noemenswaardige overheid aanwezig was, of de feitelijke controle over het land had verloren, werd destijds door de Raad van State niet doorslaggevend geacht voor de status van gevluchte vreemdelingen. Somaliërs en Liberianen vormen in Nederland vijftien procent van alle asielzoekers.

De wetenschappers zijn “verbijsterd” over de “enorme schuiver” van de Raad van State. “Een mensenrechtenverdrag wordt geïnterpreteerd niet vanuit een rationaliteit van bescherming van fundamentele rechten, maar op basis van een fetisjistisch te noemen fixatie op wie nu precies de schending pleegt”, zo schrijven zij.