PvdA kiest consequent verkeerd

De 'paarse' coalitie heeft de PvdA niet de zegeningen gebracht waarop de partij medio 1994 hoopte. De 'premierbonus' die Wim Kok genereert houdt de sociaal-democraten boven water, maar in alle peilingen is de VVD de sterkste. En sterker nog, VVD-fractieleider Bolkestein blijft het politieke debat domineren, terwijl zijn collega's van de twee andere 'paarse partijen' er als boskabouters omheen dansen.

De uitslag van de Statenverkiezingen vorig jaar die de VVD tot de grootste partij maakten, leek een tijdelijk verschijnsel maar krijgt steeds meer een structureel karakter. Zelfs zodanig dat Kok in zijn Den Uyl-lezing van 11 december alleen het “liberale gedachtengoed” als grote concurrent ziet.

De tactiek van de VVD-leider is steeds dezelfde. Hij lanceert zijn stelling, jaagt de Haagse politici uit de Kamerbankjes en de Haagse journalistiek in de kolommen. PvdA en D66 zitten daarom per definitie in het defensief: Bolkestein is aan de bal en veel kiezers vinden het prachtig.

Het probleem van de belangrijkste tegenspeler, de PvdA, is een verkeerd positiespel. De PvdA voert op sociaal terrein, waar ze de eigen identiteit aan ontleent, een neo-liberaal beleid. De sociaal-democraten volgen niet hun eigen banier, maar de 'liberaliserende trend'.

Aanvankelijk gebeurde dit vrij kritiekloos. Kok was immers premier, en de fractie in de Tweede Kamer vernieuwd. Die nieuwe fractie, een mengsel van oudgedienden en nieuwkomers, moest haar draai zien te vinden. Maar langzamerhand voelen de PvdA-gekozenen dat ze op sociaal-economisch terrein nu te rechts staan. De privatisering van de Ziektewet heeft een kater nagelaten en de weerstand tegen de privatisering van WAO, waartoe in het Regeerakkoord was besloten, groeit.

De PvdA'ers in Tweede en Eerste Kamer volgen de neo-liberale koers, onder druk van het kabinet-Kok, en omdat ze zelf geen alternatief hadden. Het, lichte, verzet komt van de Kamerleden die een achtergrond hebben in de vakbeweging. Zij realiseren zich, nogal laat, dat de PvdA sociaal te rechts koerst.

De PvdA is nog een van de weinige sociaal-democratische partijen in West-Europa die regeert. De Franse socialisten zijn van het toneel, terwijl de Duitse SPD - waar de PvdA zich traditioneel op richtte - geen houvast biedt. De SPD voert vooral oppositie in eigen gelederen.

De twee Belgische socialistische partijen (SP en PS) zitten nog wel stevig in het zadel. Vooral met de Vlaamse socialisten (SP) had de PvdA tot voor kort goede betrekkingen. Dat is nu een stuk minder, omdat SP-voorzitter Louis Tobback, ook senator en burgemeester van Leuven, de grootste criticus is van de 'paarse' coalitie. Volgens hem wordt paars “bont en blauw” en eindigt het kabinet-Kok in een regering, geleid door de VVD van Bolkestein.

Helemaal ongelijk heeft Tobback niet. De SP voert een heel ander positiespel dan de PvdA. De Vlaamse socialisten van Tobback overleefden niet alleen hun Agusta-affaire, maar boekten bij de verkiezingen van vorig jaar zelfs nog enige winst. Voor de verkiezingen maakte Mark Elchardus, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en tevens voorzitter van de socialistische ziekenfondsen, de positionering van de SP op twee “breuklijnen”. De eerste breuklijn is, volgens zijn redenering, van sociaal-economische aard. Socialisten moeten op dit gebied, de traditionele links-rechts scheiding, altijd links blijven staan. Ze mogen wel iets bijschaven aan het systeem van sociale zekerheid, maar het niet privatiseren. Lagere inkomensgroepen blijven de bakermat van de sociaal-democratie. De verkiezingsleus van de SP was simpelweg: 'Uw sociale zekerheid'.

De tweede breuklijn is veeleer van immateriële aard: de inrichting van de toekomstige (multi-culturele) samenleving. Onder deze breuklijn valt de integratie van vreemdelingen, maar ook de misdaadbestrijding en de drugsproblematiek. Het gaat er in feite om hoe een moderne maatschappij nieuwe samenlevingsproblemen oplost. Veel burgers zijn op dit terrein onzeker en behoudend, vooral de lagere inkomensgroepen.

De SP stelt zich op deze terreinen, onder het voorzitterschap van Tobback, rechts op. Dit wordt ook veroorzaakt door de aanzuigende werking van het Vlaams Blok dat juist kiezers van de SP wegkaapt. SP en Vlaams Blok staan op ideologisch vlak ver van elkaar, maar op sociologisch vlak hebben zij dezelfde doelgroep. Tobback is met zijn 'rechtse taal' weliswaar niet populair onder de studenten, of de progressieve journalisten en geestelijken, maar voor 'Jef Modaal' is hij de juiste man op de juiste plaats.

De PvdA heeft zich op deze tweede breuklijn links opgesteld, zeker in haar taalgebruik. Eind 1992 brandde de PvdA-voorzitter Felix Rottenberg zich de vingers aan het 'illegalendebat'. Hij vond dat illegalen moeten terugkeren, maar hij kreeg de hele goegemeente over zich heen.

In 1993 zei Aad Kosto, die toen staatssecretaris voor vreemdelingenzaken was, dat hij mensen zonder verblijfstitel wilde doen 'verdwijnen'. Opnieuw vielen zijn eigen partijgenoten over hem heen, en werd hij het mikpunt van felle kritiek. Hoewel het toelatingsbeleid in de praktijk veel restrictiever werd, behield de PvdA een links imago op een terrein waar de achterban juist behoudend was.

Hoe vaker het boegbeeld van de PvdA-linkervleugel, Jan Pronk, op televisie zei dat Nederland immigratieland was, hoe sneller de VVD groeide. Bij de PvdA was dit thema taboe en inmiddels heeft Bolkestein die tweede breuklijn naar zich toe getrokken. De Belgische SP toont dat 'onbemindheid' bij de modieus-intellectuele achterban de electorale positie niet in gevaar hoeft te brengen. Integendeel zelfs. De PvdA durfde dit niet aan, en vervreemdde de traditionele achterban in de oude stadswijken van zich. De meeste kiezers in de voormalige 'rode burchten' stemmen gewoon niet meer. In Rotterdam werd extreem-rechts zelfs de tweede stroming.

Het probleem van de PvdA is een verkeerd positiespel binnen paars. Waar zij links moet staan (sociaal terrein), staat ze rechts, en waar ze rechts moet staan (vreemdelingenkwestie), staat ze links. De VVD staat daarentegen op beide terreinen goed (rechts) en dreigt door het zwalkende CDA tot mammoetpartij uit te groeien. Bolkestein verenigt niet alleen liberalen, maar heel rechts-Nederland. Hij kapitaliseert gewoon zijn goede positiespel.

Als de PvdA de verkiezingen van 1998 nog goed wil doorkomen, moet ze het debat lanceren vanuit een andere positie. Nu zit de PvdA sociaal-economisch al in neo-liberaal vaarwater. De vroegere PvdA-stemmers kunnen dan beter meteen VVD stemmen. In het vreemdelingendebat komt de PvdA, pas na veel intern geruzie, op standpunten die Bolkestein al jaren eerder had ingenomen. Ook hier leidt de stroom naar de VVD; Bolkestein speelt steeds een thuiswedstrijd.

De PvdA is door verkeerde positionering in een dubbele verlies-situatie gekomen. Voor de VVD geldt het omgekeerde. “De grotere aantrekkingskracht van het liberale gedachtengoed is thans duidelijk waar te nemen”, aldus Kok in zijn Den Uyl-rede. Tobback houdt hem niet ten onrechte zijn these voor: kiezers stemmen liever op het (liberale) origineel dan op de later verschenen kopie.