Promotiestelsel

Het pleidooi van J. Bartelse voor herziening van het promotiestelsel (1 maart) onderschrijf ik van harte.

Vreemd genoeg noemt hij echter één voor de hand liggende oplossing niet, namelijk het drastisch verminderen van het aantal promotie-plaatsen tot een aantal dat als wetenschappelijke staf door universiteiten en onderzoeksinstellingen kan worden opgenomen. Daar de AIO's/OIO's het voetvolk zijn in het wetenschappelijk onderzoek, zal dit wel een drastische daling van de output van de onderzoeksgroepen betekenen.

De invoering van het AIO/OIO-stelsel kan overigens niet beschouwd worden als een bezuiniging. Het salaris van de promovendus werd gehalveerd, maar er kwamen ook tweemaal zoveel promotieplaatsen. Een (onbedoeld?) gevolg was, dat de afstudeergolf van 1986/1987 (de laatste jaargang oude-stijlers en de eerste nieuwe-stijlers) vrij probleemloos lijkt te zijn opgevangen: AIO/OIO-posities waren volop te krijgen.

Voor wat er daarna met deze mensen moest gebeuren is nooit een oplossing bedacht. De huidige bezuinigingsplannen zijn zonder meer schandalig. Zo spant men het paard achter de wagen en worden de promovendi bij voorbaat gestraft voor hun toekomstige werkloosheid.