Operaliefhebbers in spanning over abonnementen

AMSTERDAM, 9 MAART. Volgende week woensdag nemen veel operaliefhebbers een vrije dag. Op die dag bezorgt de post hen de nieuwe seizoensbrochure van de Nederlandse Opera. De publieke belangstelling voor de opera is veel groter dan de capaciteit van het Amsterdamse Muziektheater, dat in september tien jaar bestaat, en groeit nog steeds. Alleen als de Opera de abonnementsbestelling donderdag in de bus heeft, bestaat een kans dat men ook werkelijk een van de 20.000 beschikbare abonnementen krijgt, zo denkt bijna iedereen.

Dus blijft de ware operaliefhebber woensdag 13 maart thuis, wacht ongeduldig op de post, vult het formulier in en verstuurt het onmiddellijk. Alleen bestellingen via de post worden in behandeling genomen, zelf het formulier naar het Muziektheater brengen mag niet. De keuze voor 13 maart is echter service aan het publiek. Vroeger werd de brochure wel eens tijdens de crocusvakantie verstuurd, wat veel klachten over ongelijke behandeling opleverde.

De Nederlandse Opera verstuurt dinsdag, de dag waarop het nieuwe seizoensprogramma wordt bekendgemaakt, via een ingehuurde mailingorganisatie 35.500 brochures met bestelformulieren. 27.000 brochures gaan naar mensen die al eerder in de afgelopen zes jaar een abonnement bestelden, 7.500 gaan naar mensen die zich de afgelopen tijd hebben gemeld omdat ze voor het eerst een abonnement willen, vertelt Jana van Caspel, die bij de Opera de abonnementenverkoop coördineert. Ze spreekt van een 'hysterie', want de abonnementencampagne, die pas administratief eindigt als het nieuwe seizoen op 3 september begint, gaat gepaard met uitzonderlijk veel drukte en emoties.

Wanneer na het verwerken van de bestellingen via de computer over een maand duidelijk wordt wie wel en wie niet heeft gekregen wat is besteld, begint een deel van de circa tienduizend teleurgestelden massaal op te bellen. Met vier of vijf hulpkrachten worden ze te woord gestaan. “Mensen beschouwen het werkelijk als een ramp als ze geen abonnement krijgen en willen hun woede en droefenis kwijt. De kunst is om te voorkomen dat ze boos de hoorn op de haak gooien. We proberen ze de situatie uit te leggen en alternatieven te bieden.”

De alternatieven bestaan uit een anders samengesteld abonnement - de Opera heeft er 22 verschillende in de aanbieding - of het kopen van losse kaartjes. De abonnementen variëren van tien premières eerste rang voor 1100 gulden tot drie voorstellingen vierde rang voor 94,50 gulden. Voor elke voorstelling zijn 300 losse kaartjes te koop, vanaf een maand voor de première.

Bij relatief onbekende stukken is het vaak rond de premièredatum nog wel mogelijk om het Muziektheater binnen te komen. Maar bij geliefd repertoire gaat het snel. De kaartjes voor de elf voorstellingen van Die Zauberflöte waren in één dag uitverkocht, gisteren stond er voor de 3000 kaartjes voor La bohème in april al vanaf 's morgens zeven uur een enorme rij voor het Muziektheater. Maar er zijn nu nog in totaal duizend kaarten beschikbaar.

Twee groepen krijgen bij de Opera voorrang op de 'gewone' bestellers van abonnementen. Dat zijn de trouwe liefhebbers die al minstens zes jaar een abonnement hebben besteld - of ze er nu uiteindelijk een kregen of niet - en de 'Vrienden van de Opera'. De laatsten - in totaal 5000 - kregen al een abonnement aangeboden voor de vijf nieuwe produkties van het volgende seizoen en twee reprises. Maar daarvan waren er slechts 1240 beschikbaar, zodat ook veel vrienden moeten meedraaien in de reguliere abonnementenloterij.

Verder heeft de Opera nog een regeling voor gasten van grote bedrijven. Zo'n 'bussiness-seat' kost vijfhonderd gulden: de prijs van het eersterangs kaartje, het programmaboek, een ontvangst plus een bedrag ter grootte van de overheidssubsidie, zodat de belastingbetaler niet meebetaalt. Het gaat hier volgens Peter de Caluwe, hoofd voorlichting, om slechts 0,1 procent van de stoelen. De regeling gaat niet ten koste van het normale bezoek maar van het genodigdencontingent van de Opera zelf, zodat vooral de eigen stafleden daarvan de dupe zijn.

In het komende seizoen gaat de Nederlandse Opera een groot publieksonderzoek doen. Daarbij zal ook worden gevraagd naar wat men bereid is te betalen voor een operavoorstelling of voor bijvoorbeeld de vier uitvoeringen van de Wagnercyclus Der Ring des Nibelungen, die de Opera in 1999 brengt. De Caluwe: “Misschien willen mensen wel 150 of 250 gulden per voorstelling betalen, als ze dan ook de zekerheid hebben dat ze erin komen.”