Na de moorden

Nog nooit sinds de vestiging van de staat Israel zijn de joden zo veilig geweest als in de afgelopen jaren. De laatste keer dat een Arabische staat het land aanviel, tijdens de Golfoorlog, richtte Irak met zijn raketten forse schade aan en bezweek één burger van opwinding aan een hartaanval. Van tijd tot tijd komen Israëlische militairen om bij een schermutseling. Regelmatig vallen door terreuracties burgerslachtoffers: honderdveertig doden en vierhonderdvijftig gewonden in de twee-en-een-half jaar sinds het akkoord tussen Israel en de PLO. Alleen al de bomaanslagen in de laatste twee weken kostten zestig mensen het leven en maakten honderdnegentig gewonden. En daarmee is het de fanatici en hun bespelers gelukt om de Israëlische verkiezingen te sturen en het vredesproces te stoppen. De kansen van Peres op herverkiezing lijken verkeken en de terugtrekking van Israëlische troepen uit bezet gebied loopt uitstel en misschien zelfs afstel op.

Dat is erger voor de Palestijnen dan voor de joden. Israël heeft de inwoners van de westoever en de Gaza-strook nauwelijks nog nodig als goedkope arbeidskrachten; immigranten uit Oost-Europa en ex-Communesië nemen graag de opengevallen plaatsen in. De afsluiting van de bezette gebieden schaadt de prille democratie in Palestijns gebied en dat is spijtig voor de vrijzinnige minderheid daar en ook voor de democraten in alle Arabische landen die geregeerd worden door dieven, tovenaars en moordenaars.

In die waanwereld van islamisme, arabisme en nationalisme, waar het altijd weer uitdraait op onderdrukking, uitbuiting en terrorisering van de eigen bevolking, ligt Israel als een terp van recht en rede. De olielanden hebben hun natuurlijke rijkdommen verkwist aan geavanceerd wapentuig en rijkversierde polshorloges en nooit komt er iets nieuws, iets zinnigs uit die streken, behalve een gestaag stroompje vluchtelingen die hier als een vuurkooltje in hun stoof de Arabische en de islamitische beschaving levend houden tot de verdwazing ginds voorbij is. Die tirannieke regimes vormen voor hun eigen bevolking een voortdurende, dodelijke dreiging, voor hun buurlanden een onberekenbaar gevaar, maar Israel heeft eigenlijk nog maar weinig van ze te duchten. Dat machtsevenwicht kan nog verschuiven, maar zo ligt het nu.

In die context verschijnen de zelfmoordaanslagen voor wat ze zijn: sabotagepogingen van buiten spel gezette Arabische dictaturen en wanhoopsdaden van een beweging die door de eigen kiezers al terzijde is geschoven. Maar dat maakt die aanslagen niet minder effectief. Want kennelijk laten de Israëli's zich erdoor van de wijs brengen. Waren ze maar onverschilliger; de heftigheid van hun reacties beloont de daders en lokt nieuwe aanslagen uit. Waren ze maar meer bij het vredesproces betrokken, dan zouden ze juist nu samen met geestverwante Palestijnen opkomen voor een verzoeningspolitiek.

Aan beide zijden opereren op de extreme vleugel de provocateurs. Maar de Arabische dwepers hebben veel meer succes bij de Israëli's dan de eigen, joods-orthodoxe fanatici. Toen vier maanden geleden een talmoed-student uit woede over de ontruiming van bezet gebied de eerste minister doodschoot, schaarde het Israëlisch publiek zich van de weeromstuit achter het vredesbeleid van de regering. Maar als een Arabische terrorist een bus vol mensen opblaast uit afkeer van hetzelfde vredesproces dan geven de Israëli's hem achteraf gelijk door zich daar ook van af te keren.

De orthodoxe extremisten willen onder rabbinaal toezicht hetzelfde als de islamitische fanatici onder terroristische leiding; niet een oorlog waarin ze zouden worden weggevaagd en niet een vrede waarin ze hun voorkeursbehandeling zouden verliezen, maar iets daar tussenin: een toestand van permanente geweldsdreiging waarin het ene extreem kan verwijzen naar het gevaar van het andere extreem om zich steeds weer voorrechten te laten toedelen.

De joodse fanatici zijn het probleem van de joodse staat en de moslim terroristen zijn de zorg van de Palestijnen. Beide volkeren hebben moeite met de demobilisatie van hun extremisten en beide gaan een confrontatie uit de weg met de dwepers die zo lang het kwade geweten van de gematigde meerderheid wisten te bespelen.

De terreur van Hamas is ook een affront voor de Palestijnen die toch in vrije verkiezingen hun steun voor het akkoord hebben uitgesproken en de militante stroming hebben afgewezen. Nu moet dus de Palestijnse autoriteit in de bestrijding van de terroristen haar gezag en slagkracht aantonen en bewijzen dat ze tot een staat kan uitgroeien.

Maar is er wel iets te beginnen tegen terreur, en helemaal tegen acties waarbij de dader ook zichzelf vernietigt?

In islamitische landen worden dode terroristen voorwerp van devotie en die aanbidding trekt weer navolgers onder eerzuchtige jongeren. Anoniem sterven willen ze niet, want het gaat hun om de glorie. Maar voor de postume adoratie van de martelaars moet hun identiteit worden onthuld en daarmee wordt ook hun familie bekend. Tot nog toe is tegen de nabestaanden zelf niets ondernomen. Daar is ook geen enkele rechtsgrond voor, maar wel enige aanleiding. Want het vooruitzicht dat hun familieleden kwetsbaar achterblijven kan de martelaren afbrengen van hun drieste voornemens.

Het is voor moderne staten helemaal niet onmogelijk om een eind te maken aan het terrorisme. Maar landen als Engeland, Spanje of Israel accepteren een zekere mate van terreur omdat ze willen vasthouden aan de beginselen van de rechtsstaat. Vervolgens wordt regelmatig aan die principes gemorreld in de praktijk van de terreurbestrijding. Maar dat gebeurt net zo goed vanwege een principe: mensen die willekeurig mensen doden moeten bestreden worden. Ook dat is een verheven beginsel; de rest is afweging.