Linschoten wist wel van rapport

DEN HAAG, 9 MAART. Staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) kende vorig jaar nog voor het debat in de Tweede Kamer over de Ziektewet een belangrijke conclusie uit een van de rapporten die het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) op dat moment nog moest uitbrengen.

Dit heeft de staatssecretaris gisteren geantwoord op schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid Rosenmöller (GroenLinks). Daarmee komt Linschoten terug op uitlatingen die hij eerder in de Kamer deed. Dit is van belang omdat enkele fracties - vooral SP en GroenLinks - de staatssecretaris ervan verdenken dat hij in de Kamer niet de waarheid heeft gesproken. Linschoten lijkt dit nu te erkennen. Daarmee is zijn politieke positie in het geding.

De staatssecretaris heeft de steun van het kabinet. Premier Kok zei gisteravond dat hij “geen enkele reden” heeft “aan de goede trouw van de staatssecretaris te twijfelen”. De Tweede Kamer bespreekt de kwestie waarschijnlijk dinsdag al. Dat is volgens Kok “de beste manier om helderheid te krijgen en dan deze bladzijde om te slaan”.

Het Tweede-Kamerlid Van Nieuwenhoven van regeringsfractie PvdA zei desgevraagd dat ze op dit moment “geen reden heeft om de staatssecretaris niet te vertrouwen”. Maar ze verwijt hem wel “op zijn minst onzorgvuldig” te zijn geweest bij zijn eerdere antwoorden aan de Kamer. Voor de tv noemde zij de situatie gisteravond “zorgelijk”.

Pag.3: 'Zaakje ruikt steeds meer'

Op 22 november zei Linschoten tijdens het Ziektewetdebat in de Kamer over de rapporten van het CTSV letterlijk: “Het gaat er niet om of ik wel of geen inzicht heb in voorlopige conclusies. Ik heb helemaal geen inzicht in die conclusies.” Vervolgens zei Linschoten tot het Kamerlid van de SGP dat hem de bewuste vraag had gesteld: “Als de heer Van der Vlies op dit punt een reactie wil hebben, heb ik graag van hem de informatie. Ik beschik er op dit moment niet over.”

Van der Vlies had Linschoten gewezen op een van de conclusies die uit de rapporten viel te halen: dat eerder genomen maatregelen tot bestrijding van het ziekteverzuim al zo effectief bleken dat verdere privatisering van de Ziektewet - daarover ging het Kamerdebat - geen zin had.

Nu erkent Linschoten in zijn antwoord op de vragen van Rosenmöller dat hij deze conclusie wel kende. Op maandag 20 november had hij een bespreking op het departement met zijn ambtenaren. Zij lieten hem weten dat een van de rapporten op komst was “met als belangrijke conclusie dat de teruggang van het ziekteverzuim harder ging dan gedacht”, schrijft Linschoten. “Op dat moment ben ik dus met zekerheid over de komst van de rapportage en een belangrijke conclusie geïnformeerd.” Bovendien voerde hij die dag een bespreking met de Kamerleden van PvdA, VVD en D66, die de Ziektewet behandelden. Fractieleider Rosenmöller van GroenLinks concludeert uit Linschotens antwoorden dat de staatssecretaris in november “op een dubieuze manier” heeft geopereerd. “Hij begint langzamerhand steeds meer te ruiken naar het luchtje dat aan deze zaak zit.” Ook SP'er Marijnissen vindt dat de staatssecretaris “op creatieve wijze” met de waarheid omgaat.

De roep om een parlementair onderzoek wint terrein. Het CDA steunt deze wens van SP en GroenLinks. Kamerlid Bijleveld vindt een onderzoek “broodnodig”. Ook Van Nieuwenhoven van de PvdA denkt dat een parlementair onderzoek “om de zaak echt tot op de bodem uit te zoeken” nuttig kan zijn, tenzij de staatssecretaris dinsdag de twijfel over zijn optreden weet weg te nemen. D66'ster Schimmel houdt de mogelijkheid van een parlementair onderzoek nog open, maar vraagt zich af of er na alle antwoorden die Linschoten inmiddels heeft gegeven nog zoveel op dit punt te onderzoeken valt.