Klachten politie Lille en Rotterdam; Drugsbestrijding met Fransen faalt

ROTTERDAM/LILLE, 9 MAART. In tegenstelling tot wat minister Sorgdrager (Justitie) recentelijk aan de Tweede Kamer heeft gemeld, verloopt de samenwerking tussen de Noordfranse en de Nederlandse politie op het gebied van de drugsbestrijding slecht.

Uit gesprekken met Franse en Nederlandse politiecommissarissen blijkt dat bestuurlijke verschillen, een taalbarrière en uiteenlopende visies op de aanpak van de hard-drugshandel de gezamenlijke misdaadbestrijding in de weg staan.

Sorgdrager schreef twee weken geleden aan de Tweede Kamer dat “goede bilaterale contacten tussen Rotterdam en Lille tot stand zijn gekomen”. Een woordvoerder van de minister zei gisteren desgevraagd tevreden te zijn over de samenwerking met de Noordfranse politie. Maar volgens de Rotterdamse commissaris C. Bakker gaat de samenwerking met de politie van Lille moeizaam. “Het is verschrikkelijk moeilijk, het gaat nog niet goed”, aldus Bakker. Politiecommissarissen in de Franse grenssteden Tourcoing en Duinkerken zeggen dat van samenwerking geen sprake is.

Volgens de Noordfranse commissarissen komen alle drugs in hun steden uit eén plaats: Rotterdam. Alle pogingen om in samenwerking met de Rotterdamse politie drugsdealers te arresteren, zijn volgens hen mislukt. Zij beklagen zich erover dat veel dealers door de Rotterdamse politie “niet interessant genoeg” worden gevonden en verwijten de Nederlandse collega's een “lakse” houding. Volgens de Rotterdamse commissaris wordt echter wél tegen drugsdealers opgetreden.

De Franse commissarissen zeggen ook van de Rotterdamse 'operatie Victor', waarbij drugspanden worden gesloten en Franse verslaafden verwijderd, nog weinig te hebben gemerkt. Franse drugstoeristen zijn wel over de Belgisch-Franse grens gezet, maar de Franse justitie kon hen niet vervolgen wegens het ontbreken van processen-verbaal.

Bakker, die verantwoordelijk is voor 'Victor', erkent dat het terugzenden van Franse verslaafden tot dusver zinloos is geweest. De processen-verbaal moesten via ten minste drie ministeries, “en dan ben je inderdaad twee maanden verder”. Onlangs zijn wel afspraken gemaakt met de Franse regering om het administratieve traject korter te maken, maar de samenwerking blijft moeizaam, zegt hij.

Zo is het ook nog niet gelukt om in de Franse stad Lille een Nederlandse politiefunctionaris te stationeren die de samenwerking zou moeten vergemakkelijken. Volgens Bakker is dat te wijten aan het ingewikkelde bestuur van de Franse politiediensten. “Het is ze nog niet gelukt samen een cooördinatiepunt te openen waar onze man kan werken.” De vele hiërarchische bestuurslagen die in Frankrijk naast elkaar bestaan maken vlotte besluitvorming volgens Bakker onmogelijk.