Kasparian, 1910-1995

Tien boeken zijn te zwaar om naar het onbewoonde eiland mee te nemen. Als het er één moet zijn, laat het dan Domination in 2,545 endgame studies zijn van Genrich Mojsejevitsj Kasparian.

Ik ben niet erg goed thuis op het gebied van de eindspelstudies. Dan mis je veel, maar aan de andere kant weet je dat er nog werelden te ontdekken zijn en dat je nog jaren genoeg zou kunnen hebben aan één boek. In dat boek over dominatie heeft Kasparian slechts in bescheiden mate eigen werk opgenomen. Op grond van zijn eigen composities wordt hij door velen als de grootste eindspelstudiecomponist beschouwd. Vorig jaar december stierf hij, 85 jaar oud. Als u vindt dat deze necrologie wel wat eerder had mogen verschijnen, heeft u gelijk.

De componisten van problemen en eindspelstudies kunnen het geweten van de schaakwereld genoemd worden. Er valt geen geld te verdienen met het scheppen van deze kunstwerken. Het gaat alleen maar om de waarheid en de schoonheid. Wie een indruk wil krijgen van de verrukkingen van de schaakcompositie, kan het best De man die de Babson task wilde maken van Tim Krabbé lezen.

Misschien was Kasparian de beste studiecomponist, ik kan het niet beoordelen. Hij was in ieder geval de beste wedstrijdschaker onder de studiecomponisten. Tien keer kampioen van Armenië, vier keer deelnemer aan de finale van het kampioenschap van de Sovjet-Unie, internationaal meester. In 1946 speelde hij een match tegen een jonge landgenoot. Hij verloor die match met 8-6, maar die jonge landgenoot was dan ook Tigran Petrosian.

Kasparian was internationaal grootmeester voor schaakcomposities. Dat zegt niet veel. Je eert Kasparov ook niet door te zeggen dat hij grootmeester is, dat spreekt vanzelf. Het zegt wel iets dat Kasparian de titel kreeg op het moment dat die werd ingesteld, in 1972, en dat er toen slechts drie anderen in de wereld waren die de titel waardig werden geacht. Anders dan bij de wedstrijdschakers is de grootmeestertitel bij de studiecomponisten nog niet ontwaard. Er zijn nog steeds minder dan veertig compositiegrootmeesters.

Over het leven van een wedstrijdschaker kan je een dramatisch verhaal vertellen. De weg naar de top. Spanning, teleurstellingen, succes. Intriges, vijanden, onvermijdelijke neergang. Van een studiecomponist kan alleen het werk getoond worden, zijn schaakleven is niet spectaculair. Hier een zeer kleine keus uit het werk van Kasparian. Hij maakte in totaal meer dan 400 studies, waarvan er 70 een eerste prijs wonnen en 240 een eervolle vermelding kregen. Zolang het schaakspel bestaat, zal hij vreugde en verrukte verbazing brengen in de harten van de beoefenaars. Het wordt een plaatjesgalerij, omdat bij eindspelstudies de schoonheid zich vaak pas aan het eind openbaart.

MmMmMmMm mMmMmMCM MmMmMmMa BMfMmMmM MmMmMmMm mMmMFMmg JmMmMaGm mMmMmMmh Goervitsj en Kasparian, 1955. Wit begint en wint. Een grote materiële overmacht voor wit, maar de zwarte f-pion staat op promoveren en de h-pion is er ook dichtbij. Met 1. Txf2 Pxf2 2. gxh3 Pxh3 zou wit slechts remise maken, omdat het zwarte paard niet gevangen kan worden en na 1. Ke2 hxg2 zou wit zelfs verliezen. 1. Lg7-d4+ Kc5-d5 2. Ke3-e2 h3-h2 De enige manier om gevaarlijke dreigingen te scheppen. 3. Ta2-a1 f2-f1D+ 4. Ke2xf1 Natuurlijk niet 4. Txf1 wegens 4...Pg3+, maar nu zou 4...Pg3+ verliezen na 5. Kf2 h1D 6. Txh1 Pxh1+ 7. Kg1. 4...Kd5xd4 Dreigt nu wel 5...Pg3+ 5. g2-g4 Ph1-g3+ 6. Kf1-g2 h2-h1D+

MmMmMmMm mMmMmMmM MmMmMmMa BMmMmMmM MmMfMmGm mMmMmMbM MmMmMmLm DMmMmMmk Het voorafgaande was niet onaardig, maar op het eerste gezicht ook niet zo erg bijzonder. Pas nu blijkt waar het allemaal om ging. De zet 7. Txh1 lijkt vanzelfsprekend en gedwongen, maar wit zou er niet mee winnen: 7...Pxh1 8. Kxh1 Ke4 9. Kg2 Kf4 10. Kh3 h5 en wits laatste pion wordt geruild. 7. Kg2xg3! Dat is het. De zwarte dame heeft vele zetten, maar er is geen veld waarop ze niet de volgende zet verloren gaat. Een schitterend geval van dominatie.

Kasparian, 1959. Wit begint en wint. Weer heeft wit materiaalvoordeel, maar promotie van de zwarte a-pion kan niet voorkomen worden. In de diagramstelling heeft wit vele mogelijkheden om het verkeerd te doen. 1. Dxg4+ Lg7, 1. Kf5 b2, 1 Kg5 Lc3! 2. Dxc3 g1D, 1. Dxb3+ Kg7 2. Dd1 Lf6. De ingewikkeldste variant is 1. a7 Le5+ 2. Kf5 Lxg3 (na 2...a1D 3. Dxg2 wint wit zoals in de hoofdvariant) 3. a8D+ Kh7 4. Da7 g1D! en zowel na 5. Dxg1 b2 als na 5. Dxd7+ Kg8 heeft wit geen winst. 1. Dg3xg2 La1-e5+ 2. Kf4-f5 Na 2. Kg5 heeft zwart anders dan in de hoofdvariant na 2...a1D 3. a7 het reddende 3...Lf4+ 2...a2-a1D 3. a6-a7 Da1xa7 4. Kf5-g6 4. Dd5+ Kh7 leidt slechts tot remise. 4...Da7-a1 Na 4...Da5, om 5. Dd5 te verhinderen, wint wit met 5. Dh1 5. Dg2-d5+ Na 5. De4 Kh8 zou niet zwart maar wit in zetdwang zijn. 5...Kg8-h8 6. Dd5-e4

Weer komt aan het eind een stelling van wonderbare schoonheid. Wederzijdse zetdwang. Zwart heeft vijf beweeglijke manschappen, maar wat hij ook verplaatst, hij is in een paar zetten mat. Als wit echter aan zet zou zijn, zou hij slechts remise bereiken: 7. Df5 Lg7 8. Dh5+ Kg8 9. Dd5+

Vorige week gaf ik een stelling waarin zwart een bijzonder mooie zet deed. Wit Ka3 De1 Ta1 Th2 Lb4 Lh3 Pb1 Pf3 pionnen a2 b2 e4 f4 g3 h4, zwart Ka8 Tb8 Td8 Lc6 Pe3 pionnen a5 c4 e6 g6 h7. De bedoelde zet was 1...Td8-d2!! Als in een probleem. De toren kan op vijf manieren genomen worden, maar in alle gevallen gaat wit snel mat, bijvoorbeeld 2. Dxd2 Pc2+ 3. Dxc2 axb4 mat.