Ironische Zoon van God kan prachtig vertellen

Verhalen uit de bijbel, maandag 11 maart, Ned.2, 9.30u. (herhaling woensdag 13 maart, Ned.2, 10.00u.)

“Mag ik u iets vragen. U bent toch Jezus van Nazareth?” “Ja, dat klopt”, antwoordt Jezus - want inderdaad, hij is die vrolijke jongeman met blonde krullen die grappen zit te maken aan een tafel vol drank en 'lekker mals lamsvlees'. Jezus kijkt de oude vragensteller ironisch aan, met die 'kom-maar-op-blik' die het patent lijkt van jonge Nederlandse acteurs. Nou, de farizeeër wil wel eens weten waarom “iemand als u, die zich toch met godsdienst bezig houdt” vrolijk zit te drinken met “een mooi stel zondaars”. Och, dat kan Jezus wel uitleggen, “Schuift u toch aan.”

Zo begint de eerste aflevering van 'Gelijkenissen', in een serie van vier gedramatiseerde verhalen uit de Bijbel die de Nederlandse Onderwijstelevisie (NOT) de komende weken op maandagmorgen uitzendt. Uitbeelding van de historische Jezus blijft moeilijk. Je kunt hem voorzichtig op de achtergrond houden, zoals in Bachs Mattheuspassion, waarin de Godszoon alleen korte recitatieven zingt en geen enkele aria. Maar je kunt hem ook als getourmenteerd en welhaast schizofreen mens op de voorgrond brengen, zoals in de film The last temptation of Christ van M. Scorcese. De NOT-serie, gemaakt in samenwerking met de kerken, probeert allebei een beetje. Jezus schranst gezellig mee met zijn in lange gewaden gestoken vriendenclubje, maar hij wordt ook een paar keer nadrukkelijk in klassiek christelijk-theologisch verband geplaatst. “U als zoon van God zou daar toch een antwoord op moeten weten”, zegt in de tweede aflevering op de binnenplaats van een herberg een schriftgeleerde tegen de jonge blonde god. Deze incasseert het compliment glimlachend en antwoordt bescheiden: “Men noemt mij ook wel de Zoon des Mensen”. In dat verband is de keuze van de NOT voor een vriendelijke, ietwat spottende jongeman - die ook heel goed een koelbloedige autocoureur in een soap zou kunnen spelen - helemaal zo gek nog niet. Al blijft het historisch curieus om de blonde Jezus met zijn al even groot en West-Europees ogende discipelen achter een kleine semietische gids door de Israelische woestijn te zien sjokken.

De korte, 'op locatie' in Israel opgenomen programma's zijn bedoeld voor godsdienstles in de hoogste klassen van de basisschool en in de brugklas. De keuze voor de gelijkenissen is verstandig. De prachtige verhalen over de Verloren Zoon, de Barmhartige Samaritaan, de Arbeiders in de Wijngaard en de Woeker met Talenten, behouden zelfs na theologische uitleg en interpretatie een groot deel van dat geheimzinnige perspectief waardoor ook sprookjes nooit gaan vervelen. En gelukkig worden ook de hardheid van de eisen van Jezus ('wie het eeuwige leven wil, verkope alles wat hij heeft en volge mij') en de onbegrijpelijke onrechtvaardigheid van het Wijngaardverhaal (waarin iedere arbeider ongeacht zijn arbeidsduur evenveel betaald krijgt) nergens verdoezeld. Dat kan nog interessante discussies in de klas opleveren.

Ook de vorm is geslaagd: als Jezus het verhaal gaat vertellen, blijkt die vertelling zich gelijktijdig in dezelfde wijngaard of herberg af te spelen. Maar een keer loopt die vermenging goed mis als Jezus en zijn discipelen, zonder ook maar een vinger uit te steken, van dichtbij toekijken hoe een eenzame reiziger in elkaar wordt geslagen door rovers en passief afwachten tot een Samaritaan de man komt helpen. Is dat nou naastenliefde?

Zulke krachtige verhalen, waarin meer vragen worden gesteld dan beantwoord, zomaar loslaten op kinderen is ongebruikelijk. En dus heeft de NOT voor de onderwijzer een uitgebreid lespakket gemaakt, met uitleg en met andere, 'gewonere' verhalen over voetbalwedstrijden en fikkie stoken, met 'kijkvragen' voor de leerlingen, liederen, kleurplaten, gespreksonderwerpen, toneelsuggesties en zelfs met een bouwtekening voor een kijkdoos. Dat komt dus wel goed in de klas. Al vraag ik me af of alle kinderen de anachronistische grap zal opvallen als de vader zijn per ezel vertrekkende 'Verloren Zoon' op het hart drukt: “Zul je voorzichtig zijn? Je weet het, he? Twee uur rijden, een kwartier rust.”