HERBOREN EN KRACHTIGER DAN OOIT

Bij het Europees kampioenschap atletiek in Stockholm wordt vanmiddag haar nummer gelopen. Maar Nelli Cooman, twee keer wereld- en zes keer Europees kampioen op de 60 meter, herstelt thuis van een hernia-operatie. Bij de Olympische Spelen in Atlanta wil ze straks uitblinken op de 100 meter. Het lijkt een onmogelijke opgave. Cooman vindt van niet. “Ik kan de hele wereld aan.”

Toen ze als kind nog in Suriname woonde, nam Nelli Cooman zich al voor om later beroemd te worden. “Ik ben altijd een strebertje geweest. Ik wilde opvallen, dingen beter doen dan anderen. In de tijd dat ik voetbalde, stond ik al in de huis-aan-huisbladen, de Havenloods en Het Zuiden. Ze noemden me Miss Pelé. Dat vond ik geweldig. Na mijn eerste Europese titel liep ik in de wolken. Iedereen keek naar me.”

De combinatie van medailles én een opvallende verschijning bezorgde Cooman grote bekendheid. De kleine Rotterdamse was niet alleen zo snel als de wind, maar ze kreeg al voor de start de camera's op zich gericht als ze zich met de handen in de lucht tot God richtte en ook nog eens haar tegenstandsters beleefd het beste toewenste. Het had niets met show te maken, beweert Cooman. “Ik ben gewoon zo. Wij Nederlanders zijn koel, koude kikkers. Maar ik heb ook Surinaams bloed en daardoor ben ik warmer. Ik durf mijn emoties te tonen. Dat bidden voor de start deed ik bij de jeugd al. Ik heb er nog foto's van.”

Toch werd er in het begin van haar carrière hard aan haar public relations gewerkt. “Dan werd ik met Ruud meegestuurd.” Ruud? “Ja, Ruud Gullit. We zaten bij dezelfde manager.”

Nu staat de kleurrijke atlete al jaren op eigen benen. Cooman wordt ook nu ze al een tijd geen prestaties heeft geleverd toch voor alles en nog wat gevraagd. In het ziekenhuis, waar ze in januari voor haar hernia-operatie lag, was het “een gekkenhuis” rond haar bed. Veel bezoek, bloemen, kaarten, lekkernijen. Ze gaat staan en trekt haar broek op. “Ik ben nu weer afgevallen, maar in het ziekenhuis was ik dik geworden, joh. Mijn moeder bracht elke dag eten mee. Ook De Engel (een restaurant, red.) liet steeds wat bezorgen. Ik wilde kaviaar en kreeft en dat kreeg ik ook.” De atlete geniet van de glitter en glamour. “Er vraagt weleens iemand aan mij hoe het is om bekend te zijn. Ach, ik weet niet beter.”

In de brasserie van het Feyenoord-stadion, die verleden jaar door haarzelf werd geopend, staart Cooman een paar keer naar een andere tafel. “Ik ken die man!”, zegt ze. “O ja, nu zie ik het. Hij heeft me een taart gestuurd in het ziekenhuis. Even bedanken.” Ze komt terug met een visitekaartje van 'de taartenarchitect'. Cooman is behendig in het leggen en onderhouden van contacten. “Door veel te lobbyen werk ik aan mijn toekomst.”

Ze wil ook na haar sportieve loopbaan een bekende Nederlander blijven. Een baan bij de televisie lijkt haar wel wat. “Ik zou wel iets willen presenteren. Een leuk programma, voor kinderen misschien. Zoiets wat Peter-Jan Rens doet. Hoe heet dat programma ook alweer? Geef nooit op.”

Voorlopig is ze nog een sportvedette. En daarom is het misschien handig om het volk in de waan te laten dat ze de Olympische Spelen in Atlanta kan halen. “Nee!” Het is een serieus streven, benadrukt Cooman. “Ik voel me als herboren en krachtiger dan ooit. Het is zoals in 1986.” Maar Cooman mag voorlopig nog alleen maar op de loopband van haar fysiotherapeut Daan Spanjersberg rennen en de periode om zich op Atlanta voor te bereiden en de limiet - 10,20 seconden - te halen, is kort. “Wat is kort, verdorie! Alleen maar trainen, trainen, trainen is ook niet goed. Misschien is deze rustperiode juist wel heel goed geweest. Ze zijn heel voorzichtig met me. Als het aan mij ligt, wil ik nu gaan lopen. Ik wil naar buiten! Soms voel ik dat ik de hele wereld aankan.”

Cooman is wel al 31 jaar. “En in juni word ik zelfs 32”, reageert ze fel. “Kijk eens naar Ashford, Ottey en Flo-Jo. Hoe oud waren die toen ze hun beste periode hadden? Je gaat als je ouder bent beter nadenken over het lopen.” Wanneer liep ze voor het laatst 10,20 of sneller? “In 1990, dacht ik. Ik weet het niet zeker”, reageert Cooman. “Ja, dat is zes jaar geleden. Dat zegt niets. Ik weet wat ik in me heb. Ik heb me jarenlang door ziekte, blessures en privé-omstandigheden niet goed gevoeld. Ik had niet zo'n behoefte om te lopen.”

Eerlijk is eerlijk, Nelli Cooman heeft iedereen wel vaker versteld doen staan. In 1994 heroverde ze in Parijs na vier jaar haar Europese titel op de 60 meter. Ze beschouwt het als de mooiste overwinning uit haar carrière. “Daar liep ik just for myself. Ik zat alleen in een hotelletje op vijf minuten lopen van de hal. Voor het eerst had ik geen gezeik aan mijn kop, zoals bij al die vorige titels. Er was toen altijd wel wat aan de hand. Of er waren problemen met de bond, of met collega's.”

Na de dood van haar vader in 1990 kwam ze tot de constatering dat ze zich in al die jaren van succes ongelukkig had gevoeld. “Ik was eenzaam. Ik liep alleen maar. Ik had mensen pijn gedaan door ze te verwaarlozen. Als zo'n dierbaar iemand overlijdt, word je wakker geschud. Mijn familie kende alleen de Nelli Cooman van de tv. Maar ze stonden thuis toch altijd voor me klaar. Ze maakten zich bij wijze van spreken al zorgen als ik een nagel had gebroken. Ik belde uit het buitenland op om te vertellen wat ik wilde eten. Dat stond dan klaar als ik van Schiphol kwam. Maar eenmaal thuis kreeg ik door de stress niets naar binnen. En twee dagen later vertrok ik weer.”

Het was, zegt ze, de tol die ze voor het succes moest betalen. Want winnen werkt verslavend. “Je voelt je zó machtig. Je hebt het gevoel dat je de hele wereld aankan. De kick van: yes, ik heb het gedaan. Het is te vergelijken met verliefdheid. Wat dat precies is, kan ik ook niet beschrijven. Ook niet met mijn gedichten.”

De kans om ooit nog te winnen, is klein voor Cooman, zo niet nihil. “Toch ga ik altijd voor de eerste plaats. Het doel hoort ook hoger te zijn dan de verwachting. Laat de mensen die betere tijden hebben staan het eerst maar eens bewijzen. Aan de start staat iedereen op nul-komma-nul. Doen atletes als Ottey en Privalova het zo goed bij grote wedstrijden? No way! En ik sta er wel bij belangrijke races.”

Ze won één keer in haar carriére een belangrijke prijs op de 100 meter, het EK-brons in 1986. Maar Cooman boekte toch vooral succes - met het wereldrecord (7,00), ook in '86, als hoogtepunt - wanneer de finishlijn veertig meter eerder was getrokken. Door velen wordt die 60 meter indoor als niet volwaardig beschouwd. Vroeger kan Cooman zich mateloos ergeren aan dergelijke opmerkingen, maar nu maakt ze zich er niet druk meer om. “Voor die 60 meter moet je net zo hard trainen als voor de 100 meter. En laat iemand eerst maar eens hetzelfde bereiken als ik, zo veel titels in zo'n lange tijd. Ik was niet bepaald een eendagsvlieg.”

Cooman kijkt vandaag niet naar de EK-finale op de 60 meter. Dat kan ze niet aan, zegt ze. “Als ik zelf niet loop, kijk ik niet. Dat doe ik mezelf niet aan. Laatst heb ik Ottey zien lopen in Lièvin. Mijn hart ging te keer en daarna had ik drie dagen koppijn. Het is te emotioneel. Ik wil zelf meedoen. Ik kan niet zonder dat hardlopen.”

Eens zal ze toch moeten stoppen. “Ik zal niet in een zwart gat vallen”, is de overtuiging van Cooman. “Er zullen andere dingen voor in de plaats komen. Ik wil graag kinderen, bijvoorbeeld. Een kind krijgen is ook iets unieks.” Wie weet komt het er met haar nieuwe vriend van. Ze is in ieder geval privé weer gelukkig.

Maar eerst wil ze zich nog vooral op Atlanta richten. “Ik doe er alles voor. Vanavond lig ik weer om negen uur in bed.” Het is een misschien een kleinigheid, maar ze heeft alleen nog geen trainer. “Ik heb wel iemand op het oog”, zegt ze. Het is niet Henk Kraaijenhof, de man met wie ze grote successen behaalde. “Henk heeft het druk”, legt de atlete uit. “Ik heb iemand nodig die elke dag voor me klaarstaat. Het klinkt misschien arrogant. Ik ben misschien ook arrogant. Maar ik ben een topsporter. Ik wil geen geouwehoer om me heen. Ik wil geen trainer die ik steeds moet bellen om te vragen of hij tijd voor me heeft.”

Ze had een zeer innige band met Kraaijenhof. Dat is voor een individuele sporter bijna een noodzaak om optimaal te kunnen presteren. Soms gaat het, zoals in de affaire met de drie judoka's en Ooms blijkt, te ver. Cooman begrijpt niet dat het kon gebeuren. “Waarom zijn die meiden niet eerder naar een vertrouwenspersoon toegestapt”, vraagt ze zich af.

“Henk en ik lagen ook weleens op één kamer. En als ik niet kon slapen, pakte ik mijn kussen en ging bij hem in bed liggen. Dat vonden we heel gewoon. Hij praatte of was aan het schrijven en ik viel in slaap. Er is nooit wat gebeurd. Welnee! Zoiets komt toch niet bij je op. Dat heeft met respect te maken. Weet je, Henk heeft me zelfs nooit in mijn nakie gezien. We waren als vader en dochter. Jij bent mijn kind, zei Henk altijd. Nog steeds. Ik zou iedereen aan Henk toevertrouwen.”

“Zeg over Nel nooit nooit”, reageert Henk Kraaijenhof op het streven van zijn oude pupil om Atlanta te halen. De Amsterdamse atletiekcoach denkt echter wel dat er “een wondertje” moet gebeuren, wil het zo ver komen. “Alles hangt af van de chauffeur, dat is de geest, die stuurt de auto - het lichaam. Ik weet niet of Nelli nog de bereidwilligheid heeft om er alles voor over te hebben. Ze vindt de showbizz ook belangrijk en die is niet te combineren met topsport.”

Kraaijenhof zou 'Nel' een olympisch startbewijs van harte gunnen. “Het is een fantastische meid. De Nederlandse atletiek heeft zo iemand hard nodig. Nelli kon zich uit een verslagen positie terugvechten. Dat was pure vechtlust. Het zal moeilijk zijn om in Nederland een nieuwe Nel te vinden.”