Een sprookje op de beursvloer

STEPHEN FAY: The Collapse of Barings

308 blz., geïll., Richard Cohen Books 1996, ƒ 67,-

NICK LEESON (met Edward Whitley): De bom onder de Barings bank. Een handelaar-oplichter die de bank liet springen, zijn eigen verhaal

240 blz., A.W. Bruna 1996, vert. van 'Rogue Trader. His own Amazing Story', ƒ 34,90

In de zomer van 1994 veranderde Nick Leeson zijn computerwachtwoord in Superman. De optiehandelaar van Barings Bank in Singapore was een gevierde jongen. De zevenentwintigjarige zoon van een stucadoor, opgegroeid in een Londense voorstad, boekte enorme winsten voor de eerbiedwaardigste van alle Britse banken. Simex, de Optiebeurs van Singapore, beloonde Barings met de prijs van 'handelaar van het jaar'.

Driekwart jaar later was Barings bankroet als gevolg van rampzalige verliezen van Leeson die opliepen tot 867 miljoen pond sterling. Leeson vluchtte met zijn vrouw Lisa, werd vervolgens gearresteerd in Frankfurt, uitgeleverd aan Singapore en daar tot zes en een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Barings was ondertussen opgekocht door de Nederlandse ING Groep.

De Leeson-affaire was spektakel en drama. Het groeide uit tot een onderwerp van mythevorming over samenzweringen op de beursvloer, over de klassenstrijd binnen de City, over de krankzinnigheid van de elektronische financiële markten. Daarbij werd uit het oog verloren dat Leeson vooral een oplichter was.

Drama

De Britse oud-journalist Stephen Fay stelt zich in The collapse of Barings op als de openbare aanklager in de Leeson-zaak. “De val van Barings (...) onhult kapitale blunders in de manier waarop een legendarische bank in de City werd geleid en is een voorbeeld van kantoorpolitiek en incompetentie die men niet zou geloven als ze niet echt gebeurd waren. De Bank of England heeft een bende gemaakt van het toezicht op Barings. Deze incompetentie van de City gaf aan Leeson het belangrijkste argument voor zijn verdediging: dat hij het ware slachtoffer van de zaak was omdat hij de ruimte had gekregen door te gaan met zijn fraude en bedrog.”

Fay maakt korte metten met het beeld van een baldadige handelaar die het goed bedoelde: “De omschrijving 'oplichter' doet geen recht aan de misdaden die Leeson vanaf juli 1992 beging en die doorgingen tot februari 1995.”

In Leesons eigen verhaal, Rogue Trader (in het Nederlands vertaald als De bom onder de Barings bank), ligt de nadruk op het gemak van het bedrog en de bereidheid van het management bij Barings om de onregelmatigheden te veronachtzamen. Met zijn baas praatte Leeson over voetbal als het over onopgehelderde transacties moest gaan, het hoofdkantoor in Londen bleef zonder vragen te stellen geld sturen om zijn verliezen te dekken, de accountants van Coopers & Lybrand kon hij misleiden met een vervalste brief die hij met schaar en plakband in elkaar had gezet en van zijn huisfax had verstuurd.

Leesons versie van de ondergang van Barings is die van een handelaar die wanhopig roept: 'Houd me vast of ik bega een ongeluk'. En omdat niemand hem vasthield, beschuldigt hij zijn oude vrienden en medewerkers van stompzinnigheid, incompetentie en hebzucht. Alleen Lisa, zijn vrouw, blijft hij trouw. Maar ook voor haar hield hij, net als voor zijn collega's en bazen, ruim twee jaar zijn dubbelleven als rampspeculant verborgen.

Fay heeft voor zijn boek niet met Leeson mogen spreken (overigens ook niet met de ING-top) en noodgedwongen gebruik gemaakt van de volledige tekst van het BBC-interview dat Sir David Frost vorig jaar met Leeson had. Dat blijkt geen bezwaar: de strekking van de interviewfragmenten die Fay citeert, komt overeen met het uitvoeriger verhaal in Leesons boek. De discrepanties die Fay aantoont tussen Leesons versie van de gebeurtenissen en de ware toedracht, houden daarom stand.

Zo vertelt Leeson in Rogue Trader dat hij de error account 88888, de rekening waarop administratieve vergissingen werden geboekt die onvermijdelijk zijn bij de hectische optiehandel, kort na zijn aankomst in Singapore, zomer 1992, op verzoek van Barings in Londen had geopend. Hij schrijft niet dat hij enkele dagen later een computertechnicus in Singapore opdracht gaf de software te veranderen, zodat de belangrijkste informatie over deze rekening niet meer naar Londen werd doorgegeven.

Fay concludeert: “Dit (d.w.z. deze aanpassing) kon slechts zijn ontworpen om het kantoor in Londen te misleiden.”

In zijn eigen verhaal beweert Leeson dat hij rekening 88888 (vijf keer het Chinese geluksgetal) voor het eerst gebruikte in november 1992 om een fout van een van zijn medewerksters weg te werken. Maar Fay heeft in de overzichten van SIMEX gevonden dat Leeson al tien weken eerder handelde via de error account.

Leeson maakt zich voortdurend kwaad op Barings. De bank was niet bereid te investeren in voldoende, goed opgeleid personeel in Singapore. Daarom maakte zijn staf zoveel administratieve fouten bij de verwerking van transacties. In Londen zei Peter Baring, de topman van de bank, dat “geld maken in de effectenhandel helemaal niet zo moeilijk was”. Leeson, geërgerd door zoveel aristocratische arrogantie terwijl hij zich uitsloofde in Singapore, schrijft dat geld verdienen verschrikkelijk moeilijk is. Als enige wist hij immers hoe zijn verliezen opliepen.

Want al die tijd dat hij als gevierd handelaar van Barings bekend stond, was Leeson bezig kunstmatig de winsten van zijn arbitrage-handel op te blazen: hij maakte gebruik van minuscule, kortstondige koersverschillen tussen de optiebeurzen van Singapore en Osaka. Het verschil tussen de werkelijke transacties en de niet-bestaande winsten boekte hij op de error account. Deze rekening gebruikte hij ook om de margin calls, de verzoeken van SIMEX om de storting van garantiebedragen voor de optiehandel, te drukken. Leeson, zo blijkt uit Fay's beschrijvingen, vervalste voortdurend de boeken.

Gok

Tegen het einde van 1994 was het verlies op rekening 88888 zo groot dat het bij de sluiting van de boeken of bij de accountantscontrole vroeg of laat moest uitkomen. Leeson besloot zijn speculaties op te voeren om dit tekort weg te werken. Begin 1995 probeerde hij in zijn eentje om de index van de Japanse effectenbeurs te sturen in de richting die hem winst zou opleveren. Het was, in de woorden van Fay, een krankzinnige gok die geen enkele ervaren handelaar ooit zou nemen. Toen de Japanse beursindex door de aardbeving in Kobe (januari 1995) extreme uitslagen vertoonde, was Leesons lot bezegeld. In een ongelooflijke apotheose vroeg hij steeds grotere bedragen aan geld uit Londen zonder daar kennelijk argwaan te wekken.

Anders dan het boek van Judith Rawnsley (Going for Broke - Blauw bloed, rode cijfers, boekenbijlage 3-2-96) dat kort na de val van Barings uitkwam en smakelijke beschrijvingen van de cultuur binnen Barings bevatte, beschrijft Fay ook de teloorgang van de bank, de mislukte reddingsoperatie en de publikatie van de rapporten van de Bank of England en van de Singaporese autoriteiten. Zijn boek komt langzaam op gang, maar het werkt onontkoombaar toe naar de conclusie dat Leeson een oplichter was. “Leeson was een zwendelaar, in het juiste bedrijf, op de juiste plaats, op het juiste moment.”

Toedekking

De details over de spanningen, de vlucht, de arrestatie, de gevangenschap en de liefde voor Lisa staan leesbaar beschreven in Leesons eigen verhaal Rogue Trader. Dat is ongetwijfeld te danken aan het werk van de schaduwauteur Edward Whitley. De Nederlandse vertaling van het soms technische financiële jargon is goed, maar de boekverzorging is nogal goedkoop en het is jammer dat Bruna het boek heeft uitgegeven zonder de foto's die in de Engelse uitgave staan (Little, Brown and Company). Fay merkt overigens op dat een pr-bureau zich bezig heeft gehouden met de presentie van het imago van Nick als de gewone jongen, de zondebok voor de blunders die gemaakt zijn door de Barings-leiding.

Deze toedekkingstheorie veegt Fay van tafel. Hij komt wel met een andere toedekking, namelijk door Singapore. De Singaporese autoriteiten wilden de reputatie van de SIMEX-optiebeurs niet beschadigen en schoven alle schuld op het incompetente management van Barings en op de accountants die zich lieten misleiden. Maar het toezicht van SIMEX faalde evenzeer en Leeson kon zijn fraude niet verrichten zonder de gehoorzame medewerking van zijn (Singaporese) assistenten. Die deden wat hij ze opdroeg.

Wat bezielde Leeson eigenlijk? Fay probeert die vraag te beantwoorden en suggereert dat het méér was dan geldhonger, de behoefte aan status of de wens om Lisa een plezier te doen. Leeson leefde in een fantasiewereld, met de dubbele persoonlijkheid van de ambitieuze jongen die door iedereen aardig gevonden wil worden en van de roekeloze branieschopper die 'bakken vol geld' wil verdienen om indruk te maken op zijn oude voetbalvriendjes in de Londense voorstad. Uit zijn eigen verhaal komt Leeson naar voren als de grenzeloze bluffer, die steeds dieper verstrikt raakt in zijn smoezen omdat hij niet tijdig tegen zichzelf durft te zeggen: tot hier en niet verder. De Leeson-affaire is een modern sprookje op de beursvloer, vol grote en kleine schurken maar zonder helden.