Een Hoornse held herdacht

WILLEM YSBRANTSZ. BONTEKOE: Iournael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe. De wonderlijke avonturen van een schipper in de Oost, 1618-1625, ingeleid en van commentaar voorzien door V. Roeper

165 blz., geïll., Terra Incognita 1996, ƒ 24,50

G. VERHOEVEN en P. VERKRUIJSSE (eindred.): Iournael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe vande Oost-Indische Reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn. Descriptieve Bibliografie 1646-1996

304 blz., geïll., Walburg Pers 1996, ƒ 99,-

K. BOSTOEN, R. DAALDER, V. ROEPER e.a.: Bontekoe. De schipper, het journaal, de scheepsjongens

96 blz., geïll., Walburg Pers 1996, ƒ 24,50

P. WIJN (tekeningen) en H. JACOBS (tekst): De scheepsjongens van Bontekoe

136 blz., Alpha i.s.m. Het Nederlands Scheepvaartmuseum 1996, ƒ 9,95

De tentoonstelling 'Bontekoe, de schipper, het journaal, de scheepsjongens' in het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam duurt t/m 30 juni 1996.

Hoewel ze beiden een ereplaats hebben verworven in de galerij der vaderlandse helden, faalde de een waar de ander slaagde. Beiden vlogen met hun schip de lucht in, maar Jan van Speyk overleefde het niet, terwijl schipper IJsbrant Bontekoe het heeft kunnen navertellen. Sterker nog: hij heeft zijn dramatische avontuur gedetailleerd beschreven en die tekst is een van de meest gelezen boeken uit de Nederlandse geschiedenis geworden. Het werd, onmiddellijk na verschijnen in 1646 een bestseller. Dat is 350 jaar geleden, een goede aanleiding voor de publikatie van een aantal boeken over deze held en een tentoonstelling in het Nederlands Scheepvaartmuseum te Amsterdam.

Het is zeer de vraag of de auteur, die leefde van 1587 tot 1657, en zijn Hoornse uitgever Jan Jansz. Deutel dit succes hebben voorzien. Waarschijnlijk niet, omdat ze anders de tekst wel eerder hadden uitgegeven. In 1646 was het namelijk al 27 jaar geleden dat de meest bekende episode van Bontekoe's avonturen had plaatsgevonden. Bovendien heeft Deutel geen privilege aangevraagd, waarmee hij zich had kunnen beschermen tegen eventuele roofdrukken. Toen die al snel begonnen te verschijnen heeft hij dat zeer betreurd. Waarschijnlijk is het een gezonde gok van Deutel geweest: een boekje over een rampzalig verlopen reis van een schip van de Verenigde Oostindische Compagnie, van het soort dat in deze jaren in zwang begon te raken. Schipbreuk, muiterij en andere maritieme misère ging er bij het publiek grif in. Bovendien zat er aan deze uitgave nog een aspect van lokaal chauvinisme. Hoorn was in deze jaren een welvarende stad met burgers die daar trots op waren. Zij zouden zeker wel een boek aanschaffen waarin een Hoornse zoon een heldenrol speelde.

Na de bijbel en na een aantal stichtelijke werken is dit het meest populaire Nederlandse boek van de 17de en 18de eeuw geweest. De Bontekoekunde heeft in een vorige week verschenen bibliografie uitgewezen dat vanaf de eerste uitgave in 1646 tot in 1810 ruim 60 drukken zijn verschenen. Vertalingen verschenen in het Duits, Frans, Engels, Deens en Pools. In de 19de eeuw bleef Bontekoe populair vooral in bewerkte vorm. Maar zijn karakter veranderde. Ten eerste ontwikkelde Bontekoe zich van een lokale tot een nationale held en hij werd meer en meer een voorbeeld voor de jeugd in het genre Piet Heyn en Michiel de Ruyter. Ook in de illustraties krijgt Bontekoe een ander aanzien: in plaats van eenvoudige scheepskleren gaat hij in de 19de eeuw ondanks alle ontberingen gekleed in een keurig pak zoals de schutters van Frans Hals. Ook van de bewerkingen verschenen vele vertalingen. Tot in het Javaans, Soendanees, Maleis, Chinees aan toe.

Fabricius

In de twintigste eeuw zette deze didactische traditie zich voort, maar na het verschijnen van Johan Fabricius' boek De scheepsjongens van Bontekoe in 1924 raakte de schipper zelf op de achtergrond. De heldenrol viel nu toe aan Hajo, Rolf en Padde. Dit boek, waar Bontekoe eigenlijk meer een strenge doch strikt rechtvaardige oom op de achtergrond is, genoot eveneens een ongekende populariteit. Het is 21 maal herdrukt, wat neerkomt op zo'n 250.000 verkochte exemplaren.

In Bontekoe's Journael worden drie reizen beschreven die in elkaars verlengde liggen. De heenreis in 1618 uit Hoorn van het schip Nieuw Hoorn met 206 opvarenden waarop Bontekoe schipper was. Niet ver van de plaats van bestemming, Batavia, vloog het schip de lucht in. Het tweede deel beschrijft de reizen van Bontekoe in de Aziatische wateren en vooral zijn rol bij de militaire acties tegen de Portugezen in Macau en tegen de Chinezen bij de Pescadores. De avontuurlijke terugkeer in 1625 naar het vaderland met een zonnig verblijf op Madagascar maakt het derde deel van het boek uit.

Het meest bekend is het eerste deel geworden. De reis van de Nieuw Hoorn was een ongeluksreis. Al binnen twee weken brak de grote mast, er heerste scheurbuik en tot de ontploffing waren er 17 man overleden. De reis duurde toen al elf maanden. En dan voltrekt zich de ramp. De beschrijving daarvan moet menig Hollandse knaap eeuwenlang hebben doen huiveren en ook wel hebben bevreemd. De passage waarin Bontekoe de ontploffing beschrijft getuigt niet alleen van grote koelbloedigheid en godsvrucht, maar heeft ook iets absurds. Het schip spat uiteen 'in honderdduizend stukken' en degenen die nog aan boord waren, behalve Bontekoe zelf en een scheepsjongen, worden 'aen hutspot gheslaghen'. Bontekoe schrijft hoe hij de lucht in geslingerd wordt, beide armen uitstrekt, God aanroept en zich realiseert dat zijn einde nabij is, terwijl hij zich tegelijk heel vrolijk voelt. Hij valt in het water en weet, hoewel gewond, zich aan de wrakstukken vast te klampen en wordt opgepikt door de mensen die het schip hadden verlaten.

Er is vrijwel geen leeftocht aan boord, zeilen, masten en navigatie-instrumenten ontbreken, maar Bontekoe knutselt een kaart, een graadboog en een kwadrant inelkaar. Hij laat touw uitpluizen en beveelt de mannen om van de hemden en broeken zeilen te maken. Dertien dagen dobberen de mannen rond, velen laten de moed zakken, enkelen sterven. Wanneer Bontekoe bespeurt dat er plannen worden gesmeed om een van de scheepsjongens te doden en op te eten is hij ten einde raad. Hij spreekt zijn mannen moed in, houdt hen keer op keer voor dat er land in de buurt moet zijn en bidt uit alle macht. Juist op tijd doemt de redding op, de schipbreukelingen komen aan op een eilandje aan de zuidkust van Sumatra.

De contacten met de inwoners verlopen onaangenaam. De mannen moeten vluchten, zeilen verder en worden eindelijk in Straat Sunda opgepikt door een Nederlandse vloot en naar Batavia gebracht. Van de oorspronkelijk 206 opvarenden hebben er slechts 54 Batavia bereikt.

Bontekoe vaart en vecht vijf jaren in de Oost en keert dan terug. In november 1625 is hij na zes jaar weer thuis. Hij moet een klein kapitaal hebben verdiend, hij trouwt en houdt zich voortaan bezig met de houthandel en met investeringen in de scheepvaart en in land. De schipper die jarenlang de Aziatische wateren heeft doorkruist, die gevochten heeft met Portugezen, Chinezen en Sumatranen, die menigmaal de dood in de ogen heeft gezien, handelt nu in hout en voert processen over pietluttigheden als niet betaalde spijkers en klimop die vanuit zijn tuin op het dak van de buurman groeit.

Hoe het Iournael precies tot stand is gekomen is niet duidelijk. Waarschijnlijk heeft een geschreven verslag samen met Bontekoe's mondelinge verhalen als basis gediend voor de uiteindelijke tekst. Daarbij heeft Deutel, een actief lid van de Hoornse Rederijkerskamer, ongetwijfeld de nodige retorische en stilistische ingrepen verricht. Het grote succes moet het gevolg zijn van een gelukkige combinatie van minstens drie elementen. Het is in de eerste plaats een plastisch verteld avonturenboek met een held die gewoon en aards is, wijs en standvastig, maar ook soms wanhopig en bedroefd. Zijn onschokbaar geloof is de tweede reden van het succes. Bontekoe treedt op als een vaderlijk leidsman voor zijn manschappen. Nooit verliest hij het vertrouwen in God. Ritmisch wisselen gevaar, angst, gebed en redding elkaar af. En na elke gelukkige uitkomst, na een storm, na honger en dorst, na een militaire bedreiging, wanneer Bontekoe en zijn mannen de dans weer eens ontsprongen zijn, staat in de tekst, bijna als een Christelijke reclameformule, dat dit door Gods ingrijpen aldus verlopen is. In die zin is deze tekst een christelijke spiegel die keer op aantoont dat een ongeschokt Godsvertrouwen wordt beloond. Er zit zelfs een overduidelijke parallel met een bijbelpassage in het boek. Wanneer, na de fatale ontploffing, de mannen op de kust van Sumatra zijn geland, beklimt Bontekoe in zijn eentje een berg om uit te kijken, na te denken en te bidden. Wanneer hij opkijkt wijken de wolken uiteen en ziet hij Java ligen. Hij daalt af van de berg en weet kort daarna zijn mannen door Straat Sunda naar Batavia te leiden. Dit is een duidelijke variant op het verhaal van Mozes die de berg beklimt en zijn volk naar het Beloofde Land geleidt.

Naast avontuur en godsvrucht in dit boek, ”'T welck yder met vermaecken sticht“, zoals het in een aan Bontekoe opgedragen vers heet, bevat het werk een derde element. Dat komt in geen andere vergelijkbare reistekst uit deze periode voor, namelijk het absurde van bepaalde passages. Of het nu zo bedoeld is of niet, sommige avonturen hebben iets komisch. Bontekoe's uitvoerige overwegingen wanneer hij in de lucht geslingerd wordt is daar een voorbeeld van. Een ander absurd verhaal betreft de twee hoofdwonden die Bontekoe heeft opgelopen. Bij gebrek aan een verbandtrommel zet hij een kussen dat kennelijk in de golven ronddobberde op zijn hoofd. Op de illustraties zien we de schipper dan ook afgebeeld met dit belachelijk grote driehoekige noodverband op zijn hoofd. Een ander voorbeeld is de passage waarin de schipper beschrijft hoe de Hollanders bij Madagascar aan land gaan, begeleid door een violist en dat de inwoners daar hoogst verbaasd op reageerden. Ze 'knipten op de duymen, dansten en sprongen, en waren verheught en vrolijck'. Later lezen we hoe Bontekoe op Sumatra na een bezoek aan het binnenland over een riviertje door twee inlanders weer teruggeroeid wordt naar de kust. Hij is ongewapend en voelt zich zo bedreigd dat hij zijn einde nabij waant. Maar dankzij een plotselinge ingeving begint hij uit volle borst te zingen, zodat de Hollandse liederen luid door het oerwoud schallen. De inlanders zijn zo verbluft dat ze hem niets doen. Ook dit kan een parallel met een bijbelverhaal zijn, maar door de surreële beschrijving heeft het iets humoristisch. Het is opvallend dat juist deze absurde maar niet minder realistische passages alle ook geïllustreerd zijn, waardoor ze de lezer nog beter in het hoofd gegrift staan.

Bontekoea

Bontekoe's reis is bijna honderdmaal uitgegeven, in zijn geheel of in bewerkte en vertaalde vorm. Er is nu een nieuwe geannoteerde teksteditie verschenen met een goede in- en uitleiding. Wie zich even de tijd gunt om te wennen zal merken dat het 17de-eeuwse Nederlands goed te volgen is. De tekst is beeldend en bevat geen ingewikkelde zinsconstructies. Het is 'meer op waerheydt als op cierelijckheydt van seggen' geschreven, zoals de uitgever het aanprees. Naast deze teksteditie verscheen onder auspiciën van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging een wetenschappelijke bibliografie waarin alle na uitvoerig onderzoek in binnen-en buitenland aangetroffen drukken gedetailleerd beschreven zijn.

Vooral historisch letterkundigen, boekwetenschappers en antiquaren zullen profijt hebben van een dergelijke studie. Maar de inleiding maakt ook duidelijk wat voor historische conclusies uit een dergelijk onderzoek voortkomen. Men volgt een tekst door drieëneenhalve eeuw en dan blijkt dat de oertekst 150 jaar lang vrijwel onveranderd is herdrukt. Het is een uitgave zonder risico geweest. Door al die drukken formeel te vergelijken blijkt dat de verschillende uitgevers alle mogelijke moeite hebben gedaan om de produktiekosten te drukken: de letter werd kleiner en de bladspiegel groter, men ging op steeds slechter papier drukken en de tekst verscheen, wat krapper, in twee kolommen. De inleidende gedichten werden weggelaten, dezelfde illustraties werden verkleind gekopieerd en zo bespaarde men op alle mogelijke manieren papier. Zo'n studie brengt de lezer dicht bij de concrete commerciële kanten van het uitgeversvak. Ook de tentoonstelling maakt het boek en de auteur tastbaar. In een levendige opstelling wordt het verhaal op verschillende manieren verteld: door middel van bewegende diorama's, door vertelstemmen, door teksten. En daarbij liggen dan de tastbare herinneringen aan Bontekoe zelf. De archiefstukken die getuigen van zijn Aziatische reizen en van zijn leven in Hoorn. Er is zelfs een boedelbeschrijving teruggevonden die laat zien wat voor huisraad hij bezat. Er liggen natuurlijk vele drukken van het Iournael waarbij men kan zien hoe de uitgaven een steeds morsiger aanzien kregen. Ook is er een afdeling gewijd aan de vele uitgaven van Fabricius' De scheepsjongens van Bontekoe (in het Tsjechisch Plovici Kapitána Bontekoea geheten).

In de tentoonstelling en in het begeleidende boek ligt een sterk accent op de produktie van Bontekoe's boek. Enige aandacht aan de consumptie, aan koper en de lezer zou op zijn plaats zijn geweest. Hoeveel kostte zo'n boekje, hoe hoog was de oplage van een druk, wie kocht het en wie las het? Al was het maar een indicatie. Het weinige dat er over bekend is staat wel in de bibliografische studie en dan blijkt dat niet alleen de minder koopkrachtige lezer het Iournael heeft aangeschaft, maar ook mensen als de schilder Pieter Saenredam en de geleerde Isaac Vossius het in hun bibliotheek hadden. Dit gemis neemt niet weg dat schipper Bontekoe op de tentoonstelling wordt herdacht op een manier die zowel aantrekkelijk is voor scheepshistorici als voor liefhebbers van het oude boek en niet te vergeten voor kinderen. Ook de publikaties bereiken verschillende niveaus, ze variëren van een wetenschappelijke bibliografie tot een stripverhaal. Wie gaat kijken en lezen zal nog steeds kunnen profiteren van 'de soetste tijdt-korthinghen', zoals uitgever Jans Jansz. Deutel het in zijn voorwoord noemde. En hij zal zeker zijn tijd 'niet qualijck besteet achten'.