Een goede elektronische krant kost geld

De computergeletterde consument heeft op het ogenblik een ruime keus uit gratis elektronisch nieuws. Honderden kranten in binnen- en buitenland hebben een pendant op Internet, honderden andere bereiden er een voor. Het zijn experimenten, reden waarom deze elektronische uitgaven in vorm en inhoud nogal van elkaar verschillen.

De kranten op het World Wide Web WWW experimenteren volop met opmaak en presentatie. Op dat gebied heb je als elektronische publikatie veel meer vrijheid dan op papier, maar niemand weet nog wat de lezer op prijs stelt. Het is mogelijk naast afbeeldingen in kleur ook bewegend beeld en geluid in de krant op te nemen, maar of daar behoefte aan bestaat, is niet duidelijk.

De Nederlandse kranten op Internet gaan nog niet verder dan kleurenfoto's. Een bezwaar is dat audiovisuele media de elektronische krant 'dikker' maken, zodat zij langer onderweg is en meer ruimte inneemt in de elektronische brievenbus. Op Internet mogen artikelen rustig wat langer zijn en technisch is er geen enkel bezwaar tegen om alle ingezonden stukken integraal op te nemen. Maar misschien wil de haastige beeldschermlezer juist kortere stukken en minder poespas.

Elektronisch uitgeven is een vak apart. Er moeten zich specialisten mee bezig houden en als die er niet zijn, moeten ze er komen. Redacteuren met belangstelling voor nieuwe media moeten de gelegenheid krijgen zich hier volledig op toe te leggen.

De vraag moet gesteld worden of de elektronische tegenhanger van een dag- of weekblad een aangepaste versie wordt van de papieren uitgave (dat is wat goedkoper, de kopij wordt alleen bewerkt) of een volstrekt onafhankelijk produkt, waarbij al in de fase van selectie van het nieuws met de eigenaardigheden van het medium wordt rekening gehouden. Alleen in het laatste geval zullen de nieuwe mogelijkheden op het gebied van vormgeving en deelname van het publiek volledig kunnen worden uitgebuit.

Willen de kranten niet blijven steken in halfslachtige experimenten dan moet er worden geïnvesteerd, niet alleen in hardware en software, maar ook in liveware, in mensen dus. Op het ogenblik wordt hoofdzakelijk geld uitgegeven aan de goedkoopste benodigdheden: computers, software en Internetaansluitingen. Slechts een enkele uitgever maakt werkelijk een team vrij dat zich kan concentreren op vorm en inhoud van het nieuwe medium.

Een goede elektronische krant zal de uitgever dus geld kosten. Daar zullen op den duur inkomsten tegenover moeten staan. Advertenties? Die hebben op Internet een andere waarde dan op papier. Een advertentie op een linker pagina van een krant heeft een zekere attentiewaarde voor iemand die de rechter leest. Een advertentie linksonder kan de aandacht trekken van een lezer die rechtsboven bezig is.

Maar op het WWW zijn advertenties gekoppeld aan schermbeelden, dus aan artikelen. Alleen wie een bepaalde pagina oproept wordt geconfronteerd met de bijbehorende advertentie. Daar komt bij dat de grafische informatie van een advertentie het gebruik van de pagina vertraagt en dus de gebruiker irriteert. De lezer kan terugslaan door preventief de plaatjes 'uit' te zetten, zodat hij alleen nog tekst op zijn scherm krijgt. Weg advertentie. Redacties zullen het bovendien weinig plezierig vinden voor alle inkomsten van adverteerders afhankelijk te zijn. De consument zal daarom te zijner tijd moeten meebetalen.

Hier is de hele uitgeversbranche bezig in een paradox verstrikt te raken. Omdat het elektronische werk wordt gezien als een diepte-investering maakt niemand zich nog druk om de tegenprestatie van de consument. Eerst het net op. Aan het ontwikkelen van een tariefstelsel en een manier om geld te innen zijn we nog niet toe, lijkt de gedachte. Elektronische kranten zijn zodoende bijna altijd gratis.

Maar de linker hand weet niet goed wat de rechter doet. Want tegelijkertijd mogen elektronische kranten niet concurreren met de corresponderende papieren uitgaven (er zouden eens abonnees kunnen opzeggen). Ze worden daarom gekortwiekt, in het bijzonder in de nieuwsvoorziening. Hier is het geld opeens wel een probleem. Om een paar duizend gulden abonnementsgeld worden experimenten met nieuwe manieren van berichtgeving gefrustreerd.

Het zou beter zijn wèl geld te vragen voor elektronisch nieuws. Er moet niet alleen met vorm en inhoud van de elektronische krant worden geëxperimenteerd, maar ook met dit zakelijke aspect. Straks is de elektronische krant klaar en weet niemand hoe hij moet worden verkocht, of wat de lezer bereid is te betalen.

Het is nog niet goed mogelijk via Internet financiële transacties te regelen, zo wordt gezegd. Dat is waar, maar het is helemaal niet nodig materiaal dat via Internet is aangeschaft ook via Internet te betalen. Een jaar of tien geleden al bood het elektronische prikbord NEABBS (Nederlands Eerste Algemene Bulletin Board System) computerdiensten aan via een telefoonlijn, zoals het raadplegen van databanken, het uitwisselen van elektronische berichten en het downloaden van computerprogramma's.

Geregistreerde gebruikers moesten door geld over te maken een tegoed creëren, en wanneer ze gebruik maakten van de NEABBS-faciliteiten slonk dit tegoed. Men identificeerde zich met een wachtwoord. Er was een tarief per minuut en er werd extra geld in rekening gebracht voor speciale handelingen zoals het laten verzenden van een fax of telex.

Wanneer het tegoed onder een bepaald grens kwam, kreeg men bericht en moest men weer gireren. Zo kan het met een krant natuurlijk ook. Het ligt voor de hand lezers te laten betalen per kilobyte, per woord zou je kunnen zeggen.

Een experimentele constructie zou er als volgt uit kunnen zien: abonnees die zich daarvoor aanmelden blijven voor half geld de krant in de bus krijgen; tegelijkertijd mogen ze voor een symbolisch tarief losse stukken downloaden. De notebook-dichtheid neemt hand over hand toe, en als de elektronische krant voor vijven 's middags (dan wel voor achten 's morgens) beschikbaar is, kan de notebook-bezitter in de trein lekker lezen van het scherm, zonder ellebogenwerk of vuile vingers. Zo krijgt de krant informatie over de mate waarin elektronische nieuwsvoorziening concurreert met papier en doet de onderneming in één moeite ervaring op met het afrekenen.

Dit gebeurt helaas dus niet. De Internetgebruiker, toch al gewend van alles en nog wat gratis te krijgen, went nu ook aan gratis nieuws. Het Eindhovens Dagblad en De Telegraaf, die tot nu toe het meeste lef tonen en het verst gaan in het imiteren van een krant on-line, verwennen zo ook het publiek het meest.

De vraag is: kun je ooit terug? De eerste krant die besluit geld te vragen voor elektronisch nieuws jaagt de lezers onmiddellijk naar de concurrentie, desnoods naar een buitenlandse krant. Op Internet is dat makkelijk genoeg.

Het is niet waarschijnlijk dat alle Nederlandse dagbladen op een dag tegelijkertijd, kartelgewijs, deze stap zetten. Dus is de enige mogelijkheid dat een krant die begint geld te vragen, behalve kwaliteit ook een lokkertje aanbiedt. Gratis toegang tot de elektronische archieven bij een volledig elektronisch abonnement (het Eindhovens Dagblad is zo driest dat nu al gratis aan te bieden). Bij afname binnen een jaar van x kilobyte een gratis CD-ROM met columns. Gratis, of zeer goedkope, software om het binnengehaalde materiaal op de eigen computer te archiveren (Nederlanders gooien niet graag iets weg dat ze hebben betaald). Een eigen homepage bij de krant. Alles kan. Maar er moet nù over worden nagedacht, anders wordt de elektronische krant journalistiek en artistiek een succes, en commercieel een flop.