De val van Wall Street en de herinnering aan '87

AMSTERDAM, 9 MAART. Goed nieuws voor de economie is slecht nieuws voor de beurs. Dat ondervond Wall Street gisterenavond toen het Dow Jones-gemiddelde kelderde met meer dan drie procent, of 171,24 punten, tot 5470,45 punten.

Die daling geeft beleggers dit weekeinde iets om over na te denken. Vergeleken bij de grote sell offs in de Amerikaanse beursgeschiedenis haalt de koersval van gisteren niet eens de top 100 van percentuele koersdalingen, die nog altijd wordt aangevoerd door 19 oktober 1987 (zwarte maandag) met 22,61 procent. Maar de grote krach van 1987 begon ook pas goed op de vrijdagavond voor zwarte maandag, toen de koersen met 4,6 procent naar beneden gingen.

Was dit zo'n vrijdagavond? Er zijn overeenkomsten tussen 1987 en nu. In de loop van 1987 bleek dat de periode van hoogconjunctuur na de zware recessie van begin jaren tachtig niet overging in een diepe conjuncturele neergang. Het tijdperk van midden jaren tachtig tekende zich juist af als wat in het jargon een 'voorraadcorrectie' heet: de industrie nam slechts een adempauze en de economie vervolgde de weg omhoog. De obligatiemarkt pikte dat signaal vroeg op, en daalde fors, waardoor de rente op de kapitaalmarkt in de loop van 1987 steeg van 7,5 procent in januari van dat jaar tot meer dan tien procent in oktober. En juist die oplopende rente sloeg die maand de bodem weg onder de aandelenkoersen.

Als de spectaculaire groei van de werkgelegenheid, die de Amerikaanse autoriteiten gisteren publiceerden, werkelijk een teken is van hernieuwde economische groei, dan is dat ook ditmaal het bewijs dat de Amerikaanse economie een voorraadcorrectie doormaakt en niet, zoals de laatste maanden steeds meer werd gedacht, een periode van lage groei of zelfs recessie tegemoet gaat. Ook nu pikte de obligatiemarkt die signalen vroeg op. Obligatiebeleggers zien de waarde van hun bezit uitgehold door toekomstige inflatie. Elk teken van hoger dan verwachte economische groei, die uit kan monden in hogere inflatie, leidt tot lagere obligatiekoersen en een oplopende rente. Het rendement op de toonaangevende dertigjarige Amerikaanse staatsobligatie loopt al sinds begin dit jaar op, van 5,95 procent tot 6,74 procent gisteren, toen de obligatiemarkt de grootste koersval sinds augustus 1990 doormaakte. Daarmee was de rente het hoogste in zeven maanden. Ook nu bleven de aandelenkoersen al die tijd doorstijgen, terwijl het fundament van de obligatiemarkt langzamerhand verzakte. Overtollige besparingen, die niet door het aantrekken van investeringen werden weggezogen, bleven hun weg naar de aandelenmarkt zoeken.

Een koerscorrectie in New York werd door veel analisten de laatste weken al voorzien. Maar een vergelijking met 1987 gaat de meesten te ver. In plaats van driekwart jaar met de met elkaar uit de pas te lopen, gaan de aandelen- en obligatiekoersen nu pas tien weken ieder hun eigen weg. Als gisteren het begin was van een neerwaartse correctie op Wall Street, dan kan die veel beperkter blijven dan die van oktober 1987, toen er een derde van de aandelenkoersen af ging. Maar een correctie tot onder 5000 punten, schoksgewijs of door een langdurige sukkelmarkt, wordt zeker niet voor onmogelijk gehouden.

Een ander belangrijk verschil is er tussen het monetaire klimaat van toen en nu. Naderhand werd de diagnose gesteld dat de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, in 1987 te laks was geweest met het monetaire beleid, waardoor de inflatie-angst onder beleggers te veel uit de hand was gelopen. Een vermeende onenigheid tussen de Fed en de Bundesbank, die wél eerder op de monetaire rem stapte, droeg toen bij aan de onzekerheid bij beleggers over de internationale rentepolitiek. Nu wordt de het rentebeleid van de 'Fed' beschouwd als neutraal. De markt ging er juist van uit dat over anderhalve week een nieuwe renteverlaging zou worden aangekondigd. De schrikreactie van gisteren was voor een deel een correctie van het feit dat die renteverlaging al in de koersen geprijsd was en er nu hardhandig uit wordt verwijderd.

Wat brengt maandag? In ieder geval een forse reactie in Europa, waar de meeste beurzen sloten toen Wall Street juist even het verlies beperkt leek te houden op 65 punten. Maar de ogen zullen vooral gericht zijn op maandagmiddag half vier onze tijd. Dan komt er, met de opening van Wall Street, meer duidelijkheid.