De lustvolle galop op het knuffeldier

Mannen zijn van paarden overgestapt op auto's. In praktisch en economisch opzicht heeft het paard voor hen afgedaan, omdat je er als het gaat om macht en mobiliteit tegenwoordig niet ver meer mee komt.

Ook hun affectie heeft zich naar de auto verplaatst. Zij hebben daar een emotionele binding mee, die vrouwen veelal niet kennen. In dit opzicht gaan nut en affectie bij de meeste mannen samen. Bij de meeste vrouwen liggen die twee gespreid: auto's zijn om te gebruiken, paarden om te beminnen. Mij is bijvoorbeeld verteld dat bij de bereden politie steeds meer vrouwen komen, omdat is gebleken dat die in het algemeen beter met paarden om kunnen gaan dan mannen, doordat ze beter voelen, kijken en luisteren naar het dier en daarop inspelen. Mannen willen eigenlijk maar één ding: de baas spelen over het paard. Vrouwen willen een eenheid vormen.

Deze generalisatie uit de praktijk komt opvallend overeen met een vrij moderne theorie over sekseverschillen, zoals die door de psychologe Nancy Chodorov is geformuleerd. Jongens maken een totale breuk mee van de vroegkinderlijke hechting aan hun moeder, doordat ze niet alleen zelfstandig moeten worden, maar zich ook voor een manlijke identificatie moeten richten op hun vader. Voor meisjes geldt dat niet. Ze moeten voor hun zelfstandigheid wel loskomen van hun moeder, maar voor identificatie kunnen ze zich op haar blijven oriënteren. Verbondenheid blijft voor hen daardoor een leidend principe. Vrouwen zijn bij conflicten in het algemeen meer uit op harmonie - water in de wijn doen voor de lieve vrede -, mannen meer op confrontatie - uitvechten tot er klaarheid is. En ook politievrouwen kunnen het dus niet laten, zelfs bij paarden zijn ze er op uit bij tegenstrijdigheden - want een paard wil uiteindelijk liever niet bereden worden - tot een eenheid te komen.

Als het gaat om paarden is het grootste sekseverschil echter te zien tussen tien en achttien jaar. Ga 's middags na schooltijd naar een willekeurige manege en je ziet veel meer meisjes dan jongens. Borstelend, kammend, voederend, hoeven uitkrabbend en stallen uitmestend met een ijver die thuis zelden zal worden betoond. Nederlandse cijfers ken ik niet, maar in bijvoorbeeld Duitsland zijn vier keer zoveel meisjes op paardrijles als jongens. Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat komt. Je kunt toch niet, zoals bij ballet waar meisjes ook in de meerderheid zijn, zeggen dat paardrijden iets specifiek feminiens heeft.

Natuurlijk kun je op je tien vingers natellend wel iets bedenken. Het grote dier is te zien als symbool voor de aanstormende seksualiteit. Het is bovendien weliswaar zachtmoedig, maar toch vooral oppermachtig. Die mengeling moet voor kleine en jonge meisjes lustvol zijn, omdat het bij henzelf leidt tot het samenvallen van vreugde en angst, overheersing en onderwerping. Zo'n klein stapje in de richting van de psychoanalyse wil ik nog wel doen.

Niet zo ver als Anna Freud. Zij onderscheidde ten minste vier aspecten aan de meisjesliefde voor paarden. De nimmer aflatende verzorging van het paard betekent een identificatie met de zorgende moederfiguur voor wie geen moeite of vuil te veel is. Dat is nog wel een aardige gedachte. Maar de ritmische schommelbeweging heeft masturbatietrekjes; het gevoel van eenheid met het grote paardenlijf tussen de benen wijst, hoe vurig ontkend ook, op penisnijd en het onder controle hebben van het paard komt voort uit eerzucht. Dat is geen gezellig lijstje voor vaders en moeders die hun dochtertje iedere week trouw naar les brengen en trots zijn op haar vorderingen. Maar helemaal wegwuiven kun je het ook weer niet. Wat moet je bijvoorbeeld met de uitspraak van diverse - nu niet meer rijdende - vrouwen over hun paardenliefde van vroeger: dat ze toen eigenlijk niets liever wilden dan altijd bij het dier zijn en 's nachts dicht tegen het warme paardenlijf aan wilden slapen in de stal.

Maar daarvoor heb ik nu ook een andere verklaring gelezen, die iets meer dan de psychoanalytische theorie is gebaseerd op onderzoek. Dat was er tot nu toe niet, maar in Duitsland verschenen vorig jaar kort na elkaar twee publicaties naar aanleiding van, zij het bescheiden, research, waarvan de resultaten grote overeenkomst vertonen.

Het sleutelwoord is hechting. Uit wat de meisjes vertelden komt het paard voor hen naar voren als hechtingsfiguur, waarbij de erotische aantrekkingkracht wel op de achtergrond aanwezig is, maar verre overvleugeld wordt door de emotionele binding. In zekere zin is het paard te vergelijken met het knuffelbeest of de knuffellap van vroeger. Zoals die eens het kleine kind hielpen korte scheidingen van moeder door te komen - met name bij het slapen gaan - zo helpt het paard bij het losmakingsproces van moeder in de puberteit. Samen met het paard is het meisje sterker en durft zij zelfstandiger te zijn. En ìs zij ook zelfstandiger, want zij zorgt voor haar paard zoals moeder voor haar en zodoende verhoogt zij haar zelfvertrouwen. Het bezig zijn in de stal is minstens zo belangrijk als het rijden en zij doet dit op eigen kracht en onder eigen verantwoordelijkheid.

Dit facet van de opvatting van Anna Freud wordt dus door onderzoek bevestigd. Maar als het gaat om seksualiteit en erotiek zeggen de meisjes dat het juist zo fijn is dat je met je paard wel kunt knuffelen, maar dat het daar lekker rustig bij kan blijven. Het dier maakt geen aanspraak op méér. En hoewel alle meisjes er heilig van overtuigd zijn dat ze hun hele leven zullen blijven rijden, houden de meesten er na hun achttiende mee op, als ze zelfdstandig genoeg zijn om menselijke bindingen aan te durven. Als ze er als volwassenen mee doorgaan veranderen de motieven.

Samenvattend blijkt ook hier het typisch vrouwelijke eenheidszoeken. Zoals de onderzoekers schrijven: “Het gebruik van de zweep sluit het geknuffel niet uit; het zelfopofferende zorgen niet de lustvolle galop”. Zo te zien lijkt de omgang met paarden aan meisjes precies de gelegenheid te bieden te oefenen in waar ze zo goed in zijn: verzoening van tegenstrijdigheden. Niet, zoals zo vaak wordt beweerd, vanuit sociaal opgelegde dwang, maar als natuurlijke neiging. En vandaar waarschijnlijk dat jongens in de stal verre in de minderheid zijn.

Paardrijden blijkt dus toch een feminiene bezigheid te zijn. De bereden politie kan daarmee haar voordeel doen: vrouwen krijgen in moeilijke situaties meer van heur paard gedaan.