De klassieke koe wordt zeldzaamheid in de wei

Thema: De koe, zondag 10 maart, Ned.3, 20.36-23.41u.

Is er meer echt oud-Hollandsch mooi te bedenken dan een niet al te nieuw kasteel of ander deftig buitenverblijf, op eenigen afstand van den grooten weg gelegen, maar toch goed zichtbaar en daarvan gescheiden door een mooi groen grasveld, gestoffeerd met lakenvelders? Neen, kan men gerust antwoorden, iets mooiers en meer in-Hollandsch is zeker niet te bedenken. Aldus De Veldbode van 28 maart 1914.

Vooral dat 'melktypische' ras van lakenvelders doet het goed in deze tekst, de van nature fijn gebouwde koe met dunne, vluchtige horens. Het bij voorkeur zo recht mogelijke laken van zwarte of rode dieren behoort niet te breed en niet te smal te zijn, liefst van vlak achter de schouder tot net voor de heupen. Dát is Hollands.

Lakenvelders, Groninger blaarkoppen, Friese roodbonte en een aantal zeldzame kleurslagen zijn van oudsher een zo vertrouwd gezicht in de wei, dat we bij hun bestaan nauwelijks stil staan. De VPRO wijdt er zondag een drie uur durend, avondvullend programma aan, dat wordt gepresenteerd door Koos van Zomeren, voorheen columnist van NRC Handelsblad en in die hoedanigheid bekend als een man met een even subtiele als diep emotionele band met de koe.

“Wat wil de koe?” is de uitzending genoemd en een waaier aan facetten van het rund-zijn zal aandacht krijgen. De koe als proefdier, de koe als melkmachine, de geschiedenis van de koe, haar psychologie, de koe en het landschap, de koe in de kunst en het ontroerende in de koe, zijn er zo een paar.

“De boer zelf krijgt ondertussen een zekere zeldzaamheidswaarde”, schreef Van Zomeren ooit en de meest actuele praktijk lijkt hem daar gelijk te geven. Ondanks de problemen waarmee de landbouw recentelijk te kampen heeft gekregen, kan het echter geen kwaad de koe zelf in de schijnwerpers te zetten.

De fokmethoden van tegenwoordig hebben geleid tot hoogproduktieve ras - van stieren die slagzij maken onder hun eigen spierbundels tot koeien die hun eigen melkzee produceren - maar de oude landbouwhuisdierrassen die hun grootouders waren worden een zeldzaamheid en bedreigd met uitsterven.

De klassieke koe wordt een zeldzaamheid zonder dat we het eigenlijk merken. De Hollandse weiden worden nog steeds begraasd door zwartbonte en roodbonte koeien, maar het zijn meestal Holsteiners. Een enkele keer betreedt zuiver Fries-Hollands en blaarkopvee nog de grasmat. Maar voor lakenvelders, witrikken, blauwbonten, baggerbonten, Fries roodbonten of valen moeten we naar de bibliotheek, tenzij de kinderboerderij nog zo'n exemplaar koestert.

Het aantal rassen neemt af, maar ook het aantal dieren zelf. De tijd dat de boer zoveel koeien mocht hebben als hij wilde en zodoende een maximaal aantal melkbussen naar de coöperatie kon brengen is ook voorbij. Ruim tien jaar nu bestaat een melkquotering, indertijd gelanceerd als de 'superheffing'. De Clara 55 is in die tien jaar door technologische vooruitgang steeds meer melk gaan produceren. Maar onder de gegeven omstandigheden zijn er dus steeds minder Clara 55's nodig. Dat blijkt ook, want waren er in 1985 nog 2,4 melkkoeien in Nederland, nu zijn dat er 1,7 miljoen, een fractie overigens van de 20,3 miljoen varkens die vorig jaar aan de haak in het slachthuis hingen.