De dierentuin als ark van Noach

BRYAN G. NORTON, MICHAEL HUTCHINS, ELIZABETHS F. STEVENS & TERRY L. MAPLE, redactie: Ethics on the Ark. Zoos, animal welfare and wildlife conservation

330 blz., Smithsonian Institution Press 1995, ƒ 74,25

De verkoper in de Dierenwinkel van VPRO's Jiskefet verzuchtte in een mismoedige bui eens het volgende. “Heeft u in Dierentuin wel eens op een regenachtige dag naar de ijsbeer in het ijsberenverblijf gekeken? Zo'n groot wit dier, heel ver van huis, met zo'n mooie witte vacht die nat en vuil is geworden van de regen en de modder ... en dan van die kinderen die wortels en stukken oud brood naar hem toegooien ...” Het is een voorbeeld van die typische treurigheid die aan menig dierentuinbezoek verbonden is. Weinig dierentuinen slagen er in die volledig uit te bannen.

Toch zijn dierentuinen onnoemelijk veel beter dan honderd jaar geleden. Of vijftig, of zelfs twintig jaar, en ze zijn slechter dan ze over vijftig jaar zullen zijn. De vraag is: worden ze ooit goed? Sommigen vinden zich nu al goed - die noemen zich 'modern'. Het denken rond dierentuinen is de afgelopen veertig jaar volledig veranderd. In die verandering speelde de dierverzamelaar, auteur en later ook dierentuin-directeur Gerald Durrell een hoofdrol. Op zijn omzwervingen over de wereld kwam hij erachter dat voor veel diersoorten in het wild de situatie zo beroerd was, dat alleen fok in gevangenschap hun overleving veilig zou kunnen stellen. Eventueel zouden ze dan later - wanneer hun leefgebied was veiliggesteld, of aan ongebreidelde jacht een eind was gekomen - weer kunnen worden uitgezet. Durrell koppelde zijn dierentuin op Jersey direct aan herintroductie- en natuurbeschermingsprojecten. Een ijzersterke formule die bij het publiek goed ligt. Andere dierentuinen namen een deel van het beginsel over - in ieder geval beleden zij het met de mond. Van grootverbruikers van geïmporteerde dieren werden zij evenzovele 'Arken van Noach'. Nooit was er een heerlijker excuus om dieren gevangen te houden - zelfs het kleinste en beroerdste dierentuintje vindt nu dat het soorten redt. De grotere zijn druk in de weer met Species Survival Plans, genetische analyses voor bestrijding van inteelt en met internationale uitwisseling van hun dieren - ook gewoonweg om het eigen bestand op peil te houden nadat er importverboden werden opgelegd.

Wat is er waar van de met veel glamour omgeven 'Ark' mythe? In hoeverre kunnen dierentuinen die waarmaken? Mag je individuele dieren overlast bezorgen in het belang van hun soort? En als je overtollige dieren moet afmaken - kom je daarvoor dan uit? Bestaat er iets als dierentuin-ethiek?

Ethiek-discussie

Om zulke vragen draait Ethics on the Arc - een ethiek-discussie binnen de Noordamerikaanse dierentuinwereld, die in alle opzichten internationaal van toepassing is - en navolging verdient. De uitgave is het vervolg op een conferentie die in 1992 onder de titel Ethical Paradoxes in Modern Zoos and Aquariums in Atlanta werd gehouden. Het initiatief daarvoor kwam van dierentuinbeheerders. In het boek laten zij niettemin ook fervente tegenstanders van dierentuinen aan het woord: sommige natuurbeschermers, ethici en filosofen. De stukken uit eigen stal bieden een buitengewoon eerlijke zelfreflectie. De critici die aan het woord komen houden een degelijk betoog tegen dierentuinen of bepaalde aspecten daarvan. In een dertigtal bijdragen komen evenzovele kopstukken op hun vakgebied aan het woord. Zij behandelen thema's als dierentuinen in de toekomst, behandeling van dieren in gevangenschap, en de rol van dierentuinen binnen de natuurbescherming. De meningen lopen uiteen - de een vindt dat dierentuinen hun Ark-functie moeten verstevigen, een ander dat zij de exotische soorten vaarwel moeten zeggen, en de volgende is weer voor totale afschaffing. Maar hun bijdragen hebben een ding gemeen: een heldere argumentatie.

Wereldwijd leven er zo'n 600.000 dieren in de grotere en betere dierentuinen - inmiddels voor een groot deel uit eigen kweek. Ter vergelijking: alleen al in het Amazonegebied worden jaarlijks 3,5 miljoen gewervelde dieren gedood. Je kunt er eindeloos over twisten in welke gevallen dierentuinen nog dieren aan het wild zouden mogen onttrekken. Maar een ernstiger moreel probleem komt voort uit een omgekeerde situatie: door het succes van fokprogramma's vormt een overschot aan dieren een van de grootste dilemma's.

Tegelijkertijd blijft het aantal dieren in dierentuinen voor populatie-biologen onbetekenend. De Ark is maar heel klein, en alleen de leuke dieren krijgen er een plaatsje in. Slakken, insekten, obscure visjes en knaagdieren - ze trekken weinig bezoekers, ook al zijn ze in het wild bijna uitgestorven.

Natuurlijk zijn er successen geboekt. Bij optimale samenwerking zouden de Amerikaanse dierentuinen ruwweg honderd zoogdiersoorten kunnen redden. Elk daarvan is mooi meegenomen, maar het totaal is een schijntje van wat nodig is. En wat is gered? Een deel van de soorten zal door het inmiddels ontbreken van hun natuurlijke omgeving nooit meer op vrije voeten gesteld kunnen worden. De Ark bevindt zich voor veel opvarenden op een eindeloze koers.

Met de herintroductie-pogingen die wel ondernomen kunnen worden loopt het slecht: een tiende daarvan is succesvol. De stress onder dieren die 'de vrijheid' weer mogen proeven is enorm, evenals de sterfte. Dat heeft morele implicaties: hier is weliswaar de natuur aan het werk, maar met duizenden door mensen afgeleverde dieren.

Dieren zijn geen instinctmachientjes die zich wel weer zelf redden als dat moet; het belang van het opdoen van vaardigheden in gevangenschap is lang onderschat. Evenals de behoefte aan afwisseling en variatie: dat wordt benadrukt door Terry Maple. Hij is psycholoog en auteur van uitstekende boeken over het gedrag van mensapen. En ook degene die als directeur de abominabele Atlanta Zoo weer een respectabele status verschafte. Wanneer hij 'de goede dierentuin' schetst, weet hij waar hij het over heeft. Verveling is het ergste wat je nieuwsgierige dieren aan kunt doen. Zij moeten zich bijvoorbeeld uit kunnen leven in hun natuurlijke manier van voedselzoeken. Het nadeel van de term 'verrijking' voor het bieden van afwisselingen en uitdagingen is dat het een extraatje suggereert. Maar het hoort de standaard-aanpak te zijn, aldus Maple. En een dierentuin die de voorlichtingstaak serieus neemt, is ook verplicht het natuurlijke gedrag te laten zien.

Die educatieve functie van dierentuinen komt in verschillende bijdragen uitvoerig aan bod. Een stille dag in de dierentuin biedt stadsbewoners wellicht de meest unieke ervaringen met dieren die zij ooit zullen hebben. Maar in hoeverre is dat een rechtvaardiging voor het bestaan van dierentuinen? Dat de tegenwoordig met vloeiende voorlichtingsprogramma's nagestreefde 'bewustwording' zich in animo voor natuurbescherming vertaalt, valt alleen maar te hopen.

De betrokkenheid van mensen bij 'hun' dierentuin zou in ieder geval verhoogd moeten worden. Meer openheid, is de conclusie die uit veel bijdragen spreekt. Eén moreel probleem wordt maar al te vaak bedekt: wat te doen met de door foksuccessen overtollige dieren? Dumpen in een slechte dierentuin? In laten slapen? De enkele dappere dierentuindirecteur die voor het laatste uitkomt, krijgt een stortvloed van protesten over zich heen - zonder al teveel steun van andere dierentuinen die hun bezoekcijfers angstvallig bewaken. Terwijl ook hier juist openheid over zou moeten komen, vindt geneticus Robert Lacy van de Brookfield Zoo in Chicago. Hij trekt een duidelijke conclusie: de huidige beslissingen over het afmaken van dieren in dierentuinen dienen het maximaliseren van het menselijk genoegen. “Ze zijn zelden gebaseerd op dierlijk welzijn of rechten van dieren en staan daar vaak recht tegenover.”

Dierentuinen worden natuurlijker, de natuur wordt steeds meer een dierentuin. En niet in alleen in Nederland, waar nu weer een bij voorbaat kansloze, te kleine populatie edelherten op de Utrechtse Heuvelrug zal worden uitgezet. Er wordt wereldwijd al heel wat afgesleept met 'wilde' dieren, om die uit te wisselen tussen snippers natuurreservaat en zo inteelt te bestrijden. Met neushoorns bijvoorbeeld. Die noodzaak voor zulke ingrepen zal alleen maar toenemen; enige morele leidraden bij de grenzen daaraan en aan die van wetenschappelijk onderzoek ten koste van individuen, maar 'in het belang van de soort' kunnen geen kwaad. Waar begint terughoudendheid? Filosoof Dale Jamieson behandelt zulke vragen met verve.

Dit boek gaat dan ook over veel meer dan 'de dierentuin' als instituut; die dient hier ook als metafoor voor de relatie tussen mensen en wilde dieren en de grenzen van aanvaardbaar handelen. Dat maakt dit boek ook de moeite waard voor hen die niet specifiek in dierentuinen geïnteresseerd zijn. En voor wie dat wel zijn, en een simpel 'voor' of 'tegen' standpunt op houdbaarheid willen beproeven, is deze uitgave verplichte kost.

Kunstheup

Als je mensen van kunstheupen kunt voorzien, verdienen bejaarde gorilla's die dan ook? Inclusief al het gerommel? De eerste gorilla-prothese is al aangebracht. Paradoxen en nog eens paradoxen. Wie daarvan houdt, en ook nog een beetje van dieren , heeft aan dit boek boeiend materiaal.

De Nederlandse dierentuinen behoren, dankzij enkele kwalitatieve uitschieters tot de wereldtop. Maar de morele verkenningen die in dit boek worden aangegeven kunnen ook hier uitgevoerd worden. Eén paradox, van Nederlandse makelij ontbreekt in dit boek. Op een bijeenkomst voor toegewijde dierverzorgers gooide enige jaren geleden een welzijnsexpert doelbewust een knuppel in het hoenderhok. Wie bijvoorbeeld weleens een vrouwelijke ijsbeer met haar jong heeft zien spelen weet het - het grootbrengen van jongen is voor sommige vrouwelijke dieren een vervulling van een belangrijke behoefte. Maar de afzetmarkt voor jonge dieren is beperkt (leeuwen en bavianen liggen bijvoorbeeld moeilijk). Dan maar geen voortplanting: het dier wordt gesteriliseerd of krijgt de pil door het voedsel. Maar waarom niet de keuze voor het in laten slapen van overtollige jongen tegen de tijd dat ze zelfstandig worden? Het klinkt plausibel, en is gezien al het andere geselecteer van dieren binnen uitgekiende fokprogramma's nog niet eens zo gek. En het publiek ziet zo graag jonge dieren... Het is een paradox die de 'Brave New World ' van de dierentuin aardig samenvat. De ijsbeer houdt modder aan zijn vacht.