'Chirac koopt met beroepsleger het recht om mee te praten'

Defensiespecialisten zien in de voorgenomen reorganisatie van de Franse strijdkrachten een modernisering van klassiek Franse ambities. De opperbevelhebber reisde naar de garnizoensplaats Besançon en verkocht er zijn nieuwe beleid door er zoveel mogelijk over te zwijgen.

De Franse defensie-revolutie kwam in twee stappen. Begin december maakte Frankrijk bekend weer nauw te willen samenwerken met de militaire structuur van de NAVO, waarvan het land al sinds 1966 geen deel meer uitmaakt. Vorige maand ontvouwde president Chirac een grootscheeps plan voor de reorganisatie van de strijdkrachten: hij wil de militaire uitgaven verlagen, de dienstplicht afschaffen en een professioneel leger opbouwen dat op grote schaal snel overal ter wereld inzetbaar is.

Defensiespecialisten zien de twee koerswijzigingen als uitingen van één streven: Frankrijk bereidt zich systematisch voor op een vooraanstaande, zo niet de leidinggevende, rol in de Europese defensie. Ook al duidt de toenadering tot de NAVO op een nieuw enthousiasme voor samenwerking en draagt de reorganisatie van de strijdkrachten de sporen van bezuinigingsdrift, voorop staat de wens om in Europa het voortouw te nemen.

“Alle Franse bewegingen zijn erop gericht een zo gunstig mogelijke uitgangspositie te bemachtigen om straks een deel van de Amerikaanse rol in de Europese defensie over te nemen”, zegt dr. Axel Sauder, specialist voor Franse defensiezaken bij de Deutsche Gesellschaft für Auswertige Politik (DGAP) in Bonn. “Chirac probeert door te dringen tot de inner-circle van de Westerse defensiemachten, nu nog bestaande uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten”, zegt dr. Beatrice Heuser, verbonden aan de afdeling war studies van het Kings College in Londen. “Chirac probeert opnieuw een oude Gaullistische droom te vervullen: Frankrijk als volwaardige partner in een Westers defensie-triumviraat.”

In defensie-termen telt een land tegenwoordig alleen mee als het beschikt over de capaciteit om snel goed getrainde troepen te leveren ten behoeve van multinationale operaties, stelt Heuser. “Vormden vroeger nucleaire wapens toegang tot de macht, tegenwoordig vervullen interventie-troepen die functie. Chirac heeft dat onderkent en probeert nu het juiste entreebewijs te bemachtigen. Hoe groter het aantal flexibele manschappen, hoe groter de internationale invloed.” Chirac streeft naar een reservoir van zogenoemde projectionable forces van 60.000 man.

De Fransen hadden al tijdens de Golfoorlog geleerd dat hun strijdkrachten verkeerd waren opgebouwd, maar verzuimden tot nu toe er konskwenties aan te verbinden. Tijdens de crisis in de Golf constateerden de Fransen met teleurstelling dat ze slechts de helft van het aantal troepen konden leveren dat Groot-Brittannië ter beschikking stelde, terwijl het Franse leger bijna twee keer zo groot was als het Britse. Groot-Brittannië schakelde al in de jaren zestig over op een professioneel leger.

Frankrijk beschikte weliswaar al sinds de jaren zeventig over flexibele eenheden gespecialiseerd in crisisbeheersing, maar het leeuwedeel van het defensiebudget zat vast in een klassiek dienstplicht-leger dat voor de moderne crisisbestrijding niet geschikt is. Crisismanagement in het buitenland vereist goed getrainde troepen die opereren op basis van vrijwilligheid. Om aan de internationale behoeften te kunnen voldoen moet Chirac de dienstplichtigen daarom snel zien kwijt te raken en de besparingen aanwenden om een professioneel leger in te richten.

Chiracs timing is meesterlijk, oordelen Sauder en Heuser. Langzaam maar zeker komt het moment dichterbij waarop de Verenigde Staten, als het gaat om de regionale veiligheid in Europa, gedeeltelijk plaats zullen maken voor Europeanen, menen zij. In Bosnië willen de VS hun troepen na een jaar terugtrekken en binnen de NAVO wordt al sinds 1994 gezocht naar methoden om Europese interventie-legers samen te stellen die onder Europese leiding, maar met gebruik van Amerikaanse middelen, hun werk doen. Een definitief besluit over invoering van deze zogenoemde Combined Joint Task Forces (CJTF) wordt verwacht in juni als de NAVO-ministers in Berlijn bijeenkomen.

Uiteindelijk, stellen de analisten, streeft Frankrijk naar een verankering van een grotere Europese bewegingsvrijheid in de structuur van de NAVO. Pas als die er is, zouden de Fransen weer volledig willen toe treden. Frankrijk zou naast de Amerikaanse NAVO-opperbevelhebber een Europese - vermoedelijk Franse - bevelhebber willen plaatsen. Willen de Amerikanen niet aan een specifieke NAVO-actie deelnemen, dan moet de Europese bevelhebber soepel het roer kunnen overnemen. Een dergelijke Franse claim is alleen geloofwaardig als de Franse strijdkrachten produkten kunnen leveren waar de markt om vraagt.

In Duitsland, Frankrijks Europese partner bij uitstek, worden de Franse verrichtingen met argusogen gevolgd. In Bonn vraagt men zich af hoe het verder moet met de bilaterale samenwerking bij de produktie van defensiematerieel (helikopters, vliegtuigen, satellieten) en in het Eurokorps, ook al is van Franse zijde verzekerd dat die initiatieven geen gevaar lopen. Minister van defensie Volker Rühe, gepikeerd dat hij niet vooraf over de Franse plannen op de hoogte was gebracht, onderstreepte deze week nog eens dat Frankrijk en Duitsland in defensie-vraagstukken vanaf nu andere principes volgen. Terwijl Frankrijk prioriteit legt bij mondiale brandhaarden, staat voor Duitsland de klassieke verdediging van het eigen grondgebied vooralsnog voorop. Duitsland houdt vast aan de dienstplicht en zal slechts behoedzaam een grotere militaire rol buiten de eigen grenzen op zich nemen.

Toch begroeten Duitse analisten Chiracs militaire revolutie. “De Fransen zetten nu een aantal stappen die al lang geleden gezet moesten worden”, zegt dr. Karlheinz Kamp, defensie-specialist van het wetenschappelijk bureau van de CDU. Sauder van de DGAP: “Vanuit Duitsland gezien is het een heilzame ontwikkeling: Duitsland is voorlopig toch niet in staat zijn om de rol van belangrijke Europese verdedigingsmacht te spelen. Daarnaast is er een politiek argument: in Parijs bestaat nog veel argwaan tegenover het grote buurland. Duitse instemming met een prominente militaire rol voor Frankrijk zou dat gevoel weg kunnen nemen.”