Bestsellerauteur Luciano de Crescenzo; Ik houd mensen graag voor de gek

LUCIANO DE CRESCENZO: Panta Rei

175 blz., Bert Bakker 1995, vert. Yond Boeke en Patty Kroone, ƒ 29,90

Bescheidenheid is nooit een karaktertrek geweest van de Italiaanse bestsellerfilosoof Luciano de Crescenzo. Op de voordeur van zijn studio in Rome heeft hij een koperen naamplaatje laten schroeven. Bellavista, zeggen de sierlijke krulletters. Hij is zijn eigen personage geworden: de door hem verzonnen Napolitaanse wijsgeer Gennaro Bellavista die met verhaaltjes en kwinkslagen de Griekse filosofie uit de doeken doet. De achterwand van zijn werkkamer wordt helemaal in beslag genomen door tientallen ingelijste boekomslagen. De Crescenzo praat tegen het decor van vijftig keer De Crescenzo, in allerlei talen. A History of Greek Philosophy. Also sprach Bellavista. Hoi Dialogoi: de dialogen van Bellavista. En de nieuwste loot aan de stam: Panta rei. Hij mag er graag aan herinneren dat van zijn boeken wereldwijd acht miljoen exemplaren zijn verkocht. “En dan laat ik de Russen buiten beschouwing. Die hebben het over nog eens drie miljoen, maar dat cijfer is niet helemaal betrouwbaar”.

Het is het tweede leven van deze bruisende Napolitaan. Ongeveer tot aan zijn vijftigste was De Crescenzo ingenieur bij IBM Italië en getrouwd. Nu is hij een 66-jarige zilvergrijze bestsellerauteur, met wisselende schoonheden aan zijn arm, regisseur, causeur op het songfestival en wat verder nog in hem opkomt. De passie voor filosofie, en dan vooral de anekdotische kant ervan, loopt als een rode draad door zijn leven. Hij heeft een enorme drang om uit te leggen.

“Als ik een mooie vrouw tegenkom die nog nooit Capri heeft gezien, nodig ik haar meteen uit voor een weekend. Dat is niet om het avontuurtje, dan zou ik net zo goed in Rome kunnen blijven. Als ik haar meeneem naar het Belvedere met uitzicht op zee en zij vindt dat mooi, dan geniet ik ook. Ik wil de schoonheid van iets wat ik al ken, delen met anderen. Ooit ben ik enthousiast geworden over het Symposion van Plato en ik vind het leuk om anderen dat te laten begrijpen”.

De Crescenzo heeft zijn behoefte aan kennisoverdracht ook uitgeleefd op de opera. Hij heeft een boek geschreven dat is geïnspireerd op La Traviata en onlangs heeft hij dat zelf verfilmd. Alle belangrijke aria's komen aan bod, terwijl de auteur/regisseur af en toe het beeld in loopt om het verloop van het verhaal uit te leggen.

“In de lyriek gaat tussen de ene aria en de andere soms een half uur voorbij waarin de tenor staat te schreeuwen en de sopraan schreeuwend staat te antwoorden. Niemand begrijpt die woorden, daar heb je het libretto voor nodig. Waarom heeft niemand bedacht dat die dialogen er alleen maar zijn omdat er in de tijd van Verdi geen microfoons waren? Ik heb alle mooie aria's in één verhaal bij elkaar gezet en nu kan je La Traviata horen. Zo heb ik het ook met de filosofie gedaan”.

Het is filosofie met een knipoog, overgoten met een smakelijke Napolitaanse saus. Ook al woont De Crescenzo al jaren in Rome, in een appartement dat uitkijkt op het forum romanum, in zijn hart blijft hij een Napolitaan.

Hij ziet graag dat lezers bij zijn boeken zitten te grinniken. De Crescenzo dist met merkbaar plezier anekdotes op en bedenkt in zijn nieuwste boek een tocht met Heraklites naar de prachtige Amalfi-kust ten zuiden van Napels, terwijl ze ondertussen praten over Keats, Berlusconi en het principe van de verbrandingsmotor. Als hij heeft uitgelegd, aan de hand van originele citaten die in het verhaal zijn geweven, dat Heraklites alles ziet als een conflict tussen tegenstellingen, stapt hij over naar de Italiaanse politiek. Gelukkig is die instabiel, want “het is niet goed als de zaken steeds goed gaan”. Dat geldt ook voor de liefde. “Zonder strijd is er geen liefde,” laat hij Heraklites zeggen. “Geef mij een vrouw om te veroveren en ik ben gelukkig. Laat mij een vrouw in mijn bed vinden en ik ga ergens anders slapen”. Uiteindelijk is vuur de oertoestand van alle materie, leert Heraklites. Daarom pakt hij na een maaltijd in de trattoria van Amalfi de rekening en houdt die in de vlammen, want “alles verandert in vuur”.

Heraklites is een van De Crescenzo's lievelingsfilosofen. “Heraklites wijst op het belang van kennis. Wanneer mensen iets slechts doen, is dat vaak het gevolg van onwetendheid, niet omdat ze van nature slecht zijn. Dat is ook de these van Socrates: het is zo voordelig om goed te doen, dat als iemand dat niet doet, dat alleen maar komt doordat hij niet weet wat het goede is. Meer dan een probleem van slechtheid is het een zaak van kennis. Als iemand niet weet wat de goede weg is, gaat hij de verkeerde op. Dat is een van de lessen van Heraklites”.

De Crescenzo koketteert graag met zijn liefde voor de Griekse filosofen en wordt een beetje giftig als mensen zeggen dat hij wel een vermakelijke grappenmaker is, maar filosofisch een lichtgewicht. Zo is hij niet opgenomen in de gerenommeerde Treccani-encyclopedie, net zo min overigens als Aldo Busi en Rosetta Loy, schrijvers van wie ook een aantal romans in het Nederlands is vertaald. Volgens de samenstellers van de Treccani is De Crescenzo geen blijvertje. De Crescenzo doet net of hij het niet erg vindt: “De Treccani is geen encyclopedie maar een meubelstuk.” Maar achter deze bestudeerde nonchalance gaat een gevoel van miskenning schuil. Is hij in Italië en ook in Duitsland niet al jarenlang een vaste gast op de bestsellerlijsten? Volgens De Crescenzo is het deels onbegrip, deels afgunst. “Ik houd mensen voor de gek en maak graag grappen. Zo iemand kan je kennelijk niet serieus nemen als schrijver over de Griekse filosofie. Sommige mensen worden boos als ik Aristoteles vergelijk met een mammasantissima, een Napolitaanse Mafia-baas. Maar Aristoteles is een boss, hij rubriceerde alle filosofen en gaf iedereen een cijfer. Daarmee is hij voor mij een Mafia-leider. Dat vinden ze oneerbiedig”.

De Crescenzo wijt daar zijn ruzie met de Italiaanse academische wereld aan. “De Italiaanse geleerden gebruiken een academische taal die ver af staat van het gewone Italiaans. Iedereen schrijft hier voor zijn collega's, dat die maar zullen zeggen: Wat een geleerde man. Maar een jongen van zestien begrijpt niets van hun boeken”. Hij heeft meer op met de Angelsaksische benadering. “Ik heb het geleerd van Bertrand Russell, want die legt het op een simpele manier uit”. Maar ook in Engeland wordt De Crescenzo met een korreltje zout genomen. Een recensie in The Times van zijn filosofiegeschiedenis begon met de ironische zin: “Anybody who reads this book knowing nothing about Greek philosophy will enjoy one of life's greatest experiences: a meeting of like minds”. De Crescenzo schrikt er een beetje van. “De Britten hebben geen gevoel voor humor,” zegt hij na een stilte. “Slechts tien procent van de mensen heeft dat, gevoel voor humor. Democrites is ook slecht behandeld omdat hij vaak lachte. Ik kan mijn boeken niet uitleggen aan iemand die geen gevoel voor humor heeft, net zo min als je aan een blinde kan uitleggen wat rood is”.

De Crescenzo zegt dat hij veel positieve reacties heeft gekregen van studenten. “Op school verwarren ze gauw de filosofen. Ze weten niet meer wie wat heeft gezegd. Maar waarom vergeten ze niet wie Raskolnikov is, of Violetta? Omdat daar veel details aan zijn verbonden. Daarom gebruik ik bewust de verhaaltrant. Als ik vertel dat Zeno mank liep, maakt hem dat herkenbaarder en is het gemakkelijker te onthouden.”