Attractiepark in Barger-Compascuum verkeert in staat van faillissement; Het Aards Paradijs dreigt verloren te gaan

De publieke belangstelling voor het themapark Aards Paradijs loopt terug en de subsidie is gestopt. Liquidatie dreigt.

EMMEN, 9 MAART. “De tijd zal 't leeren”, staat er op een galanteriezaakje in het veenkoloniale museumdorp, maar de tijd begint wel te dringen. Het themapark Aards Paradijs in Barger-Compascuum, waartoe de nagebouwde nederzetting behoort, verkeert sinds 27 februari in staat van faillissement en als zich op korte termijn geen koper meldt, wordt de zaak onherroepelijk geliquideerd. Dan komen de tien vaste medewerkers en nog eens tientallen seizoenkrachten op straat te staan. Op 5 april zouden normaal gesproken de poorten weer opengaan, maar daarover heerst nu grote onzekerheid.

Vroeger was hier, in de zuidoosthoek van Drenthe, een klein veen- en museumdorp onder de naam 't Aole Compas, dat later uitgroeide tot een 170 hectare groot thema- ofwel attractiepark, dat sinds 1994 bekend staat als Aards Paradijs. De nieuwe naam was bedoeld om het wat stoffige imago van deze 'publiekstrekker' op te poetsen, maar het heeft niet mogen baten. De schulden waren zo hoog opgelopen, dat de rechtbank in Assen zich genoodzaakt zag het fiasco te bezegelen, al was het dan op eigen verzoek van de onderneming: de Stichting Nationaal Veenpark met enkele daaraan gelieerde bv's.

Voornaamste schuldeiser is de gemeente Emmen, waar Barger-Compascuum onder valt. Ze heeft het Aards Paradijs in de loop der jaren een serie leningen ten bedrage van 3,9 miljoen gulden verstrekt. Bovendien staat het park bij diverse leveranciers, vooral uit de horecasector, voor een slordige vijf ton in het krijt. Bij elkaar een last van 4,4 miljoen, die niet meer was te dragen.

P. Snel, voorzitter van de failliete stichting en oud-wethouder van Emmen, wijt het debacle aan een combinatie van omstandigheden: “Enerzijds zijn de bezoekersaantallen gaandeweg teruggelopen, van tweehonderdduizend in 1983 tot tachtigduizend vorig jaar, anderzijds heeft het ministerie van Landbouw, dat onze investeringen subsidieerde in het kader van de openluchtrecreatie, die geldstroom stopgezet. Zo konden we geen nieuwe attracties meer aanschaffen en dat had weer een negatief effect op de publieke belangstelling. Een vicieuze cirkel dus, terwijl de loonkosten aanmerkelijk stegen, wat een sluitende exploitatie onmogelijk maakte.”

De Emmense advocaat H.R. Slot is door de rechtbank als curator aangewezen. Volgens hem is het Aards Paradijs nog niet verloren: “Er hebben zich meerdere geïnteresseerden voor overname gemeld en ik bekijk nu of daar personen of instellingen bij zijn die tot serieuze gegadigden kunnen promoveren. Maar we moeten wel snel, in elk geval deze maand, tot zaken komen. Als in de loop van maart duidelijk wordt dat overname een illusie is, zit er niets anders op dan het park op te heffen.”

In het oog springend onderdeel van Aards Paradijs is het veenkoloniale museumdorp, waar zeventien panden uit het begin van deze eeuw zijn nagebouwd, onder andere een kerk, een schooltje, een café genaamd Veenlust, een kruidenierswinkel, een klompenmakerij en een kapperszaak. Kortom, een dorp ten tijde van de vervening, toen Zuidoost-Drenthe volop turf als brandstof leverde. Hoe dat turfsteken in zijn werk ging, was althans vorig jaar nog te zien op een stuk ongerept hoogveen, dat later aan het complex werd toegevoegd.

Bakermat (sinds 1966) van het Aards Paradijs is het voormalige Aole Compas, waar plaggenhutten en schamele woonketen herinneren aan een tijd van bittere armoe. De openluchtuitstalling geldt als een eerbewijs aan de pioniers die hier rond 1860 neerstreken. Het waren mensen uit de buurt van Hannover, zonder bron van bestaan, maar kundig in de boekweitteelt. Hun systeem kwam erop neer dat ze de bovenlaag van het veen in brand staken om vervolgens de driehoekige boekweitzaadjes in de as te werpen; een vorm van bemesting die zich juist voor dit graangewas leende. De boeren zaaiden in mei - na een korte periode van hevige rookonwtikkeling - en oogstten in september.

Barger-Compascuum heeft zijn ontstaan aan deze boekweitkolonisten, tevens schapenhoeders, te danken. Een bekend man onder hen was Jan Berend Wilken, die de akkerbouw combineerde met een handeltje in drank en grutterswaren. Hij ligt begraven op een gereconstrueerd kerkhofje, behorend bij het museum, op enkele meters van zijn vrouw Adelheid Nögel.

Pas later, in het spoor van de boekweitcultuur, kwam hier de vervening in volle gang. Na Groningen, Friesland en Overijssel werd Zuidoost-Drenthe een land van turfstekers. Vooral van die periode, eind vorige eeuw, dateren barre verhalen over sociale wantoestanden, waaronder de beruchte gedwongen winkelnering. Ongeveer het tegendeel van een aards paradijs.