Ahold koestert een nieuwe droom: de VS

Ahold is één van de meest mondiale supermarktconcerns ter wereld en is daarmee een aantrekkelijke partner voor buitenlandse retailers die minder ver zijn met hun expansieplannen. Topman Van der Hoeven koestert evenwel de onafhankelijkheid van Ahold.

ZAANDAM, 9 MAART. De 'droom' van 1989 is niet uitgekomen. Ahold, eigenaar van Albert Heijn, had zes jaar geleden serieuze plannen om met het Franse Casino en het Britse Argyll te fuseren tot een Europese megaretailer. “We hebben toen gesproken over de droom dat deze drie bedrijven bij elkaar gevoegd zouden worden”, zegt Ahold-president drs. Cees van der Hoeven, die in 1993 de naar Philips vertrokken Pierre Everaert opvolgde.

Onder Everaert nam Ahold een belang van 1,6 procent in Argyll, eigenaar van het fameuze Saveway, en een belang van vier procent in het Franse Casino, La vieille dame de St. Etienne. Op hun beurt namen het Franse en Britse bedrijf ieder een belang van 3,8 procent in Ahold. Vorige maand maakten Ahold, Argyll en Casino bekend dat ze de belangen in elkaar hebben afgestoten. Van der Hoeven achtte het voor Ahold “niet zo boeiend” actief te worden in Frankrijk en Groot-Brittannië, landen waar retailers net als in Nederland worstelen met een stagnerende vraag bij de consument. Ahold richt zijn blik liever op nieuwe activiteiten in de VS, Centraal-Europa en vooral op de groeimarkten in Azië.

De noodzaak voor Ahold om vooral buiten West-Europa te groeien heeft ook een financiële achtergrond, zo bleek deze week uit de jaarcijfers van het concern. Terwijl het totale bedrijfsresulaat met 11,8 procent steeg, klom de winst in overig Europa en de VS met respectievelijk 36,4 procent en 18,1 procent. Ahold heeft een ambitieuze doelstelling om in vijf jaar de netto winst te verdubbelen en daartoe zijn dergelijke groeicijfers hard nodig.

Het afscheid van Casino en Argyll betekent niet dat Ahold niets ziet in samenwerking met andere retailers. In de VS, waar Ahold met ketens als Giant, Edwards, BI-LO, Finast en Tops qua grootte de zevende supermarktretailer is, zal het Nederlandse concern volgens Van der Hoeven niet terugschrikken voor nieuwe overnames. En in het Verre Oosten gaat Ahold samen met het Kuok-conglomeraat in Maleisië en Singapore supermarktketens ontwikkelen en exploiteren. Plannen om in China (Sjanghai) actief te worden zijn er ook al.

Ahold ziet de kracht van samenwerking met andere retailers vooral in het uitwisselen van de kennis, die het Nederlandse concern de afgelopen jaren in zijn buitenlandse activiteiten heeft opgedaan. “Wat we de afgelopen vijf jaar bijvoorbeeld in Tjechië (waar Ahold nu een van de grootste retailers is, red.) hebben kunnen doen is fenomenaal. Dat geldt voor het Verre Oosten in crescendo.” Het groeipotentieel in het Verre Oosten is gigantisch. Waar in Nederland en de VS respectievelijk 65 en 80 procent van alle voedingsmiddelen via de supermarkt wordt verkocht is dat in Azië/Pacific maar 1,5 procent. De komende vijf jaar wil Ahold 200 tot 1.000 supermarkten hebben in het Verre Oosten.

De levensmiddelenhandel krijgt in sneltreinvaart een mondiaal karakter en Ahold is daarbij met zijn sterke aanwezigheid in de VS en Centraal-Europa een erkent koploper. Ahold loopt naar eigen zeggen in Azië circa twee jaar voor op de concurrentie en is daarom een aantrekkelijke partner voor ondernemingen die minder ver zijn met hun 'globalisering'. Het Nederlandse concern wil alleen nadenken over een fusie of samenwerking wanneer sprake is van toegevoegde waarde. Van der Hoeven: “Als hier morgen een grote jongen binnenkomt die duidelijk groter is dan wij, maar vooral in eigen land actief is dan krijgt 'ie nul op zijn rekest. Daarom ligt samenwerking met een Amerikaanse of Brits bedrijf niet voor de hand.” Amerikaanse giganten als Wal-Mart (omzet 82,5 miljard dollar), die nu nog vooral in eigen land actief zijn, maken dus weinig kans bij het huidige management van Ahold (omzet 29,6 miljard gulden). Ahold leek het streven naar onafhankelijkheid vorige maand nog eens te onderstrepen met de aankondiging dat twintig procent van de aandelen in handen komt van vertrouwde Nederlandse financiële instellingen (ABP, ING, Achmea en Fortis).

Ironisch is dat Ahold enerzijds met het oog op de internationale krachtenspel het kernaandeelhouderschap van deze financiële instellingen koestert, maar anderzijds zich bij het elektronisch betalen in het vaarwater van de banken beweegt. Van der Hoeven beklemtoont dat Ahold-dochter Albert Heijn “vastbesloten is” eind dit jaar een eigen betaalkaart in te voeren. Ahold vindt de kosten die de banken voor hun chipknip in rekening willen brengen nog steeds veel te hoog. De gemiddelde transactiegrootte in een Albert Heijn-filiaal bedraagt dertig gulden en daarvan hield het concern vorig jaar 48 cent netto winst over. Wanneer 20 tot 30 cent daarvan moet worden afgedragen aan Interpay - zoals de banken willen - keldert de netto winst van Albert Heijn.

Het elektronisch betalen dreigt te verzanden in chaos nu in Nederland maar liefst vier betaalkaart-projecten lopen. Naast de officiële chipknip van de bankenorganisatie Interpay en de AH-kaart, is er een kaartproject van Postbank en PTT en de Primeurkaart van Superunie, na Albert Heijn de tweede inkooporganisatie in Nederland. Albert Heijn zal voor zijn eigen kaart geen bankstatus aanvragen, maar in zee gaan met een financiële partner. Samenwerking met een retailer als Albert Heijn is aantrekkelijk voor financiële partijen die op zoek zijn naar nieuwe afzetkanalen. Van der Hoeven voorziet dat in de toekomst ook financiële diensten zoals bijvoorbeeld verzekeringen in de supermarkt zullen worden verkocht. “V&D doet het toch ook.”

Tegelijk geeft de Ahold-topman aan dat hij niet de moed heeft opgegeven dat er in Nederland één betaalkaart komt. “Wat heeft de klant eraan wanneer hij allerlei kaarten in zijn zak moet hebben.” Maar dan zullen de banken wel moeten zwichten voor de powerplay van 's lands grootste retailer en de tarieven moeten verlagen.