Wouter van Riessen

Wouter van Riessen. Galerie Ziegler, Sledemennerstraat 13, Groningen. T/m 24 maart. Do t/m zo 13.30-17u. Prijzen 500 tot 5000 gulden.

Zelden stelt een kunstenaar zich zo kwetsbaar op als Wouter van Riessen (Bloemendaal, 1967). Van Riessen tekent, schildert en fotografeert vooral zichzelf en telkens is er diezelfde stijve houding en diezelfde wijd open blik - Van Riessen kijkt met ogen die niets lijken te zien. In galerie Ziegler in Groningen hangen nu 8 werken van hem, vijf kleurenfoto's, twee tekeningen en een schilderij.

Het is niet veel, maar het is genoeg om je ongemakkelijk te voelen, ongemakkelijk in het gezelschap van een kunstenaar die nergens mee speelt, die zich niet goed en niet slecht gedraagt - die gewoon is. Van Riessen verbrandt een krant in een tuintje (zijn blik strak op het vuur gericht), Van Riessen ligt uitgestrekt op een bed mager te wezen (hij staart naar het plafond), Van Riessen loopt over een vensterbank (hij buigt zijn hoofd), Van Riessen staat en profile in zijn lullige duffelse jas in een park met zijn arm uitgestrekt (ook hij kijkt ernaar), Van Riessen kijkt in de camera (probeert hij te glimlachen?).

Telkens neemt hij wel een pose aan, hij doet iets, maar in het gedempte licht van de meeste foto's lijkt het alsof hij eigenlijk niets doet. Saai is dat niet - schaamte maakt de lucht tussen de foto's dik, je gaat je schamen voor je eigen gezicht, voor je eigen logge aanwezigheid.

Op een van de twee tekeningen, waarschijnlijk eveneens een zelfportret, zet Van Riessen een ander middel in om bijna te verdwijnen. Met ferm potlood zijn de contouren van een streng gezicht aangegeven. Van dichtbij blijkt dat het gezicht eerst iets minder vereenvoudigd was, de mond had lippen en de ogen hadden leden. Maar Van Riessen heeft dat alles weggegumd. De mond is nog maar een dunne streep en de ogen zijn twee cirkels. Van Riessen lijkt net zo te werken als de Russische schrijver Daniil Charms toen hij een man beschreef die geen ogen en geen oren had, geen mond, geen neus, geen armen en benen, niets eigenlijk. 'Laten we liever niet meer over hem praten.' Gelukkig hebben we het toch gedaan.