'Wij Biesheuvelen hier op zijn Emmens'

In het hele land werkt 90 procent van de betrokkenen mee aan lokale experimenten en initiatieven om tot een andere honoreringsstructuur van medisch specialisten te komen. De arts moet volgend jaar binnen het budget van het ziekenhuis passen.

EMMEN, 8 MAART. Heulen met de vijand werd ze verweten. Overlopers waren het, ze moesten worden geroyeerd, vonden sommige artsen in het land. De medisch specialisten J.F Groeneveld en W.P. Haanstra van het Schepersziekenhuis in Emmen wilden samen met hun collega's een experiment uitvoeren om via een andere honoreringsstructuur voor medisch specialisten te komen tot integratie van de belangen van ziekenhuis, zorgverzekeraar en medisch specialist. Doel: kostenbeheersing en een stabiel specialistenloon.

Ze liepen daarmee vooruit op de conclusies van de commissie-Biesheuvel die het kabinet in januari 1994 van een advies over een andere honorering van specialisten voorzag. De ledenvergadering van de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) bestempelde de conclusies over 'de specialist in loondienst' van de Commissie Modernisering Curatieve Zorg onder leiding van voormalig premier B.W. Biesheuvel als “onaanvaardbaar”. Inmiddels is de kritiek afgenomen. In het hele land werkt 90 procent van de specialisten mee aan lokale experimenten en initiatieven. Emmen dient, net als Alkmaar waar een ander groot experiment loopt, in 80 procent van de gevallen als “voorbeeld experiment”. Op 1 januari 1997 moet het wettelijk geregeld zijn dat de specialist binnen het budget van het ziekenhuis valt.

Het rapport van de commissie-Biesheuvel sloeg destijds bij de bijna zesduizend vrijgevestigde specialisten (van de in totaal ongeveer elfduizend specialisten die Nederland telt) in als een bom. De specialist zou een integraal onderdeel van de ziekenhuisorganisatie moeten worden. Het werken in dienstverband is daarvoor de meest logische oplossing concludeerde de commissie.

De meerderheid van de specialisten vreesde het ergste. Het management van het ziekenhuis zal bepalen hoeveel behandelingen de specialisten mogen uitvoeren. De belangenorganisaties van de medici konden geen blok vormen en gingen rollebollend over straat.

“Wij waren al een tijdje erg ongelukkig met de hele situatie”, zegt chirurg Groeneveld. Om in te spelen op de ontstane situatie meldde Emmen zich samen met de ziekenhuizen in Noord-Holland Noord, in de Rijnmond, in Venlo/Venray en in Bergen op Zoom aan bij het Ministerie van Volksgezondheid om mee te doen aan een 'specialisten-experiment'.

“We werden uitgemaakt voor rotte vis”, zegt Groeneveld. “Het ging zelfs zo ver dat iemand op een regionale vergadering opriep om alle specialisten te royeren die zich met experimenten bezighielden.” Op 1 januari 1995 ving het experiment in Emmen na twee jaar voorbereidingstijd aan. “Wij Biesheuvelen hier op zijn Emmens”, zegt Groeneveld.

In Emmen wordt getracht een betere afstemming te bewerkstelligen tussen de belangen van het ziekenhuis en de belangen van de specialisten. De honorering van de specialisten is niet langer uitsluitend gekoppeld aan het aantal verrichtingen. Voor 40 procent staat het salaris vast (het niveau van 1993 is daarvoor bepalend), voor 30 procent vormen het aantal opnames, het aantal polikliniekbezoeken en het aantal dagverplegingen de meetpunten (dezelfde die het ziekenhuisbudget bepalen) en 30 procent van de salariëring wordt bepaald door het aantal mensen dat uit de regio Emmen gebruik maakt van het Schepersziekenhuis.

De specialist helemaal integreren in het ziekenhuis is volgens de Emmense internist Haanstra “een stap te ver”. “Er moet sprake zijn van nevenschikking in plaats van onderschikking. Het kan niet zo zijn dat de specialist in dienst van het ziekenhuis werkt zonder dat daar een CAO voor is”, zegt de internist Haanstra.

Na een jaar kunnen in Emmen al wat voorlopige conclusies worden getrokken. Het gedragspatroon van de specialist is door de andere honorering niet veranderd. “De verwachting was dat het aantal verrichtingen terug zou lopen, maar dat is niet het geval”, zegt Groeneveld. “De doelmatigheid van de specialist is het laatste jaar wel vergroot. Het aantal opnames en bezoeken is met 3 procent gegroeid en de behandelingen zijn voor nagenoeg hetzelfde salaris uitgevoerd. De kwaliteit is hetzelfde gebleven.”

De twee specialisten filosoferen graag over de toekomst van hun vak. Ze lopen congressen af en zijn op het ministerie van Volksgezondheid in Rijswijk bekende gesprekspartners. “We zijn begonnen aan dit experiment in Emmen uit idealisme, maar langzaam is dat een realistisch idealisme geworden.” Er zijn nog heel wat hobbels op de weg. Volgens Groeneveld is de 'zorgkloof' een groot probleem. De vraag naar zorg blijft almaar groeien terwijl er onvoldoende geld is om het aanbod aan de vraag aan te passen. Groeneveld: “Als er problemen zijn zegt minister Borst: 'Probeer dat eerst maar regionaal op te lossen.' Maar ja, dat is niet zo eenvoudig. Wij hebben hier bijvoorbeeld behoefte aan een extra orthopeed. Bijna de helft van de patiënten kan hier niet geholpen worden en gaat dan naar andere regio's. In Stadskanaal of Hoogeveen gaan ze niet inkrimpen omdat wij er een specialist bij willen hebben. Budgetten moeten flexibel met patiëntenstromen meebewegen, daar kent het ministerie geen regels voor.”

De verwachting is dat het 'model Emmen' op de lange termijn vruchten afwerpt. De salarissen van de specialisten moeten onderling beter op elkaar worden afgesteld. “Belachelijk” is het volgens Groeneveld dat een radioloog vijf tot zes ton verdient en een kinderarts nog geen twee ton omzet. “De factoren tijd, praktijkkosten en onregelmatigheid moeten het salaris gaan bepalen. Maar als je dat tegen een radioloog zegt ploft die gelijk. Wij staan een systeem voor dat is gebaseerd op billijkheid en redelijkheid.” Als de grootverdieners echt zullen gaan moeten inleveren kan het Emmens Biesheuvelen nog wel een interne strijd gaan opleveren.

Het 'specialistenprobleem' is nog lang niet opgelost. “Maar”, zegt Haanstra, “we worden niet meer uitgescholden. Bijna alle specialisten werken nu volgens ons systeem.”