Wie van de drie

Meneer A: “Mijn naam is Joop Braakhekke.”

Meneer B: “Mijn naam is Joop Braakhekke.”

Meneer C: “Mijn naam is Joop Braakhekke.”

Presentator: “Mijn naam is Joop Braakhekke. Ik ben kok en restaurateur. Maar bovenal noem ik mijzelf kookgek, wat betekent dat mijn koken nog het meeste lijkt op kliederen, knoeien en kleien. Mijn klanten komen uit de hoogste kringen. Was getekend, Joop Braakhekke.”

Panellid: “Meneer A. Allerlei beroepsgroepen, zoals artsen, advocaten en journalisten, hebben een eigen beroepscode. Bestaat zoiets ook in uw branche?”

Meneer A: “Jazeker. Je hebt de beroepscode voor de horeca.”

Meneer B: “Inderdaad. Daarin staan de gedragsregels voor iedereen die in de horeca werkt. Bijvoorbeeld hoe men gasten ontvangt of hoe men aan tafel bedient.”

Meneer C: “Weet ik veel. Zo'n code heb ik niet nodig!”

Panellid: “Meneer A. Weigert u wel eens iemand?”

Meneer A: “Dat komt een enkele keer voor, maar eigenlijk alleen als de gast dronken is.”

Meneer B: “Zelden of nooit, maar het gebeurt wel eens dat iemand agressief is. In dat geval volgen wij de richtlijnen. Als wij het gedrag van de gast onredelijk vinden, proberen wij hem ervan te overtuigen dat het beter is om naar huis te gaan. Pas als dat niet lukt, bellen wij de politie.”

Meneer C: “Ik hoef niemand te weigeren. Ik krijg in mijn zaak alleen maar rijke en beroemde mensen. Weet je wat ik tegen mijn gasten zeg, als er amok wordt gemaakt? Jongens, even niet vandaag. Als jullie nou per se een lekker potje willen gaan schieten - niet hier! Dan gaan jullie maar naar Barretje-Hilton.”

Panellid: “Meneer A. Stel, dat er bij u een Turkse familie binnenkomt. Vrouwen met hoofddoekjes. Wat doet u dan?”

Meneer A: “Die laat ik binnen. Geen probleem.”

Meneer B: “Die laat ik binnen. Geen probleem.”

Meneer C: “Geen probleem? Wat denk je dat mijn beroemde cliëntèle daarvan zal zeggen? Die laat ik niet naast zo'n carnavalsoptocht zitten. Dus zijn wij vol. Prop en propvol!”

Panellid: “Meneer A. Stel nu eens dat er in uw zaak toch een Turkse familie is geweigerd en dat die weigering met een verborgen camera is vastgelegd. Bovendien heeft men gefilmd dat er voor de Nederlandse familie, die even later binnenkomt, wel degelijk een tafeltje vrij is. Wat zou u doen als u te horen kreeg dat dit op de televisie wordt uitgezonden?”

Meneer A: “ Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat zoiets in mijn zaak gebeurt, maar mocht het toch een keer zijn voorgekomen, dan zou ik ruiterlijk daarvoor mijn excuses aanbieden.”

Meneer B: “Tsja, dat zou heel vervelend zijn. Het moet werkelijk een ongelukje zijn geweest, want anders zou ik zo'n faux pas niet kunnen verklaren. In ieder geval zou ik onmiddellijk meedelen dat het mij spijt en ik zou die Turkse familie alsnog een etentje aanbieden.”

Meneer C: “Om te beginnen zou ik mijn advocaat inschakelen. Die ontkent alles. Hij beweert dat de Nederlandse familie veel later is binnengekomen en dat er toen inmiddels wel een tafeltje vrij was.”

Panellid: “Maar, meneer C, stel nu eens dat er maar acht minuten zat tussen de binnenkomst van de Turkse en de Nederlandse familie?”

Meneer C: “Dan zou ik naar de studio gaan om de vermoorde onschuld te spelen. Als een slechte acteur zou ik alles kort en klein schreeuwen. Op geen enkele vraag zou ik een serieus antwoord geven. Met een jij-bak zou ik ook nog eens proberen de zaak om te draaien. En ten slotte zou ik diep, diep, verongelijkt weglopen, zodat heel Nederland kan zien dat ik een volstrekte idioot ben.”

Presentator: “En dan gaan we nu over tot de stemming. Willen de panelleden hun bordjes klaarhouden. Wat zie ik daar? Twee maal meneer A en twee maal meneer B. En wil dan nu de echte Joop Braakhekke opstaan? Nee maar... meneer C! Wie had dat gedacht! Dat heeft niemand geraden. Joop, daar houd je 750 gulden aan over. Van harte gefeliciteerd!”