Volgens berekingen Planbureau; Werkweek 36 uur leidt tot meer banen

DEN HAAG, 8 MAART. Een werkweek van 36 uur in alle bedrijfstakken leidt tot meer banen en minder werklozen. Dit blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau ten behoeve van het Centraal Economisch Plan, dat volgende maand verschijnt.

In de metaal- en elektrotechnische industrie en bij Philips leidt de eis van de vakbeweging voor een 36-urige werkweek momenteel tot gespannen verhoudingen. De voorzitter van de metaalwerkgevers J. van den Akker en Philips-onderhandelaar E. de Haas hebben meerdere malen kenbaar gemaakt dat een 36-urige werkweek volgens hen ten koste van de werkgelegenheid gaat. De berekeningen van het CPB spreken dit tegen.

Het CPB heeft vier varianten doorgerekend. In alle gevallen neemt het aantal banen toe. Het gunstigste scenario levert 83.000 extra banen in het jaar 2000 op. Daarvoor moet loon worden ingeleverd, per uur meer worden gepresteerd, terwijl niet te veel knelpunten in de produktie mogen ontstaan.

In een andere variant, waarin geen loon wordt ingeleverd, komen er minder banen bij, namelijk 38.000. Dit is wat de vakbeweging wil. Die gaat er vooralsnog vanuit dat voor een kortere werkweek niet extra ingeleverd hoeft te worden. De werkloosheid daalt in de gunstigste variant met 73.000 personen en blijft in het slechtst denkbare scenario stabiel. In dit vierde, worst case scenario leveren werknemers geen loon in, treedt veel capaciteitsverlies op door gebrek aan mensen en moeten mensen per uur meer presteren. De werkgelegenheid neemt in dit meest negatieve scenario nog altijd met 1.000 personen toe.

In uren gemeten daalt de werkgelegenheid in alle varianten. Het Centraal Planbureau gaat ervan uit dat de mogelijkheid om loon in te leveren in de komende jaren “wellicht zeer gering is”. Toch wordt er in twee van de vier scenario's rekening mee gehouden dat loon wordt ingeleverd overeenkomstig de daling van de produktie per werkende. Wanneer werknemers minder uren maken, maar per uur meer presteren, leidt dit in mindere mate tot looninlevering dan wanneer ze per uur evenveel blijven produceren.

De meeste mensen komen aan de slag in de kwartaire sector. Bij looninlevering is de groei van de werkgelegenheid voor bijna de helft hier geconcentreerd. Zonder looninlevering neemt het aantal banen zelfs alleen in de kwartaire sector toe. Dit komt omdat bij de overheid en de gesubsidieerde instellingen herbezetting van vrijkomende arbeidsuren makkelijker is te realiseren. In de marktsector treedt capaciteits- en afzetverlies op, alsmede oplopende loonkosten per uur. Deze factoren beïnvloeden de werkgelegenheid negatief. Een 36-urige werkweek in alle bedrijfstakken komt overeen met een daling van de arbeidstijd met ongeveer vier procent in vier jaar.