Violiste in hot pants op expeditie in popland

Zanzibar, zaterdag 9 maart, Ned.3, 17.30u.

Waarom zou iemand een Chinees meisje van zeventien aan zee in een doorkijkblouse hijsen, een wit viooltje in handen duwen en de branding in sturen? Of in paarse hot pants, met datzelfde witte viooltje, in het rond laten rennen? Het antwoord ligt voor de hand, maar volgens de producer van Vanessa Mae ging het toch echt om de muziek. Mel Bush, ontdekker van Queen, vond het namelijk gewoon een “very, very good idea” dat het Chinese vioolwonder Vanessa Mae-Nicholson de klassieke muziek eens zou verruilen voor de popmuziek, vertelt hij in de Britse documentaire die de RVU morgen over Mae uitzendt. En bij popmuziek horen nu eenmaal videoclips.

Toegegeven: al die andere koningen van de edelkitsch die klassiek met pop combineren, verbleken bij Mae als een smurf voor Superman. We zien haar op een Pink Panther-deuntje rollerskaten, we kijken mee op een home-video hoe ze, acht jaar oud, een compositie van Manuel de Falla oefent, en we zijn erbij als ze, inmiddels een superster, op tv een van de 147 vragen beantwoordt die een bologig Brits schooljongetje voor haar heeft opgesteld.

Maar hoe zit het met de muziek? Ging het daar niet om? Van Mae's cd The Violin Player zijn wereldwijd al meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Fragmenten in dit programma maken echter duidelijk dat haar expedities in popland misschien voor haar een leuk tijdverdrijf zijn, maar muzikaal toch thuishoren in de categorie 'ijselijk'. Het is muziek voor bij de hypernerveuze zaterdagochtend-boodschappen, op de roltrap naar het winkelcentrum, of in de lift van een advocatenkantoor. Klassieke muziek en popmuziek, het blijft een even moeizame combinatie als death-metal op een bingo-avond.

Dat wordt in dit programma gelukkig ook opgemerkt, door de azijnzure muziekrecensent van The Daily Telegraph, Norman Lebrecht. “Zulke crossovers tussen pop en klassiek zijn noch het een, noch het ander. Het is vlees noch vis.” Volgens Lebrecht heeft de violiste zichzelf al “vreselijke, mogelijk onherstelbare schade toegebracht in de wereld van de klassieke muziek”. Producer Mel Bush is uiteraard beter gemutst: we hebben van zijn nieuwe ster nog maar “het topje van de ijsberg” gezien, voorspelt hij, met een merkwaardig kille beeldspraak. Mae zelf, intussen, lacht wat af bij alle verkleedpartijtjes en videoclips.

Zo scheert dit programma - het tweede van een serie buitenlandse documentaires over 'jonge, creatieve mensen' - op een mooie manier langs de kern van de zaak: waar gaat, in een popcultuur, identiteit over in imago? Bij Mae is dat duidelijk, maar het thema schuilt ook in een volgende uitzending, gewijd aan de jonge Engelse mode-ontwerper Hussein Chalayan. Daarin komt onder anderen de IJslandse zangeres Björk uitleggen waarom ze op tournee Chalayans papieren jurken draagt (“Ze zijn zo makkelijk te vervoeren”). Een aangenaam praktisch argument, want wat doet het er voor een muzikant eigenlijk toe? Naar kleren kun je niet luisteren - ook niet naar paarse hot pants.