Veel bloed en de wens om geweld te doorgronden

Voorstelling: Leersmoel, van Helmut Krausser, door Grand Theatre/Crescendo. Vertaling: Tom Kleyn; regie: Ola Mafaalani; geluidsdecor: Wim Conradi. Spel: Robijn Wendelaar en Flip Filz. Gezien: 6/3 Frascati, Amsterdam. T/m 9/3 aldaar; tournee. Inl 050-3144644.

Bloed in het theater: soms komt het je strot uit. Welja, denk je vermoeid wanneer je het podium weer eens rood ziet kleuren, gooi er maar een paar liter van die kleverige vloeistof tegenaan, dat ziet er altijd indrukwekkend uit, vooral als het lekker rondspat.

Een regisseur die flink met bloed smijt laadt algauw de verdenking van effectbejag op zich, en dikwijls is hij inderdaad slechts op sensatie uit. Maar de afwijzende reactie van de kijker kan net zo goed een vorm van afweer zijn. Ook in het theater mag het geweld niet te dichtbij komen; ook hier kunnen we ons geen gevoeligheden permitteren, anders worden we ziek. Dus pantseren we ons met cynisme en gaan we grimlachend aan de kern van de zaak voorbij.

Grimlachend keek ik naar Leersmoel, en pas gaandeweg besefte ik dat Leersmoel over zulke afweermechanismen gaat. Over ontkenning van geweld en het geobsedeerd zijn erdoor, twee reacties die in feite allebei even extreem zijn. De man in Leersmoel - oorspronkelijke titel: Lederfresse - vertoont het tweede soort gedrag. Hij tracht het geweld te doorgronden door het naar zich toe te halen. Op een avond waarop hij zich alleen waant, onderzoekt hij het wezen van een moordenaar, de griezel uit de film The Texas Chainsaw Massacre. Daartoe heeft hij bij de slager twee emmers varkensbloed gehaald, bij de ijzerhandel een kettingzaag en uit het keukenkastje een zeem, die nu als beulskap fungeert.

Aldus uitgedost als Leatherface giet hij het varkensbloed over zich heen - en dan komt zijn vrouw binnen. Vroeger dan verwacht, want bij het café waar zij als serveerster werkte hebben ze haar ontslagen. Dat laatste is een mededeling van haar die hem helemaal ontgaat. Veel te druk heeft hij het ermee aan haar uit te leggen waar zijn bizarre exercitie goed voor is, en, het moet gezegd, zijn argumenten klinken redelijk. 'Daarbuiten' ontwaart hij 'een totale ontmenselijking' en daar wil hij een verklaring voor vinden, hij is immers een schrijver, een professionele (ofschoon straatarme) drijfveren-zoeker. En aangezien hij uit zichzelf geen vlieg kwaad zou doen, moet hij zich in een personage à la Leatherface verplaatsen om althans íets van de tijdgeest te snappen.

Of liggen de zaken toch ingewikkelder? Gebruikt deze schrijver z'n verbeelding, z'n intelligentie, z'n creativiteit alleen maar om er zijn eigen destructiedrift mee te verwezenlijken? Heeft zijn vrouw misschien toch gelijk wanneer ze hem toeroept dat hij een gevaarlijke gek is? Wie is er nu eigenlijk gek: de vrouw, die, volgens hem dan, alleen maar van videootjes over bloemen en koalabeertjes houdt, of de man, die uitsluitend naar films als The Texas Chainsaw Massacre etcetera kijkt? Is iemand die het fenomeen geweld van alle kanten bestudeert inderdaad, zoals de man stelt, beter op het harde grote-mensenleven voorbereid dan iemand die zich liever met vriendelijker dingen bezighoudt?

Het slot van de voorstelling lijkt de bewering van de man te logenstraffen. Want zodra deze huismus een stap, één stapje maar, in de boze buitenwereld zet, wordt hij overhoop geschoten. Waarschijnlijk door politieagenten die, gealarmeerd door een buurman, zijn woning omsingeld hebben.

Regisseuse Ola Mafaalani heeft die woning, die binnenwereld van de man, mooi-benauwend vormgegeven. Een kleine driehoek, bestaande uit beddespiralen: dat is het tere bouwsel waarin de man en zijn vrouw om elkaar heen bewegen. Over die weinig stevige speelvloer zoeken zij al balancerend hun weg; ze lopen niet, nee, ze worstelen, dansen en wankelen. Deze onvrijwillige dynamiek van het duo geeft het spel een vitaliteit die de lange monologen van de man heel verteerbaar maken. Toch hadden de spelers Flip Filz en Robijn Wendelaar de humor van auteur Helmut Krausser (bekend van het diepzinnige èn geestige epos Melodieën) meer tot z'n recht kunnen laten komen. Een scène waarin de man met een hondse blik vanachter zijn leren masker naar de vrouw opkijkt - zo'n scène mag best wat theatraler. Want serieus blijft deze Leersmoel toch wel, met al dat zeer realistisch ogende rode lichaamsvocht.