U lijkt jonger dan in de film; Abbas Kiarostami filmt als een botanicus

De Iraanse regisseur Abbas Kiarostami maakt films over zijn eigen films. De moeizame opname van een scène voor de ene film wordt het onderwerp van een andere. En daarbij weet je nooit wat werkelijkheid is en wat fictie.

Close-up: een retrospectief op het werk van Abbas Kiarostami. Nederlands Filmmuseum, Amsterdam. Vanaf 14 maart.

Na een aardbeving rijdt een auto door het rampgebied. De chauffeur houdt stil, draait het raampje open en vraagt een oude vrouw de weg. Ze weet het niet. Vervolgens vraagt hij haar of ze veel dierbaren verloren heeft. 'Zestien', luidt het antwoord. Als deze scène deel uit zou maken van een documentaire, zou je je vragen kunnen stellen over de ethiek van de filmmaker. De verhouding tussen werkelijkheid en fictie in Abbas Kiarostami's film En het leven gaat door is ingewikkelder. Het is een speelfilm die vijf maanden na de aardbeving in Iran in 1990 werd opgenomen. De vrouw heeft werkelijk zestien familieleden verloren. Maar direct na de opname vroeg ze aan de regisseur of ze de scène goed gespeeld had, vertelde Kiarostami later in een interview.

Voor de Iraanse regisseur Abbas Kiarostami (Teheran, 1940) is de werkelijkheid interessanter dan fictie. Een regisseur die een boek verfilmt vergelijkt hij met iemand die aan een visrijke stroom woont en toch uit blik eet. De films van Kiarostami zijn doorgaans geen documentaires, al lijken ze er soms bedrieglijk veel op. Eigenlijk weet je bij Kiarostami nooit zeker of je naar fictie of non-fictie kijkt. Die verwarring is een van de hoofdthema's in een aanzienlijk oeuvre, dat pas sinds enkele jaren in het buitenland de aandacht trekt.

De lof van verschillende collega's geeft aan hoe bijzonder Kiarostami's werk is. Jean-Luc Godard zei: 'Ik heb gefaald in het overtuigen van de mensen die Oscars uitdelen dat ze niet Kieslowski, maar Kiarostami zouden moeten bekronen' en Akira Kurosawa meende: 'Toen Satyajit Ray stierf, was ik nogal bedrukt, maar na het zien van Kiarostami's films, bedacht ik dat God de juiste persoon gevonden had om zijn plaats in te nemen'. De Cahiers du Cinéma spreken al liefkozend over 'AK' of 'Kiarostami de Geweldige'.

Schaamlap

In Nederland werd alleen Kiarostami's recente, in de bergen van Noord-Iran opgenomen trilogie, met gering succes, uitgebracht. Enkele andere films waren te zien op het Rotterdamse festival. Het Nederlands Filmmuseum presenteert nu acht lange en acht korte films in een opzienbarend retrospectief van deze regisseur.

Kiarostami debuteerde in 1969, na een loopbaan als graficus, illustrator en maker van meer dan 150 reclamespots, met de korte film Het brood en de straat (Nan va kucheh) over een jongetje dat een enorme hond trotseert. Het was de eerste filmproduktie van het Instituut voor de Intellectuele Ontwikkeling van Kinderen en Jonge Volwassenen, beter bekend onder het Perzische acroniem 'Kanun'. Deze 'studio' produceerde nagenoeg al zijn films. Ook de door Kiarostami geschreven film De witte ballon (Badkonak-e sefid) van regisseur Jafar Panahi, die vorig jaar in Cannes de Gouden Camera voor het beste debuut won, werd door Kanun geproduceerd. Kiarostami ontkent dat zijn officiële status als maker van kinderfilms hem een paraplu verschafte tegen de censuur, eerst van het bewind van de sjah en later die van de theocraten. Tegenstanders van het huidige regime wijzen erop dat de internationale faam van Kiarostami hem juist tot een favoriet maakt van de machthebbers, een niet-politieke en niet-religieuze schaamlap voor hun slechte culturele reputatie in het buitenland. Hoe het ook zij, het werk van Kiarostami en zijn protégés bij Kanun lijkt een nieuw bewijs voor de onprettige stelling dat een totalitair regime vaak een interessante filmcultuur voortbrengt; het omgekeerde zou kunnen blijken uit de recente neergang van alle nationale filmculturen in Oost-Europa.

De vorm van Kiarostami's films is vaak rigide en wordt gekenmerkt door herhalingen, meer nog dan in het echte leven. De montage is voor Kiarostami dan ook het belangrijkste bij het maken van een film. Het meest extreme voorbeeld is De burger (Hamshahri,1983): gedurende een klein uur zien we niets anders dan een verkeersagent in burger (een functie die Kiarostami zelf ooit vervulde), die probeert automobilisten te verhinderen een bepaalde straat in te rijden. Achter elk autoraampje doemen nieuwe smoezen op en de film - die vermoedelijk deels geënsceneerd werd - krijgt door de eindeloze herhaling het karakter van een absurde komedie.

De betrekkelijkheid van burgerzin in een maatschappij die zulks tamelijk hardhandig van bovenaf tracht op te leggen, is een andere rode draad in Kiarostami's oeuvre. Waar is het huis van mijn vriend? (Khaneh-ye dust kojast?, 1987), opgenomen in een bergdorpje in de buurt van de Kaspische Zee, gaat over een jongen die bedreigd wordt met vreselijke straffen als hij zijn huiswerkschrift weer zou vergeten mee naar school te nemen. Per ongeluk heeft hij het schrift van een medeleerling mee naar huis genomen en dus ziet hij zich genoodzaakt hem dat terug te bezorgen. Alleen weet hij niet waar die vriend precies woont in het naburige dorp; tot drie keer toe beklimt hij over een Z-vormig pad de kale berg naar het andere dorp en steeds ontmoet hij onverschilligheid en desinteresse bij de volwassenen die hij om hulp vraagt.

Voor Kiarostami volgt elke film uit de vorige, omdat de ervaringen die hij bij het maken van een film opdoet hem meer inspireren dan bijvoorbeeld andere films (hij zegt er hooguit 150 gezien te hebben, waarvan de Italiaanse neorealisten en François Truffaut de meeste indruk maakten). De volgende stap was dus Huiswerk (Mashq-e shab, 1990), een 'echte' documentaire waarin Kiarostami tientallen scholieren streng ondervraagt over hun ideeën ten aanzien van huiswerk. De antwoorden stroken niet met de waarheid, maar wel met het islamitisch drillen op het schoolplein. Gevraagd of ze liever naar tekenfilms kijken of huiswerk maken, antwoordt ieder jongetje dat hij het laatste belangrijker en leuker vindt.

Oplichter

Waarheid en leugen zijn het thema van de volgende film, die volgens de regisseur 'zichzelf maakte'. Close-up (Namay-e nazdik, 1990) gaat over een werkloze, die per ongeluk aangezien wordt voor de bekende filmregisseur Mohsen Makhmalbaf en die rol met verve gaat spelen. Hij dringt zich binnen bij een rijke familie, die hij hoofdrollen in zijn 'volgende film' belooft. Close-up gaat over het proces tegen de bedrieger en de reconstructie van zijn bezoekjes. Het bijzondere is dat alle rollen gespeeld worden door de echte betrokkenen: de oplichter, de familie, de journalist die er een mooi verhaal aan overhoudt, de rechter, en zelfs de authentieke Makhmalbaf, die aan het slot van de film zijn dubbelganger achterop de motorfiets neemt.

Toen in 1990 het dorp waar Kiarostami Waar is het huis van mijn vriend? opgenomen had door een aardbeving verwoest werd, reed de regisseur er de volgende dag heen om te kijken of zijn beide hoofdrolspelertjes de ramp overleefd hadden. Vijf maanden later reconstrueerde hij die reis in En het leven gaat door (Va zendegi edameh darad, 1992), een pseudo-documentaire waarin niet-professionele acteurs 'de regisseur en zijn zoon' spelen in een 'road movie' door het rampgebied. Het voortdurend balanceren op de grens van fictie en realiteit is de sublieme inzet van deze ongelooflijke film, waarin de teksten van de dorpsbewoners steeds refereren aan de ingrepen van een filmmaker in de werkelijkheid. 'U ziet er jonger uit dan in de film', zegt het jongetje tegen een oudere man. 'Dat komt omdat de heren mij een bochel hadden opgeplakt', antwoordt deze, 'iemand jonger maken dan hij is, dat zou pas een kunst zijn. En dat huis in de film was ook niet van mij. Dit huis, waar ik nu sta, trouwens ook niet.'

Om het nog ingewikkelder en spannender te maken sloot Kiarostami het drieluik in 1994 af met Door de olijfbomen (Zir-e derakhtan-e zeytun), waarin hij de moeilijkheden bij de opnamen van een scène in En het leven gaat door laat naspelen door twee nieuwe amateurs, een man en een vrouw. Na het eindeloos mislukken van dezelfde 'take', laat de regisseur de man vervangen door een produktieassistent, zeer tegen de zin van de vrouw, omdat de assistent haar al tijden met avances bestookt. De assistent speelt de scène goed en slaagt er zelfs in om de situatie uit te buiten voor zijn eigenlijke ambitie.

Het spelen met film en werkelijkheid is bij Kiarostami nooit een intellectuele vervreemdingstruc. Het is eerder zelfspot, en het nastreven van zuiverheid in de omgang met 'acteurs'. Hun gedrag buiten het kader van de film interesseert Kiarostami meer dan het creëren van geloofwaardige fictie. De regisseur vergelijkt zichzelf met een botanicus; hij verzamelt en ontleedt menselijk gedrag, zoals hij het in de werkelijkheid aantreft. Maar ook dat is niet helemaal waar, want in de montage schikt hij die toevallige vondsten toch weer tot een 'verhaal' dat wij als kijkers acceptabel moeten vinden. Kiarostami is een van de meest inspirerende speelmakkers die je als toeschouwer in de huidige cinema tegen kunt komen. Zijn charme ligt niet voor de hand, maar overwint wel de afstand tussen zijn cultuur en de onze. Hoewel hij zich meestal laat fotograferen met een donkere bril op, is Abbas Kiarostami een mensenvriend, die de ethiek van de speelfilm en de documentaire genadeloos onderzoekt.