Speelse kwinkslagen na vonnis

DEN HAAG, 8 MAART. Tegen de bar in het bruine café Grand Cru (een rijtje halve wijntonnen tegen de muur) om de hoek bij het Haagse Paleis van Justitie staat Joep van den Nieuwenhuizen tegen de bar geleund, geflankeerd door zijn advocaat Leo Spigt. Ze zijn vrolijk en maken speelse kwinkslagen met de verzamelde vaderlandse pers die zich aan de voeten van het zegevierende tweetal heeft geschaard. De slepende HCS zaak ligt achter hen. De president van het Hof heeft Van den Nieuwenhuyzen vanochtend vrijgesproken in de HCS voorkennis zaak.

“De beurs en het Openbaar Ministerie zaten van begin af aan fout. Er was helemaal geen sprake van voorkennis”, zegt Van den Nieuwenhuyzen - Joep voor de meeste aanwezige journalisten van wie enkelen het HCS-feuilleton al vijf jaar volgen.

“Er zijn de afgelopen jaren tientallen voorkennis-zaken geweest waar de beurs en het OM wèl hadden kunnen scoren. Pak de verslagen van de beurs er maar bij. Je kunt dan zien welke zaken ze hebben en hoe weinig ze er mee gedaan hebben.” Voor Van den Nieuwenhuyzen is het nog steeds onbegrijpelijk dat beurs en Openbaar Ministerie de HCS-zaak er hebben uitgepikt.

De HCS-zaak draait om de verkoop van 4,1 miljoen aandelen in het gelijknamige automatiseringsbedrijf op 31 juli 1991, daags na een geheim reddingsoverleg van grootaandeelhouders en banken. Van den Nieuwenhuyzen, paardenmiljonair L. Melchior en Unigro-eigenaar E. Albeda Jelgersma zouden volgens de beurs en later ook het Openbaar Ministerie die deels niet openbare informatie hebben misbruikt om daar zelf financieel beter van te worden ten koste van de overige aandeelhouders.

In april 1994, bij de eerste zitting in de affaire voor de rechtbank in Amsterdam, werd het trio vrijgesproken. Justitie ging echter - met succes - in beroep. Het Hof in Amsterdam veroordeelde Van den Nieuwenhuyzen tot een half jaar gevangenisstraf plus een geldboete van 100.000 gulden. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis evenwel in juni 1995. Het hoogste rechtscollege verwees de zaak terug naar het Gerechtshof in Den Haag. Dit Hof moest vooral onderzoeken of er sprake was geweest van koersgevoelige informatie en of er een direct verband bestond tussen die eventuele voorkennis, de transactie en het daarmee behaalde voordeel. De president van het Hof oordeelde vanochtend dat Van den Nieuwenhuyzen op beide punten vrijuit gaat.

Van den Nieuwenhuyzen, de gevierde ondernemer uit de jaren tachtig, de man die voor zijn 35ste levensjaar al een concern (Begemann) met een omzet van 2,5 miljard gulden uit de grond wist te stampen, heeft een aantal zware jaren achter de rug. Achtervolgd door HCS ging hij niet alleen persoonlijk maar ook zakelijk behoorlijk door de mangel. Hij heeft bijvoorbeeld moeten aftreden als voorzitter van de Begemann-groep en het bedrijf zelf is nog slechts een schim van wat het vijf jaar geleden voorstelde. De schade beloopt volgens Van den Nieuwenhuyzen vele honderden miljoenen guldens. “Niet alles is te bewijzen, maar het grootste deel wel. De Vereniging van Effectenhandel is in blijde verwachting van een claim die hoger uitvalt dan haar eigen vermogen”.

Hoeveel advocaten en accountants aan de claim werken wil hij niet zeggen. En de advocatenrekening van de afgelopen jaren dan? “Dat is inderdaad een aardige rekening. Het was niet helemaal pro deo, zeg maar dat het een vriendenprijs was.” Hij lacht schalks naar Spigt, vriend uit de Nederlandse Antillen sinds beiden hun heil zochten op Curacao.

De echtgenote van Van den Nieuwenhuyzen, Carlita, één van de blonde dochters uit het Van der Valk geslacht, zit samen met haar twee zoontjes Bob en Bas (blauwe blazers, lichte broeken) aan een ander tafeltje in Grand Cru koffie te drinken. Ze heeft alle zittingen bijgewoond. Wanneer kreeg zij in de gaten dat de zaak voor haar man goed af zou lopen? Carlita aarzelt. Zoontje Bas helpt haar met de rapheid van zijn vader: ''We wisten van begin af aan dat hij zou worden vrijgesproken.''