Rawies kentering

Maatstaf 1995/11-12 en 1996/1-2. De Arbeiderspers, 137 en 148 blz. Prijs ƒ39,90 en ƒ45,-. NWT 1996/2. Distributie Betapress, 96 blz. ƒ13,50.

Naar echte en onveranderlijk irritante traditie vielen er in één week twee nummers van Maatstaf, het tijdschrift van De Arbeiderspers op de mat. Twee dubbelnummers nog wel, dus je kunt moeilijk zeggen dat ze geen tijd hadden om de produktie te plannen. Het eerste dubbelnummer is een heel boek. Paul van Capelleveen, schrijver en dichter, leeft zich hierin vrijelijk uit op het tiendelige gedicht 'Capriccio' van Gerrit Komrij, uit 1978. Op de meeste, nee, op alle van de 136 Maatstaf-bladzijden worden de homo-erotische aspecten van Capriccio belicht. Een uitgave voor specialisten op het gebied van dichtkunst en/of homoseksualiteit dus, en vooral, want we hebben het over Komrij, het verband daartussen. De cyclus van tien gedichten werd, in hand- en typoscript, ook in het nummer afgedrukt.

De redactie van Maatstaf blijkt met ingang van de nieuwe jaargang te zijn veranderd en bestaat nu, afgezien van AP-uitgever Martin Ros en directeur Dietz, uit historicus Aart Aarsbergen, eveneens werkzaam bij De Arbeiderspers, Peter Nijssen (idem), en Henk Pröpper, ex-redacteur van Optima. Dietz heeft zijn Maatstaf-redacteuren kennelijk graag dicht bij zich in de buurt. Of dat voor het ruim veertig jaar oude blad gunstig zal zijn kan nu nog niet beoordeeld worden.

Optimistisch gezien kan Maatstaf, nu het een uitgesproken huisorgaan geworden is, misschien weer het 'eigen gezicht' aannemen dat door sommigen node gemist wordt bij de moderne literaire tijdschriften. Maar het 'gezicht' van De Arbeiderspers, waar is dat gebleven? Zo er al iets karakteristiek is aan de AP-uitgaven, dan valt dat altijd linea recta terug te redeneren naar de literaire hartstochten van Martin Ros.

Het eerste nummer van deze huisredactie heeft een uitgesproken politieke inhoud. Daar doet De Gids vanouds veel aan, evenals het Hollands Maandblad, en onlangs sprak ook Tirade het voornemen uit méér aan politiek te gaan doen - hangt er soms iets in de lucht? De literatuur legt wel het loodje, in dit nummer tenminste, en dat stemt somber. Naast negen artikelen over het conservatieve reveil in en om Nederland (waarop in het volgende nummer nader zal worden ingegaan...) vinden wij een bijdrage van Gert Jan de Vries over een dichter. 'Lazarus in de canon - De opzienbarende zaligverklaring van Jean Pierre Rawie' noemde De Vries zijn stuk, waarin hij zich afvraagt of er verband bestaat tussen de nipte ontsnapping aan de dood door exorbitant drankgebruik en de ongehoorde populariteit die de dichter ten deel viel nà zijn versobering. 'Heeft Rawie toen hij op het randje lag het vuur van de goden gestolen of koopt men zijn poëzie uit medelijden?' Niet de talrijke tevreden kopers van Rawies dichtbundels legt De Vries onder de loep, maar de recensenten die zich meestal niet goed raad met hem wisten. Eerst niet als maker van light verse, later misschien wel niet omdát zijn gedichten zo grif verkocht werden. Volgens De Vries bleven de recensenten zo voorzichtig omdat ze Rawies kentering - van light naar ernstig, van ironisch naar serieus - nog lang niet vertrouwen. Zijn poëzie heeft bovendien een hoge 'gebruikswaarde' (bijvoorbeeld in rouwadvertenties), en dat wordt doorgaans geassocieerd met werk van literaire lichtgewichten (Nel Benschop, Toon Hermans). Pas als de kritiek Rawie bespreekt als een uiterst serieus te nemen dichter, is de canon verlost van het oude dictaat dat wil dat een gedicht volledig op zichzelf staat en geen ander doel heeft dan er te zijn. En zeker niet om 'gebruikswaarde' te hebben.

Negeren kan niet meer: het politieke zit inderdaad in de lucht. Het Nieuw Wereld Tijdschrift presenteert een nummer 'Schrijvers en politiek'. Vertaald zou het zo tussen het omslag van Granta passen. Onder politiek valt ook de aanval van Rudi van den Hoofdakker alias Rutger Kopland op de 'geluksindustrie' en grootindustrieel René Diekstra, evenals Eduardo Galeano's verhaal over bijgeloof rondom voetbal in Latijns-Amerika en het wereldkampioenschap in Mussolini's Italië van 1938.

Yoram Kaniuk nam de ontluisterende taak op zich oorlogszuchtige uitspraken van schrijvers uit het Midden-Oosten te verzamelen: 'Het einde van onze tijd is het bedroevende feit dat nu de kanonnen proberen het schieten te beëindigen, het vuur van de wederzijdse slachting wordt aangeblazen en verheerlijkt door de muzen.'

Van Timothy Garton Ash werd een van zijn briljante essays over de Balkancrisis vertaald, waarin hij de excuses van de Europese landen om zich niet met het voormalige Joegoslavië te bemoeien doorprikt.

Koningin Beatrix prijkt op het omslag van dit nummer. Lolle Nauta spuwt zijn gal over haar bezoek aan Indonesië een half jaar geleden, toen van Nederlandse kant géén excuses werden aangeboden voor het aangedane leed tijdens de koloniale overheersing. 'Wie voor de eigen schendingen van mensenrechten eerlijk uitkomt, ontneemt de andere partij een alibi in plaats van die partij een alibi te verschaffen.'