Leiders van Bosnische federatie bespreken conflicten

SARAJEVO, 8 MAART. Zowel de Bosnische Kroaten als de moslims hebben gisteren gewaarschuwd dat de ineenstorting van hun federatie binnen Bosnië op korte termijn kan leiden tot oorlog. De leiders van de federatie hebben gisteren overlegd over de vraag hoe de samenwerking kan worden verbeterd.

In Mostar kwam gisteren de regering van de federatie bijeen onder leiding van premier Izudin Kapetanovic. De regering sprak af binnen een week een aantal bevoegdheden op het gebied van de federatie over te nemen van de centrale Bosnische regering.

In Sarajevo kwamen ook de president van de federatie, de Kroaat Kresimir Zubak, en de vice-president, de moslim Ejup Ganic - die tevens vice-president van Bosnië is - bijeen om de recente ontwikkelingen te bespreken. De relaties tussen de moslims en de Kroaten in de begin 1994 onder Amerikaanse druk gevormde federatie zijn nooit erg goed geweest, maar de afgelopen weken zijn ze drastisch verslechterd. De Kroaten beschuldigen de moslims van pogingen hen te overvleugelen, gebruikmakend van het numerieke overwicht van de moslims in de federatie. De moslims beschuldigen van hun kant de Kroaten ervan de samenwerking te saboteren en het gebied van de Bosnische Kroaten te willen aansluiten bij Kroatië. De federatie is een van de twee territoriale eenheden waaruit Bosnië bestaat; de andere is het gebied van de Bosnische Serviërs. Boven deze twee goeddeels autonome territoriale eenheden staat de centrale regering.

De ruzie tussen de moslims en Kroaten laaide eind vorige maand en begin deze maand op in de verdeelde stad Mostar en in Sarajevo, waar de Kroaten de vorming van een kantonale raad hebben verhinderd en waar ze hebben getracht op eigen houtje het gezag in een van de Servische wijken naar zich toe te trekken. Maar ook elders in het gebied van de federatie hapert de samenwerking. De partijen beschuldigen elkaar er op veel plaatsen van de terugkeer van vluchtelingen van de andere etnische groep te blokkeren.

In Bosnië bevinden zich volgens de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, Nicholas Burns, nog altijd tweehonderd muhajedeen, buitenlandse islamitische fundamentalisten, die tijdens de oorlog als vrijwilligers aan de kant van de moslims hebben gevochten. Burns herhaalde gisteren in Washington dat hun aanwezigheid een schending is van het vredesakkoord van Dayton, dat bepaalt dat alle buitenlandse militairen al op 20 januari uit Bosnië hadden moeten zijn vertrokken. De Bosnische regering heeft herhaaldelijk gezegd dat alle muhajedeen Bosnië hebben verlaten. Gisteren nog zei premier Hasan Muratovic van Bosnië dat alle buitenlandse soldaten weg zijn, op vijftig na, die mogen blijven omdat ze de Bosnische nationaliteit hebben gekregen. Burns zei echter dat de NAVO-vredesmacht IFOR heeft laten weten dat er nog tweehonderd muhajedeen in Bosnië zijn. Hij dreigde Amerikaanse plannen voor de opleiding van Bosnische militairen te bevriezen zolang de fundamentalisten zich in Bosnië bevinden. (AFP, AP, Reuter)