Iraniërs stemmen 'om gedonder te vermijden'

TEHERAN, 8 MAART. 'Een vrouw met een hoofddoek op is als een parel in een oester' luidt een enorm opschrift op een muur in het centrum van Abdullah Abad, een krottenwijk iets ten zuiden van Teheran. Daarmee domineert de grote leider van de Iraanse Islamitische Revolutie, imam Khomeiny, ook na zijn dood het doen en laten in dit dorp.

Ali Reza is 16 en dus net stemgerechtigd in de parlementsverkiezingen van vandaag. Hij blijft in de deuropening staan en houdt angstvallig zijn moeder voor mannenblikken verborgen. “Ja, wij gaan stemmen”, zegt hij, maar dan verschijnt zijn stuurs kijkende vader. Hij maakt met een paar rake klappen op het hoofd van Ali abrupt een einde aan het gesprek.

Kosh Ghadam (30) heeft de traditionele tatoeages in het gezicht en onder haar chador is met henna geverfd haar te zien. “Vote? Yes!”, zegt ze. “Omdat de islam dat wil.” Ze kent geen namen van kandidaten, van wie er in totaal meer dan 3.000 zijn. “Mijn man neemt mij mee om te gaan stemmen.”

Abdullah Abad is een dorp als zovele in Iran. Hier wonen landbouwers, die naar de hoofdstad zijn getrokken wegens de uitzichtloosheid van hun bestaan in de provincie, in de hoop hier werk te vinden en een beter leven. Maar dat wil niet zo goed lukken. Hun gezinnen moeten zien te overleven met wat klusjes en zeer slecht betaald werk als dagloners.

De Iraanse economie, die op olie-export is afgestemd, heeft het de laatste jaren erg moeilijk door de lage olieprijs, maar ook door het falende beleid, de economische blunders en de corruptie. De Teherani's steken hun kritiek op de economische toestand niet onder stoelen of banken. Zowel rijk als arm mort. En in het bijzonder de conservatieve handelaars, de machtige bazari's, die ook politiek zeer veel invloed hebben, klagen. Zij voelen zich gepakt door de met president Rafsanjani gelieerde technocratische burgemeester van de hoofdstad Karbaschi, die hun voor het eerst belastingen oplegde, en door de monetaire politiek van de president.

Deze stembusgang wordt niet alleen een graadmeter voor het vertrouwen in de voortzetting van de hervormingspolitiek van de zittende president. Rafsanjani zelf kan volgend jaar niet voor een derde ambtstermijn opkomen, en als de conservatieve geestelijkheid en de bazari het nu in het parlement voor het zeggen krijgen, kunnen zijn aanhangers het presidentschap wel vergeten.

Ali Saifi, 26, leunt met zijn rug tegen de muur in een van de vele gangen van het labyrint van de Grote Bazaar in het centurm van Teheran. Hij werkt in de bouwsector en woont in het zuiden van de stad. Hij heeft een gezin, zijn enige dochtertje is drie. “Zoals imam Khomeiny altijd zei, je moet niet stemmen als je geen kandidaten kent. Ik ga wel stemmen. Ik ga stemmen voor Abdul Turabi. Hij is een zeer vrome moslim. Hij werd gevangen genomen in de oorlog tegen Irak en hij is vooral goed op de hoogte van de economische problemen van het volk.”

Ali probeert, zoals vele anderen, hier in de bazar zijn voorraad bonnen te gelde te maken. Sinds de oorlog kreeg ieder gezin via het werk of de moskee vanwege het ministerie van handel een hoeveelheid bonnen. Op die manier worden suiker, rijst, brandstof en andere produkten gesubsidieerd. “Zeg hun toch hoe slecht de toestand nu is”, roepen de omstanders, die elkaar verdringen om te horen wat er gezegd wordt. Ze weten goed wat er met Ali is: “Hij zit zo diep in de nesten dat hij al zijn bonnen ineens moet verkopen. Dat is de laatste stap voor hij echt bedelen moet voor zijn vrouw en kind.”

“Kharab, kaputt”, zo vat Hussein de situatie samen. Hij is 18 en samen met zijn vriend Majid verkoopt hij in een smal winkeltje hoofddoeken. “De zaken gaan slecht. Vergeleken met vorig jaar verkopen wij niet eens de helft.” “Wij gaan stemmen omdat we geen andere keuze hebben. Je krijgt in het stemlokaal een stempel in je identiteitsboekje. Dus wij stemmen om later gedonder te vermijden.”

Veel mensen reageren onverschillig op deze verkiezingen. Het feit dat de tegenstellingen tussen 'pragmatici' en 'conservatieven' eenmaal in het stemhokje onduidelijk zijn - in Teheran staat de conservatieve parlementsvoorzitter Nateq-Nouri zowel op de lijst van de pragmatici als op die van de conservatieven - en de aanhoudende economische malaise hebben daarmee te maken. Maar alleen wie het zich kan veroorloven gaat niet stemmen. De staatsradio zond gedurende de verkiezingscampagne oude toespraken van Khomeiny uit en ook zijn opvolger Khamenei heeft er de kiezers op gewezen dat een goede moslim de plicht heeft te gaan stemmen.

“Wij hebben andere zorgen”, aldus Hussein. “We verdienen haast niets en de prijzen gaan maar verder de hoogte in. Het is zover gekomen dat de mensen voor nieuwjaar geen bezoek meer ontvangen, want feesten kost geld.” “De jongeren kijken naar videofilms. Voor ons valt er hier niets te beleven”, verzucht hij. “No fun.”