In Kenia rollen nu pas koppen na corruptie; Donoren geven Nairobi voordeel van de twijfel en hervatten hulp

NAIROBI, 8 MAART. De relaties zijn verbeterd. Na enkele jaren van grote politieke druk en financiële sancties tegen Kenia krijgt de regering weer het voordeel van de twijfel van de donorlanden. De Wereldbank verstrekte vorige maand een eerder vastgehouden lening van 165 miljoen dollar en het Internationale Monetaire Fonds zal vermoedelijk binnenkort 220 miloen dollar vrijgeven. In de tweede helft van de deze maand zal in Parijs een speciale donorvergadering voor Kenia plaatshebben.

Kenia was tot aan het einde van de Koude Oorlog de 'darling' van het Westen in Afrika. Nadat het Oostafrikaanse land zijn strategische positie in de Westerse optiek had verloren, gingen de donoren zich kritischer opstellen. Ze eisten economische en politieke hervormingen en toen die er naar de smaak van de donoren niet snel genoeg kwamen, volgde een gedeeltelijke stop op de donorhulp. Tot ergernis van het eens bevoorrechte Kenia verstrekten de donorlanden wel grote hulpbedragen aan nieuwe 'revolutionaire' regimes in de regio, zoals Ethiopië en Oeganda.

Zo hoog liepen de spanningen op tussen de Keniase regering en de donoren dat president Daniel arap Moi in 1992 zelfs voor een korte tijd het gehele IMF-beleid opschortte. Daarna volgde een periode waarin op iedere doorgevoerde hervorming de donoren mondjesmaat geld verstrekten. Twijfels bleven bestaan aan donorzijde of Kenia wel van harte het economische en politieke hervormingsprogramma doorvoerde. Eerder gedane beloftes werden door de Keniase regering niet altijd in daden omgezet en het wantrouwen in de donorgemeenschap bleef daardoor bestaan.

De regering lijkt zich nu, in ieder geval op het economische vlak, definitief te hebben bekeerd tot liberalisering. President Moi suggereerde onlangs zelfs om het geërodeerde wegennet maar te privatiseren. De donoren van hun kant lijken de druk op het Keniase regime niet verder te willen opvoeren om politieke instabiliteit te voorkomen.

Grootste hangijzer blijft de corruptie. “Niet alleen vanuit morele overwegingen maar ook uit economische moet de corruptie worden bestreden”, aldus een diplomaat. “De corruptie nam zodanig grote vormen aan dat het ook tot economische vervormingen ging lijden. Dat geldt nog steeds, ondanks enkel goed bedoelde maatregelen.”

Opzienbarend was het ontslag door de regering begin dit jaar van de topleiding in de havens van Mombasa. De havens- 'the port of sharks', schreef een kritisch weekblad - waren een geldparadijs voor corrupte ambtenaren die auto's en andere goederen importvrij doorlieten en vervolgens zelf het geld van de importeur opstreken. Moi kondigde vorige week zuiveringen aan in de top van de belangrijke suikerindustrie. En het herhaaldelijk van corruptie beschuldigde nationale persionfonds NSSF zal worden geprivatiseerd. Hoewel zowel de donoren als de Keniase bevolking weten dat in de van corruptie vergeven samenleving deze maatregelen slechts zeer beperkt zijn, worden de autoriteiten geprezen omdat er voor het eerst prominente koppen rollen.

Het grootste schandaal betreft vermoedelijk dat van Goldenberg. Dit bedrijf streek miljoenen dollars aan exportcompensatie op voor geëxporteerd goud dat alleen op papier bestond. Hoge functionarissen in het ministerie van financiën gaven vermoedelijk hun medewerking aan deze oplichterij van de staatskas. Nog niemand is veroordeeld en hoge politici bleven buiten schot. Vorig jaar nog eistte het IMF dat er veroordelingen zouden volgen in het Goldenbergschandaal als voorwaarde voor nieuwe leningen. Die eis lijkt inmiddels ingeslikt.

In de ogen van de donoren eveneens een schandaal was de aanschaf voor de president van een luxueuze jet, gekocht bij Fokker, ter waarde van 50 miljoen dollar. De donoren, en met hen de meeste Kenianen, vonden dat ongepast in een tijd waarin wegen door geldgebrek niet meer worden gerepareerd. De donoren hebben zich nu bij de controversiële aanschaf neergelegd met de verzuchting: dat was eens maar nooit meer. Er ontstond tevens grote woede bij de bekendmaking in 1994 van plannen om een nieuwe grote luchthaven te bouwen bij Eldoret in Mois geboortestreek. Na een stroom van protesten besloot de regering de omvang van het project in te krimpen en daarmee gingen de donoren morrend akkoord.

Evenals de meeste zwart-Afrikaanse landen voldeed Kenia de laatste jaren aan het eisenpakket van de donoren en voerde ingrijpende liberaliseringsmaatregelen door. De hervormingsgezinde minister van financiën Wycliffe Mudavedi hief de controle op consumentenprijzen op en hij liberaliseerde het handelssysteem en het financiële verkeer. De privatisering van de staatsbedrijven nam een aanvang en de ambtenarij wordt hervormd. Invloedrijke politici blijven zich verzetten want hun goed afgeschermde belangen komen veelal in gevaar door economische liberalisering. Economische macht door middel van controle over bijvoorbeeld staatsbedrijven betekent politieke macht.

Over de politieke hervormingen zijn de donoren veel minder te spreken. Aanvallen op de persvrijheid, repressie van oppositiepartijen en de kans op fraude bij algemene verkiezingen volgend jaar staan hoog op het klachtenlijstje van de donoren. Maar minder dan een jaar geleden uiten de diplomaten hun onvrede in het openbaar en bespreken zij hun grieven nu informeel in een speciaal opgericht overlegorgaan van regering en donoren.

De verbeterde relatie tussen regering en donoren zal Kenia vermoedelijk de komende weken miljoenen dollar opleveren. Het land heeft deze buitenlandse hulp nog steeds nodig: één derde van de ongeveer 30 miljoen Kenianen leven in grote armoede en twee miljoen Kenianen zitten zonder werk. De economie groeit na enkele jaren stagnatie inmiddels weer door de hervormingen: vorig jaar met vijf procent (bij een bevolkingsgroei van 3,6 procent). De inflatie is teruggebracht tot beneden de tien procent. Als dit succes zich voortzet krijgen de hervormingsgezinde politici rond de minister van financiën Mudavedi mogelijk definitief de overhand bij het bepalen van zowel het economische als het politieke beleid.