Hoe creolen volwassen worden; Boze roman van Astrid Roemer over Suriname

Astrid Roemer: Gewaagd leven. Uitg. De Arbeiderspers, 239 blz. Prijs ƒ 29,90

Al het werk van Astrid Roemer, of het nu haar toneelstukken, haar poëzie of haar proza betreft, is fragmentarisch. Zij schrijft glasheldere zinnen, maar de compositie is verbrokkeld. Het is alsof zij flarden van een droom vertelt, die de lezers moeten duiden.

Roemer heeft haar roman Gevaarlijk leven een motto meegegeven van Jacques Derrida: 'De waarheid over de waarheid is niet de waarheid'. Haar keuze voor het fragmentarische houdt kennelijk een theoretische voorkeur in voor deconstructief schrijven als manier om de werkelijkheid te benaderen. Niettemin heeft haar boek niets leerstelligs. Gevaarlijk leven is een verrassend leesbare, inzichtelijke, bijna traditionele roman, waarin de fragmenten en verwijzingen, hoe raadselachtig op het eerste gezicht ook, uiteindelijk allemaal een betekenis krijgen. Haar schrijfwijze wekt voortdurend een met spanning gepaard gaande nieuwsgierigheid op, die, anders dan in vroeger werk, ook nog bevredigd wordt.

Gevaarlijk leven is een uit negen verhalen bestaande, impressionistische terugblik, voorafgegaan door een stukje heden waarin de zestienjarige Onno Mus op de dijk van de Suriname-rivier in Paramaribo zit. Hij is zojuist samen met zijn oudere broer Hagith betrokken geweest bij een dodelijk auto-ongeluk. Hagith - inmiddels gearresteerd door de politie - gaf hem te verstaan dat hij moest vluchten. Onno, die achter het stuur zat, heeft zo zijn onschuld verloren en beseft dat hij 'een volwassen creool' is geworden.

De ellende die Onno heeft moeten doorstaan om de status van 'volwassen creool' te bereiken - een begrip dat voor Roemer duidelijk geen positieve connotatie heeft - is het thema van Gevaarlijk leven. De weg naar mannelijke volwassenheid schildert zij als een lijdensweg. Degenen die hem afleggen, lopen een ongeneeslijk trauma op, te vergelijken met het post-koloniale trauma van Suriname. Het zijn volwassen creolen die hun kinderen verwonden en hun vrouwen mishandelen, zoals ze dat ook met hun land doen.

Onno is het begaafde, engelachtige kind van een in-slechte vader en een weinig daadkrachtige moeder die samen een allerberoerdst huwelijk hebben. Als kleuter is hij getuige van een gewelddadige seks-scène tussen zijn ouders, waarvan de desastreuze uitwerking op de jongen stukje bij beetje duidelijk wordt. Het is de eerste misdaad van de vader in een gruwelijke reeks waarvan het maar goed is dat hij fragmentsgewijs wordt opgediend.

Het geraffineerde van Roemers manier van vertellen is dat de perfiditeit van de vader slechts bestaat in de subjectieve waarneming van zijn slachtoffers: zijn vrouw, zijn zoons en in mindere mate zijn dochter. De vraag is hoeveel waarheid er schuilt in hun getuigenissen.

Onno verschilt in zoverre van de andere gezinsleden dat hij uit Suriname weg wil om een opleiding tot astronaut te volgen, waardoor hij hoopt alle banden met de wereld letterlijk te kunnen verbreken. Hij heeft een droom. Terwijl zijn moeder, broer en zusje na een moeizame strijd capituleren en zelfs min of meer de vader steunen in zijn collaboratie met het leger en de drugsmaffia, leidt zijn afkeer tot een onthechting die hem lange tijd in staat stelt zijn onschuld te bewaren.

Dankzij de complexe opzet is Roemers roman op verschillende manieren te lezen. Om te beginnen als een moderne variant van Couperus' Van oude mensen de dingen die voorbij gaan, waarin fatale gebeurtenissen in geheimzinnige tropennachten diepe wonden slaan in tere kinderzielen. Maar - en dat geldt trouwens ook voor Couperus' Indische romans - het drama van een individu, een gezin of een gemeenschap staat niet op zichzelf. Roemer heeft een bezorgde, boze roman geschreven. Uitdrukkelijk laat zij de desintegratie van de familie Mus parallel lopen aan de verloedering van Suriname, die weer het gevolg is van het tragische dekolonisatieproces. Ze schrijft zo beeldend dat aanvankelijk nauwelijks opvalt hoe kritisch en politiek geladen haar boek is. Terloops, zo lijkt het, werkt ze de vergelijking uit tussen de relatie van vader Mus tot zijn gezin en die van Nederland tot Suriname. Hoe ruwer de kolonisator zich terugtrekt, hoe heftiger het gekoloniseerde volk tot eenheid wordt gesmeed.

Nederland speelt overigens nauwelijks een rol in het boek. De leegloop van Suriname naar het land aan de Noordzee is een symptoom: wie zich gekastijd voelt zal naarstig blijven zoeken naar de genegenheid van de kastijder. Het is een onvermijdelijk bewegen tussen verwonding en zalving, pijn en genot. De jonge hoofdpersoon betrekt dit psychologische proces op het huwelijk van zijn ouders. De vader is een beul die zijn moeder fysiek en psychisch mishandelt en toch trekt ze steeds naar hem toe.

De moeder maakt een andere, door Roemer fraai uitgeschreven vergelijking als ze op een middag met haar zoon door een verloederd Paramaribo rijdt en hem vertelt dat de creolen hun hoofdstad hebben behandeld zoals ze dat doorgaans met hun echtgenotes doen. 'Het was of Paramaribo haar eigen lichaam was en het verval haar levensloop. Hij was geschrokken toen hij haar hardop had horen denken: onze vaders, broers, zonen, minnaars, echtgenoten nemen wraak op de geschiedenis door deze stad die het koloniaal gezag aan ons heeft gegeven genadeloos te mishandelen en met de grond gelijk te maken.'

Roemer spaart niets en niemand in Suriname. De clièntele-politiek, het opportunisme, de corruptie, de december-moorden, de duurte, de armoede en de ontbindingsverschijnselen op alle gebieden van het leven: het komt in schrille kleuren en zonder aanziens des persoons aan bod.

Tegelijkertijd gaat Gevaarlijk leven over veel meer: opgroeien, verlies van onschuld, dromen en geschonden idealen, de liefde tussen twee broers en de haat-liefde verhouding van kinderen tot hun ouders, in wier geheimen zij nooit kunnen doordringen.