Het EMU-examen

De Miljoenennota 1997 wordt voor het kabinet-Kok de belangrijkste begroting, want op basis van deze begroting wordt de beslissing genomen of Nederland kan toetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). Minister Gerrit Zalm van Financiën beschouwt deze begroting als de testcase van zijn beleid. “Dan kan ik worden beoordeeld ten aanzien van de vraag of wel voldaan is aan de eisen van een adequaat begrotingsbeleid”, zei de VVD-minister tijdens de financiële beschouwingen in de senaat vorig jaar.

Met het verdrag van Maastricht koerst Europa aan op de vervanging van de nationale valuta door één Europese munt, maar dan moeten de lidstaten wel aan vijf criteria voldoen. De inflatie mag niet meer dan 1,5 procentpunt liggen boven het gemiddelde van de drie lidstaten met de laagste inflatie. Een soortgelijk criterium geldt voor de rente. De rente op langlopende staatsobligaties mag namelijk niet hoger zijn dan twee procentpunten boven het gemiddelde van de drie landen met de laagste inflatie. Verder moet de lidstaat minimaal twee jaar participeren in het Europese wisselkoerssysteem.

In het verdrag van Maastricht zijn ook twee eisen gedicteerd ten aanzien van de overheidsfinanciën. Het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan drie procent van het bruto binnenlands produkt. Tot slot moet het quotiënt van staatsschuld en binnenlands produkt lager zijn dan zestig procent - en zo niet dan tenminste in een bevredigend tempo zakken naar dat percentage.

Volgens de meest recente prognoses van het Centraal Planbureau die gisteren bekend werden - en op basis waarvan de besprekingen over de begroting voor volgend jaar worden gestart - voldoet Nederland volgend jaar aan vier van de vijf criteria. De inflatie bedraagt 2,5 procent, de rente wordt volgens het planbureau 6 procent, en Nederland is samen met Duitsland de trouwste participant van het wisselkoerssysteem. Het overheidstekort volgens de EMU-norm daalt van 3,2 procent naar 2 procent van het bruto binnenlands produkt, voldoende om toe te treden tot de EMU. Het tekort bevindt zich daarmee op het laagste niveau sinds 1978.

De overheidsschuld blijft het grote probleem. Voor 1996 voorspelt het CPB een schuldquote van 78,4 die afneemt naar 77,6 volgend jaar. Ruim boven de norm van zestig procent. Of de 'vluchtroute' een oplossing biedt, hangt af van de raad van ministers van financiën van de Europese Unie. Deze gaan binnenkort in conclaaf om het begrip 'bevredigend tempo' te definiëren. Maar de kans is klein dat Nederland met een daling van de quote met 0,8 procent aan het criterium voldoet.

Minister Zalm zal de trucendoos dus moeten opentrekken. De staatsschuld zou extra kunnen worden verlaagd door de verkoop van staatsdeelnemingen. Op dit moment wordt op Financiën een inventarisatie gemaakt van welke staatsdeelnemingen daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen. De staat heeft nog bijna vijftig deelnemingen in bedrijven, waaronder KPN, ING-groep, KLM, DSM en Hoogovens.

En minister Zalm zal de ballotage-commissie ongetwijfeld influisteren dat Nederland een uniek pensioensysteem heeft voor de ambtenaren. Wanneer het vermogen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds in de staatsschuld zou worden verdisconteerd, voldoet Nederland ruim aan het criterium want de schuldquote zou volgend jaar dan uitkomen op ongeveer 48 procent.

In het voorjaar van 1998 zal de Europese Raad op basis van adviezen van het Europees Monetair Instituut (de voorloper van het Europees Stelsel van Centrale Banken), de Europese Commissie en Ecofin (de raad van minister van economische zaken en financiën) beslissen welke landen mogen deelnemen aan de EMU. Per 1 januari treedt dan de EMU in werking. En met de Miljoenennota 1997 is het aftellen voor de gulden begonnen.