HCS-zaak eindigt in claim honderden miljoenen guldens

DEN HAAG, 8 MAART. Joep van den Nieuwenhuyzen, directeur van de Rotterdamse scheepsbouwer RDM en voormalig topman van het Begemann concern, werkt aan een schadeclaim van honderden miljoenen guldens tegen de Amsterdamse Effectenbeurs en tegen het Openbaar Ministerie.

Dat heeft Van den Nieuwenhuyzen vanochtend meegedeeld nadat de president van het Gerechtshof in Den Haag had bepaald dat Van den Nieuwenhuyzen geen misbruik van voorkennis heeft gemaakt in de zaak van het inmiddels failliete HCS.

Van den Nieuwenhuyzen werd ervan verdacht misbruik te hebben gemaakt van voorkennis die hij genoot als een van de beleggers die het noodlijdende technologiefonds HCS van de ondergang probeerden te redden. Hij heeft altijd ontkend. Met de jongste uitspraak komt een voorlopig einde aan de grootste voorkenniszaak, die vijf jaar duurde.

Van den Nieuwenhuyzen zei vanochtend dat de schade anderhalf tot twee miljard gulden beloopt. Die is volgens hem veroorzaakt door de Vereniging van Effectenhandel (de beurs) en het Openbaar Ministerie die “te lichtvaardig, onzorgvuldig en daarom onrechtmatig” respectievelijk aangifte heeft gedaan en tot vervolging is overgegaan.

“Het was van het begin af aan duidelijk dat dit geen voorkenniszaak was”, aldus Van den Nieuwenhuyzen. Volgens zijn advocaat mr. Leo Spigt is het de grootste schadeclaim in zijn soort in Nederland. “Een deel van deze schade is niet zwart op wit te bewijzen en maakt dus geen kans in een procedure”, aldus Van den Nieuwenhuyzen. “Maar een zeer groot deel is wel te bewijzen.”

De twee zijn inmiddels al begonnen met het aanleggen van een dossier en denken over enkele maanden de procedure te kunnen beginnen. Van den Nieuwenhuyzen gaf een aantal voorbeelden van schade die hij zegt te hebben opgelopen. “We hadden een getekende overeenkomst met de Duitse Treuhand voor de overname van DWA (een wagonbouwer uit de voormalige DDR, red.). Die overeenkomst is wegens de rechtszaak niet doorgegaan.” Vergevorderde plannen om Begemanndochter Bredero Price naar de beurs van Singapore te brengen zijn eveneens afgewezen. “Dan praat je alleen al over enkele honderden miljoenen guldens. We zouden Bredero Price voor 300 miljoen dollar naar de beurs brengen maar hebben het uiteindelijk verkocht voor 200 miljoen gulden. Geen dollars, maar guldens.”