Een beeld van wat zich ooit heeft afgespeeld

Aan het eind van de jaren vijftig maakte ik in Italië, tijdens de vakantie, kennis met een weekblad, Il Mondo, waarvan ik niet weet of het nog altijd bestaat maar dat voor mij, indertijd, het toonbeeld was van hoe een krant er diende uit te zien. Alle artikelen waren in dezelfde letter van hetzelfde formaat gedrukt en elke pagina bestond uit zes gelijke kolommen waarin met opschriften, tekeningen en foto's ruimte en afwisseling werd aangebracht. Wie meent dat een dergelijke opmaak saai en eentonig is, beseft niet wat rust en voornaamheid in de typografie betekenen. Bij een omvang van zestien pagina's bevatte elk nummer gemiddeld veertien foto's of illustraties. Ik heb mij vaak afgevraagd hoe de redactie van Il Mondo aan de foto's kwam die je in geen enkel ander Europees blad ooit zag. Je kon Il Mondo in ons land niet kopen en wanneer ik uit Italië naar Amsterdam terugkeerde, miste ik het blad enkele weken lang, alsof ik was verhuisd.

De fotoredacteur van Il Mondo moet een helderziende zijn geweest die op zijn bureau elke week in trance ging, teneinde de volledige fotografische wereldoogst van de afgelopen week aan zijn geestesoog te laten voorbijtrekken en er zijn onfeilbare keuze uit te doen. In de nummers die ik in handen heb gehad, heeft nooit een afbeelding gestaan die ik niet herhaaldelijk en vaak langdurig heb bekeken, verrast, ontroerd, geamuseerd en vaak ook geschokt. De foto's bewezen mij, niet voor het eerst maar op een onwraakbare wijze dat fotograferen een kunst kan zijn, een middel om verborgen vormen en heimelijke nuances van leven op te sporen en aan het licht te brengen. Soms waren het foto's van mensen van wie ik er al tientallen had gezien: Adenauer, Chroestjov, Brigitte Bardot, noem maar op. Altijd slaagde Il Mondo erin ook van die mensen afbeeldingen te reproduceren die ik niet alleen nergens elders had gezien, maar die deze figuren ook in een overrompelende pose onthulden.

Een van de aangrijpendste illustraties zag ik in het laatste nummer van januari 1959: een korporaal uit het leger van Batista is ter dood veroordeeld en wacht op de voltrekking van het vonnis. Hij is neergeknield, gekleed in een geblokt hemd en een te wijde broek, met hoge schoenen aan zijn voeten, waarvan hij de punten tegen de grond heeft gedrukt, waarschijnlijk om zijn evenwicht niet te verliezen. In zijn handen houdt hij een klein kruisbeeld. Hij heeft de blik gericht op een nog jonge, bijna elegant geklede priester die zich met gevouwen handen over hem heenbuigt, een aktetas onder de arm geklemd, wijdbeens, om op zijn beurt beter te kunnen bukken. Tussen hen in ligt een kartonnen bekertje waarvan ik nooit zal weten welke drank het heeft bevat en of de veroordeelde eruit heeft gedronken. Achter het tweetal staan zes soldaten van wie er twee het geweer omhooghouden. Zij dragen baarden, een enkeling niet meer dan wat dons. (Deze soldaat deed mij in 1959 aan Jacques Perk denken.) Een van de soldaten lacht, de anderen kijken gespannen toe, alsof zij luisteren naar het gebed van de priester, niet zonder eerbied misschien, maar tegelijk ongeduldig en ingehouden, alsof zij bang zijn dat de terdoodveroordeelde door deze laatste onaantastbare gemeenzaamheid zich aan hun gezag en gerechtigheid onttrekt. Rechts achter de priester en de geknielde korporaal staat een persfotograaf, half zichtbaar, die met zijn hand een van de soldaten opzij duwt om beter te kunnen fotograferen.

De foto is gruwelijk, maar tegelijk zo rijk aan menselijke gevoelens, vermoedens, tegenstellingen, aanduidingen, voorspellingen en zelfs intimiteiten, dat de gruwelijkheid ervan het geheel als met een koepel overspant en behoedt. Het is een foto die lange beschouwingen, diepgaande reportages en het novellistische werk van heel wat schrijvers overtreft omdat het beeld in staat is het woord te overvleugelen. Bij het woord begint de verstarring. Het komt altijd achteraf. De fotografie, het lichtschrift valt samen met wat zich ooit waar ook heeft afgespeeld. Wanneer ik de foto weer zou zien, zou zich dezelfde tragedie opnieuw afspelen en mij voor dezelfde eindeloos herhaalde gewetensvraag stellen.