Duitse werkloosheid

PER MAAND NEEMT de werkloosheid in Duitsland met ruim honderdduizend mensen toe. In februari heeft de werkloosheid in het verenigde Duitsland het hoogste niveau van de afgelopen vijftig jaar bereikt. Ongelijk verdeeld - procentueel bedraagt de werkloosheid in de voormalige DDR bijna het dubbele van die in West-Duitsland. Maar meer dan elf procent van de beroepsbevolking zonder werk is alarmerend.

Massawerkloosheid in Duitsland roept akelige historische herinneringen op. Net zoals de angst voor inflatie in Duitsland diep geworteld is, gebaseerd op de traumatische ervaringen in de jaren 1921-'22 en 1945 tot 1948, heeft de werkloosheid van de crisisjaren dertig de Duitse geschiedenis getekend. De naoorlogse wederopbouw, de sociale markteconomie van West-Duitsland en de communistische orde van de DDR garandeerden werkgelegenheid en sociale zekerheid. In West-Duitsland mondde die uit in een benijdenswaardige welvaartsgroei en in de DDR leidde ze tot een bescheiden voorspoed die gunstig afstak bij die van andere communistische regimes. ACHTERAF IS het makkelijk oordelen, maar de wijze waarop Duitsland de hereniging van 1990 economisch heeft opgevangen, heeft veel van de ingrediënten opgeleverd die nu voor de werkloosheidscrisis zorgen. Dat de omwisselingskoers van de waardeloze Ostmark in de harde D-mark en een snelle aanpassing van de Oostduitse inkomens aan het Westduitse niveau een kaalslag in de Oostduitse economie zouden veroorzaken, was onvermijdelijk. De enorme inkomensoverdrachten die nodig waren om de sociale gevolgen op te vangen en de economische opbouw te financieren, hebben de Duitse overheidsfinanciën uit het lood geslagen.

Daar kwamen twee problemen bij, die te maken hadden met de ineenstorting van het communisme. Duitsland heeft verreweg het grootste aantal vluchtelingen te verwerken gekregen na de omwentelingen in Oost-Europa. Dat heeft de druk op de sociale uitgaven en op de arbeidsmarkt vergroot. En verder hebben de sociale partners in Duitsland fnuikend gereageerd op de economische groeispurt die het gevolg was van de vereniging en de marktopening in Oost-Europa. Terwijl andere industrielanden begin jaren negentig een recessie beleefden, groeide Duitsland uitbundig, dankzij de nieuwe markten en inhaalinvesteringen in het oosten. Op deze tijdelijke impuls hebben de Duitse vakbonden en werkgevers gereageerd met enorme, blijvende loonsverhogingen.

Het gevolg was dat de Duitse arbeidskosten, toch al aan de maat, nog verder zijn opgelopen terwijl de sanering van de sociale zekerheid werd uitgesteld. In Nederland zijn, om een vergelijking te maken, de reële loonkosten de afgelopen paar jaar zo'n tien à vijftien procent achtergebleven bij die in Duitsland. Het gaat met de Nederlandse werkgelegenheid aanzienlijk beter. IN DE BAN VAN de economische euforie heeft Duitsland de sanering van de welvaartsstaat en de versoepeling van de arbeidsmarkt voor zich uitgeschoven. En ook de terugdringing van het begrotingstekort, opgelopen door de verenigingskosten, is minder voorspoedig verlopen dan was voorspeld, ondanks opeenvolgende lastenverzwaringen. De Duitse autoriteiten hebben te veel geleund op het monetaire beleid van een harde D-mark om de aanpassingen af te dwingen. Dat is niet, of althans onvoldoende, gelukt.

De harde D-mark maakt de sociaal-economische problemen op de korte termijn nog groter. Want niet alleen de hoge loonkosten, ook de 'dure' D-mark prijst Duitse produkten uit de markt. Vooral de industrie, die in Duitsland met zijn onderontwikkelde dienstensector een veel groter aandeel in de economie heeft dan in andere Westerse landen, heeft met een verlies aan concurrentiepositie te kampen. Dat vertaalt zich in banenverlies: het afgelopen jaar zijn een half miljoen industriële banen verloren gegaan. De druk om het monetaire beleid te versoepelen, neemt dan ook toe. Een zwakkere D-mark kan het conjuncturele herstel bespoedigen.

Geschrokken zijn de Duitse regering en de sociale partners begin dit jaar een sociaal pact van vijftig punten overeengekomen om de werkgelegenheid te bevorderen. De werkloosheid moet in het jaar 2000, dat wil zeggen in vier jaar tijd, gehalveerd worden. Die ambitie is hoog gesteld, en nu al groeit het verzet omdat dit beperkingen van de sociale verworvenheden met zich meebrengt. Volgens gezaghebbende economen heeft Duitsland een aantal jaren achtereen een 'nullijn' voor de inkomens nodig om zijn concurrentievermogen te herstellen. Het is zeer de vraag of de invloedrijke Duitse vakbonden, de beschermers van de insiders op de arbeidsmarkt, daartoe bereid zijn. DUITSLAND STAAT voor ingrijpende aanpassingen die een grote wissel zullen trekken op de sociaal-economische spankracht. De uitkomst is van direct belang voor Duitsland, en aangezien het om de grootste - en nog altijd sterkste - economie van Europa gaat, ook voor de economische toekomst van de Europese Unie.