Directeur (90) met verlaat pensioen

LEIDEN, 8 MAART. Eigenlijk had hij al in 1975 willen stoppen, toen hij bijna 70 was. Maar het kwam er niet van. De overname-kandidaat die het bedrijf zou kopen, haakte op het laatste moment af en hij zag zich genoodzaakt om zijn onderneming zelf voort te zetten.

Inmiddels is H.J. Jesse negentig jaar en nog altijd directeur van de gelijknamige Electro Apparaten en Transformatorenfabriek, gelegen even buiten de Leidse singels. Dit voorjaar echter gaat Jesse, vermoedelijk de oudste ondernemer van Nederland, met pensioen en gaat de fabriek dicht. Niet omdat de directeur negentig is, maar omdat het bedrijf met verlies draait. Het aantal orders boven de duizend gulden bedroeg vorig jaar nog maar een derde van dat aantal in 1994. De omzet ligt iets onder een half miljoen gulden. De achtduizend gulden huur voor de fabriekshal is niet meer op te brengen. Het aantal werknemers, in de jaren zeventig nog vijftien, is geslonken tot drie.

“Het is de laatste jaren bar en boos”, meldt Jesse in zijn kantoor, vanwaar hij de hele fabriekshal kan overzien. “De industrie investeert nauwelijks meer.” De directeur - die in uitstekende gezondheid verkeert en alleen over een wandelstok en een hoorapparaat beschikt - is persoonlijk al zijn klanten afgegaan om te polsen waar de opdrachten blijven. “Overal waar ik kwam, kreeg ik te horen dat de industrie wel doordraait maar geen bijzondere investeringen pleegt.”

Jesse Electro Apparaten en Transformatorenfabriek moet het juist hebben van bijzondere investeringen. Het bedrijf maakt onder meer meetapparatuur, speciale transformatoren, bijzondere voedingsapparatuur en walaansluitingen voor schepen, allemaal dure produkten die niet in serie, maar op bestelling worden gemaakt. De overstap naar massaproduktie heeft Jesse nooit overwogen. “Dan hadden we enorm moeten uitbreiden en ik wilde een klein, eigen bedrijf hebben. Dat is me toch ruim 65 jaar gelukt.”

Jesse richtte zijn fabriek op in 1930, na zijn studie elektrotechniek aan de HTS in Haarlem en een kortstondige loopbaan bij een technisch installatiebureau. Als student was hij naar eigen zeggen in 1924 de eerste in Nederland die verbinding wist te leggen met de Verenigde Staten via de korte golf. Vóór de oorlog had Jesse veel werk aan de radiodistributie, in de oorlog leefde het bedrijf vooral van de produktie van noodkacheltjes. De laatste vijftig jaar zijn gelijkrichters (om van wisselspanning gelijkspanning te maken) de core-business van het bedrijf geweest. Jesse mocht onder meer Hoogovens, Fokker en het Amerikaanse ministerie van Defensie tot zijn klantenkring rekenen.

Ondanks zijn respectabele leeftijd werkt Jesse, die nog elke dag stipt om half acht aanwezig is en vaak pas tegen zevenen 's avonds het licht uitdoet, nog volop mee in het bedrijf. Regelmatig neemt hij achter de tekentafel plaats om nieuwe produkten te ontwerpen en door te rekenen. Alleen het gebruik van de computer laat hij over aan de bedrijfsleider. De administratie - enkele tientallen orders per maand en de loonadministratie van drie man - en het personeelsbeleid doet hij zelf. Hoewel nieuwe werknemers vaak driekwart eeuw jonger zijn dan de directeur - “ik neem alleen jongens onder de zeventien aan die nog een paar dagen naar school gaan, dan kan ik ze zelf vormen” - heeft Jesse geen enkele last van welke generatiekloof danook. “We noemen elkaar allemaal meneer of bij de achternaam, dat werkt het beste.”

De afgelopen maanden heeft Jesse verschillende overname-kandidaten op bezoek gehad, maar allen zijn tot nu toe teruggeschrokken voor de gespecialiseerde produktie. Voor de drie werknemers heeft Jesse inmiddels ontslag aangevraagd. De komende maanden zal de fabriekshal worden ontruimd en de inboedel op een veiling worden verkocht.

Jesse zelf zal zich geen moment vervelen na zijn verlate pensionering. “Ik heb een vijfmeter-jacht internationale klasse en nog zat advieswerk.”