De natuur getrouw in zenuwachtige beweging; De eerste filmvoorstellingen in Nederland

In de voormalige Kamper Melkinrichting aan de Amsterdamse Kalverstraat vond op 12 maart 1986 de eerste filmvertoning van Nederland plaats. De filmpjes, vaak niet meer dan een minuut lang, werden met veel enthousiasme ontvangen. “Hoe jammer dat het zo gauw uit is!”

De sectie film- en televisiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam organiseert op 22 en 23 maart de conferentie 'Honderd jaar film in Nederland', in het Universiteitstheater in Amsterdam. Inl. 020-5252993.

Dus hier kwam Amsterdam zich honderd jaar geleden aan vergapen: het zonovergoten beeld van een nondescripte fabrieksuitgang. De mensen hebben door de harde slagschaduw bijna zwarte gezichten gekregen, waarop nauwelijks enige emotie meer te zien is, hooguit een enkele glimlach om het aanbreken van de schafttijd. Een paar rijden er weg op de fiets; de rest loopt, in ordelijke groepjes, naar buiten. Er zijn heertjes in driedelig pak bij, die hadden blijkbaar kantoorbaantjes. De man met het witte hemd en het voorschoot werkte waarschijnlijk met zijn handen. De camera moet op een laag standpunt hebben gestaan; de klinkers van de straat baden in het licht.

Méér kan ik er niet in zien, met alle wil van de wereld niet, al doe ik nog zo mijn best de historische betekenis te denken bij deze onwezenlijk oude beelden. Maar voor degenen die er in het voorjaar van 1896 naar kwamen kijken, was het niet minder dan een sensatie. 'Een schilderij met beelden, scherp en duidelijk, een bedrijf vol beweging,' berichtte A. van Hennekeler destijds in het blad De Natuur. 'Het geheele bedrijf duurt slechts één minuut ongeveer; even plotseling als het begon, eindigt het en is het scherm weer wit verlicht, nu in het locaal ook de electrische lampjes weer in gloeiing zijn. De verbazing is algemeen; men hoort niet anders dan: 'wat prachtig' en 'hoe jammer dat het zo gauw uit is!' Intusschen volgt spoedig een tweede bedrijf en zo ziet men er gewoonlijk bij elke voorstelling een achttal achtereenvolgend, het eene nog verrassender dan het andere.'

Met dit filmpje, Sortie des Usines Lumière à Lyon, is de geschiedenis van de cinematografie begonnen: op 28 december 1895 in Parijs - daarom werd vorig jaar wereldwijd het eeuwfeest van de film gevierd - en vanaf donderdag 12 maart 1896 in Nederland, in een leegstaand winkelpand dat voordien aan de Kamper Melkinrichting had toebehoord, in de Kalverstraat 220 in Amsterdam. Een strooibiljet annonceerde de Cinematograaf als 'de nieuwste verbetering op het gebied van photografische reproducties' en benadrukte de auhenticiteit van de vertoonde beelden: 'Het zijn geen reproducties, het zijn de tooneelen en voorvallen zelf, met al hun leven en beweging, welke de toeschouwer tot in de minste bijzonderheden voor zich ziet.' Niet van echt te onderscheiden, komt dat zien!

Het waren de jaren van de grote uitvindingen; de mensheid was nog nauwelijks bekomen van het ene mirakel of de techniek kwam alweer met het volgende. De fotografie bestond al, het vastleggen van geluid was in opkomst. In het voorgaande jaar had Amsterdam kennis kunnen maken met een apparaat van Edison, dat achteraf als de laatste voorloper van de filmprojectie kan worden beschouwd: de Kinetoscope. Voor een dubbeltje kon men door een trechter kijken,die op een kast was gemonteerd en uitzicht gaf op een schermpje ter grootte van een halve prentbriefkaart. En daar, in de diepte, bewoog iets dat op een reeks snel achtereen vertoonde foto's leek. Maar dat was niet veel meer dan een curiosum, zoals er in die dagen zoveel waren, aardig voor de kermis wellicht. Niemand die er een industriële, laat staan artistieke omwenteling in zag.

Ook de gebroeders Auguste en Louis Lumière maakten gebruik van het principe van de Kinetoscope, maar zij dachten dóór waar Edison was opgehouden. Door het apparaat te koppelen aan een toverlantaarn-achtig toestel, wisten ze het petieterige beeld vele malen vergroot te projecteren op een doek. Zo vonden ze niet alleen de film uit, maar ook de bioscoop.

Hun eerste zorg was vervolgens de verkoop van de projectie-toestellen en de bijbehorende filmpjes op gang te brengen. Na de eerste openbare vertoning in Parijs volgden zodoende demonstraties in Lyon (vanaf 25 januari 1896), Londen (vanaf 9 maart) en Wenen (vanaf 19 maart). Amsterdam was er dus, drie dagen na Londen, snel bij. De zaken werden hier namens de Lumières behartigd door de Belgische vertegenwoordiger Camille Cerf, die op 11 maart aan burgemeester en wethouders der gemeente Amsterdam vergunning vroeg voor het vertonen van de 'levende photografische lichtbeelden' en er de volgende dag al mee mocht beginnen. In zijn brief had hij de voorstellingen dan ook omschreven als 'iets bizonders op wetenschappelijk gebied en van den meest zedelijken aard.'

Wie er de aanzienlijke somma van 50 cent voor over had, zat ongeveer een half uur op een bank naar een op hout gespannen doek van ongeveer een meter in het vierkant te kijken. De doorlopende voorstelling begon om tien uur 's morgens en duurde tot middernacht, maar elk uur moest men plaats maken voor nieuwe bezoekers. Het zaaltje kon er vijftig herbergen. Het programma werd wekelijks vernieuwd, want de gebroeders Lumière maakten in hoog tempo nieuwe filmpjes. Niettemin bleven enkele favorieten, zoals de Sortie des Usines Lumière à Lyon waarmee de allereerste vertoning begon, langdurig op het programma staan. Dat gold ook voor De aankomst van het Spoor, die de toeschouwer de stuipen op het lijf joeg omdat de trein rechtstreeks de zaal in leek te denderen, en voor het allereerste fictie-filmpje dat ooit is gemaakt: het befaamde l'Arroseur arrosé, waarin de man met de tuinslang verwonderd in de tuit kijkt waar geen water meer uit komt, en de straal recht in zijn gezicht krijgt als de verborgen plaaggeest zijn voet van de slang haalt.

Het maakte allemaal een overweldigende indruk. 'De uitgaande fabriek in de straat te Lyon is allerwonderlijkst natuurlijk,' aldus het weekblad De Amsterdammer, 'de personen en rijtuigen komen als 't ware op den kijker af; evenzoo de trein aan het spoorwegstation, die plotseling stil houdt. De passagiers stappen uit en bewegen zich op het perron. (-) 't Is de natuur getrouw in beweging, maar zonder kleur en met een ietwat zenuwachtig snel verloop teruggegeven. Door de snelle beweging nl. van de photografieën hebben schijnbaar alle personen die op het doek verschijnen, haast en zijn hun bewegingen zenuwachtig fin-de-siècle.'

Tot eind mei bleef de Cinematograaf te zien in de Kalverstraat (op de plek waar nu het gat van de Vendex-driehoek gaapt). Daarna, in juni 1896, verhuisde de onderneming naar Scheveningen. Nog jarenlang heeft een koperen bord aan een inmiddels afgebrande dancing naast het Kurhaus gelogen dat daar de eerste filmvoorstellingen van Nederland hadden plaatsgevonden.

Maar toen het nieuwtje eraf was, en de filmpjes niet snel meer te bieden hadden dan de schok van de levensechte beweging, leek ook de vinding van de Lumières een kermisattractie als de Kinetoscope te worden. Pas in de eerste jaren van de twintigste eeuw, toen nieuwe pioniers toneelstukjes op film gingen vastleggen, zagen anderen brood in het inrichten van blijvende projectiezaaltjes. Eén van de eerste, het Bijou Biograph Théâtre in Amsterdam, opende in 1906, tien jaar na de vertoningen in de Kalverstraat.

Geraadpleegd o.a.:

Adriaan Briels: De Intocht van de Levende Photographie in Amsterdam, 1971

Karel Dibbets en Frank van der Maden (red.): Geschiedenis van de Nederlandse Film en Bioscoop tot 1940, (1986).