De Appelaar

Nog nooit zal een denkbeeldige schouwburg zo snel achter elkaar op dezelfde plek zijn opgebouwd en weer afgebroken als in de afgelopen maanden in Haarlem. De ene dag stond het gebouw met de 25 meter hoge toneeltoren op het kaalgeslagen Enschedé-terrein, de volgende dag berichtte de krant dat het weer was verdwenen. In korte tijd herhaalde dit wonderlijke verschijnsel zich een aantal keren.

Het wispelturige gedrag van de schouwburg onthulde precies de graad van radeloosheid die het Haarlemse gemeentebestuur ten opzichte van het machtige bouwproject De Appelaar aan de dag legde. Wat drie jaar geleden door B en W werd voorgesteld als het onontkoombare plan dat de binnenstad met een nieuw, modern centrum moest verheffen, groeide uit tot een regelrechte bedreiging van het historische hart van dezelfde stad. Het Haarlemse gemeentebestuur was lofwaardig ambitieus, maar de ambities gingen met de bestuurders in de verkeerde richting op de loop. Een rechtbankgebouw van 150 meter lang en 27 meter hoog - ongeveer zo hoog als de dakgoot van de Grote Bavokerk - een schouwburg, een hotel, woningen, kantoren en ook nog eens een plein, was echt teveel van het goede voor het voormalige bedrijfsterrein van drukkerij Enschedé. Desondanks maakte de Catalaanse architect J. Busquets een bebouwingsplan dat door de drie samenwerkende partijen, de gemeente, de Rijksgebouwendienst, omdat het een rechtbank betreft, en de projectontwikkelaar ING Vastgoed in grote trekken werd omhelsd en voortgestuwd.

Het regende protesten en zelfs de nieuw aangetreden rijksbouwmeester, Wytze Patijn, uitte in december 1995 bezwaren tegen het ontwerp dat door zijn voorganger, Kees Rijnboutt, zo was geëntameerd. 'Als je wilt ingrijpen in een van onze mooiste historische steden, moet het ook echt goed zijn,' schreef Patijn aan de gemeente Haarlem en aan de directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst F. Evers. Het Appelaarplan was niet alleen niet echt goed, het was ronduit slecht.

Vooral opgejaagd door reeds gemaakte kosten en uit angst voor astronomische schadeclaims bleef de gemeente Haarlem aan het plan vasthouden. Maar nu na het hotel ook de schouwburg definitief gesneuveld lijkt te zijn, hebben de partijen het hoofd gebogen. Er zal een nieuw ontwerp voor De Appelaar moeten komen, met de rechtbank en een parkeergarage als de voornaamste elementen. De schouwburg verhuist weer naar zichzelf, naar het Wilsonsplein waar hij al staat sinds 1918. Met enige inventiviteit kan het gebouw van architect J.A.G. van der Steur heel goed worden aangepast aan de theater-eisen van deze tijd.

En nu? Nu moet worden gedaan wat in het verleden door de overdreven haast en de financiële druk is nagelaten. Er moet aandachtig worden geluisterd naar wat het oude en bestaande te zeggen heeft. En het kan geen kwaad om daarbij de verhoudingen, de maten en schalen van de Haarlemse stadsbouwmeester Lieven de Key (1560-1627), nog eens te bestuderen. De nieuwe ambitie van het stadsbestuur moet zijn om de meest voorbeeldige invulling in de kwetsbare binnenstad te maken die mogelijk is. En als in het plan De Nieuwe Appelaar nog ruimte is voor een bescheiden culturele bestemming, laat Haarlem deze dan aan een passend onderkomen voor de Toneelschuur gunnen. Dat zou werkelijk vooruitstrevend zijn.