Chinese M-raketfamilie heeft op exportmarkt een naam te verliezen

De drie Chinese raketten die de afgelopen nacht in de Taiwanese kustwateren plonsden, waren van het type M-9. Deze grond-grond-raket heeft een bereik van 600 kilometer en kan een 'nuttige lading' van 500 kilogram meevoeren. Chinese technici deden in 1988 de eerste schietproeven met de M-9, waarna het projectiel in 1991 door het Chinese leger in operationele dienst werd genomen. De raketkop kan worden voorzien van conventionele explosieven, maar westerse inlichtingendiensten vermoeden dat China eveneens nucleaire, biologische en chemische ladingen voor deze raket heeft ontwikkeld.

De M-9 heeft hetzelfde bereik en laadvermogen als de Iraakse Scuds die in 1991 op Saoedische en Israëlische doelen landden. Maar de M-9 verschilt op één belangrijk punt van Scud: de Chinese raket wordt voortgestuwd door vaste brandstof, terwijl de Scud werkt op vloeibare brandstof. Groot nadeel van vloeibare brandstof is dat deze vlak vóór het afvuren in de raket moet worden gepompt. In de Golfoorlog nam het bijtanken van de Scuds wel een half uur in beslag, waardoor de mobiele lanceerplatforms kwetsbaar waren voor aanvallen vanuit de lucht. Raketten met vaste brandstof kunnen daarentegen direct worden afgeschoten; de reactietijd van de tegenstander is dus korter.

Militaire analisten schatten ook de trefzekerheid van de M-9 groter in dan die van de Scud. Een maat voor de nauwkeurigheid van ballistische raketten is de CEP, circular error probable. De CEP is de straal van de cirkel, getrokken om het doel, waarbinnen de helft van de gelanceerde raketten neerkomt. Zoals de Golfoorlog uitwees vlogen de meeste Scuds vele kilometers naast hun mikpunten, de CEP van de M-9 wordt geschat op zo'n 500 meter.

De M-9 is maar één type binnen de 'raketfamilie' van de M-klasse. Zo beschikken de Chinese strijdkrachten ook over de M-7 en de M-11. De Eerste is een raket met een draagwijdte van 150 kilometer en een kop van 190 kilo, de M-11 kan een lading van 800 kilo over een afstand van 280 kilometer vervoeren. De M-klasse heeft op de exportmarkt een naam te verliezen. China exporteerde de M-7 naar Iran, de M-9 is vermoedelijk bij de Syrische strijdkrachten in gebruik.

Ook de M-11 verkoopt goed: Pakistan ontving er volgens Amerikaanse inlichtingendiensten aan het begin van de jaren negentig dertig stuks. Deze levering deed diplomatiek stof opwaaien, doordat de hoge nuttige last Pakistan in staat zou stellen om deze raket van een nucleaire kop te voorzien. Een internationaal verdrag, het Missile Technology Control Regime (MTCR), moet de proliferatie van dit soort technologie aan banden leggen. China zegde in 1992 toe om het MTCR te respecteren, en ontkende ook dat de M-11 onder deze overeenkomst viel. De Verenigde Staten vroegen China vervolgens wat de aanwezigheid in september 1994 van Chinese rakettechnici bij een Pakistaanse oefening te betekenen had, maar China ontkende opnieuw.

De proliferatie van de M-11 technologie in het Midden-Oosten baart ook Israel zorgen. In 1993 maakte de toenmalige Amerikaanse minister van defensie Dick Cheney bekend dat Israel technologische gegevens over de Patriot luchtverdedigingsraket aan China had verkocht in ruil voor technische informatie over de tactische capaciteiten van de M-klasse raketten.