Benelux wil meer aandacht voor werkgelegenheid in EU

DEN HAAG, 8 MAART. Een meer vastberaden inspanning om de werkgelegenheid te verbeteren en een gemeenschappelijke sociale basis voor alle burgers van de Europese Unie. Dat moeten volgens de regeringen van de Benelux-landen belangrijke doelstellingen zijn bij de herziening van het Verdrag van Maastricht op de Intergouvernementele Conferentie (IGC) in Turijn, die eind deze maand begint.

Op de IGC moet de Europese Interne Markt verder worden voltooid en versterkt. De premiers van België, Nederland en Luxemburg kondigden gisteravond in Wassenaar aan dat de leden van de Europese Unie vooral de grote zorg van de burgers weg moeten nemen over de werkgelegenheid. Zij zien dat wel degelijk als een taak van de Unie 'met inachtneming van de primair nationale verantwoordelijkheid op dit terrein'.

De Unie kan volgens de premiers meer bijdragen dan nu het geval is aan de versterking van Europa's mondiale concurrentiepositie. De Benelux bepleit jaarlijkse aanbevelingen van de Europese Commissie op het terrein van verbetering van de arbeidsmarkt en vergroting van de mobiliteit, onderzoek naar hindernissen die het werkgelegenheidseffect van groei afremmen, toegang tot de arbeidsmarkt van kansarmen en beïnvloeding van de kostprijs van arbeid. Bestaande financiële middelen zouden beter aangewend moeten worden voor arbeidscheppende investeringen, aldus het IGC-memorandum van de Benelux, dat alle lidstaten krijgen toegestuurd.

Ook op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid zal de Commissie meer initiatieven moeten nemen. Op dit moment is er sprake van onmacht bij formulering, besluitvorming en uitvoering van het beleid. Er moet een Eenheid Onderzoek en Planning worden opgericht om kennis te bundelen en te analyseren.

Tijdens een persconferentie na de presentatie van het memorandum bleek dat de drie premiers er niets voor voelen dat een politicus uit een van de lidstaten de EU zou vertegenwoordigen op het terrein van buitenlandse en veiligheidspolitiek. De premiers van de drie kleine landen vrezen dan een 'directoraat van de groten'. Zij bepleitten dat eenparigheid van stemmen op dit terrein wordt opgegeven en dat vaker wordt besloten met een gedeeltelijke consensus of gekwalificeerde meerderheid. Voordat de Westeuropese Unie (WEU), het gemeenschappelijke politieke en militaire verbond van negen lidstaten van de EU, opgaat in de Europese Unie zouden de twee instellingen eerst een gemeenschappelijke defensie van de Europese Unie gestalte moeten geven. 'Een defensiebeleid van de Unie is essentieel voor een doeltreffend en geloofwaardig extern optreden naar buiten', aldus het memorandum.

De drie premiers zijn met een sterk 'communautair' (grote rol voor de Commissie, Europees Parlement en Hof) gericht stuk gekomen. Volgens medewerkers van premier Kok bestaat de hoop dat andere kleinere lidstaten als Zweden, Oostenrijk en Portugal zich erbij aansluiten. “Wij willen een zwaan-kleef-aan-actie, waarbij dit document een grondslag kan vormen voor de Intergouvernementele Conferentie. Drie Unieleden zijn nu over de brug. Dat is al heel wat als je weet hoe standpunten over de toekomst van Europa bij lidstaten van de Unie uiteenlopen”, aldus een Brusselse diplomaat.