At ik buidelrat?

'De wegen van het bloed' van José María Arguedas speelt zich af in het Peruaanse hoogland. Fleur Bourgonje las de roman terwijl ze door dit gebied reisde. “Ik weet niet of de markten en processies die ik me nu herinner, uit mijn eigen waarneming of uit De wegen van het bloed afkomstig zijn.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

José María Arguedas: De wegen van het bloed. Uitg. Meulenhoff. Vert. Mariolein Sabarte Belacortu. De paperback is voor ƒ 19,90 verkrijgbaar bij De Slegte, de gebonden editie voor ƒ 39,90 bij antiquariaat Van Gennep.

Mocht ik maar over Het uur van de ster schrijven. Mocht ik de Braziliaanse Clarice Lispector, die in 1988 bij gelegenheid van het verschijnen van de vertaling van A hora da estrela in een aan haar gewijd nummer van De Groene Amsterdammer werd aangekondigd als 'wereldschrijfster', maar uit de Nederlandse vergeethoek halen. Mocht ik maar uitleggen waarom de in de Oekraïne geboren maar in het Braziliaanse noordoosten en in Rio de Janeiro getogen schrijfster met haar romans en verhalenbundels zo'n grote indruk op mij heeft gemaakt en waarom ik het zo jammer vind dat van het bonte, luidruchtige gezelschap van Latijns-Amerikaanse vrouwelijke auteurs juist zìj naar huis werd gestuurd.

Lispector graaft met haar woorden, haar stiltes, haar thema's en haar stijl dieper dan al die anderen. Geen van hen had de moed of slaagde erin de aandacht vanuit de chaotische buitenwereld op de chaos binnen te richten, haar omlaag te duwen tot onder de denkbeelden en oordelen, tot in het bijna of geheel onbewuste, het woordeloze, het amorele; a matéria prima, de grondstof, zoals Lispector zelf zei. Geen van hen was eigenzinniger in taal en thematiek, en niemand legde een grotere bescheidenheid - of was het onverschilligheid? - aan de dag ten opzichte van de pers en publiciteit. Ze leefde teruggetrokken, zowel in de landen waar haar man diplomaat was als, later, gescheiden, in haar eigen stad. In eenzaamheid voelde ze zich thuis. Met haar verbrande, verminkte hand sloeg ze uit de typemachine, die niet op een tafel maar op haar knieën stond, levens die in eenzaamheid aan het glijden en ontbinden waren geraakt. Haar hond Ulysses, die haar peuken oprookte, was haar trouwste metgezel.

Het uur van de ster, de novelle die Lispector schreef toen ze de dood al in zich wist en die misschien daarom haar literaire testament bevat, werd door Het Wereldvenster niet verramsjt. Zij werd eenvoudigweg niet herdrukt, al oogstte de ontroerende verfilming van het verhaal - de verhouding tussen de kinderlijke Macabea uit het schrale noordoosten, de zelfingenomen vrijer-voor-vijf-dagen Olímpico uit Rio en de nu eens in zijn personages opgaande dan weer afstand nemende verteller Rodrigo S.M. - zowel in Brazilië als in Nederland de hoogste lof. Maar over een ten onrechte verdwenen boek mag ik niet schrijven, dat is de opdracht niet, alleen over een Latijns-Amerikaans boek dat op dit moment voor een beschamende prijs op een veel te hoge stapel ligt.

Todas las sangres (De wegen van het bloed) van de Peruaan José María Arguedas is ten onrechte verramsjt. Arguedas is Lispectors tegenpool, al leefde hij op hetzelfde continent in ongeveer dezelfde periode (Lispector stierf in 1977 aan maagkanker, Arguedas pleegde zelfmoord in 1969). Hij werd geboren in het Andesgebergte, niet ver van Cuzco, de hoofdstad van het oude Inca-rijk. Van kind af aan was hij getuige van de onderdrukking van de indianen door de blanken; hìj was blank. Omdat zijn moeder jong stierf en zijn vader, een advocaat, om politieke redenen afwezig was, werd hij grootgebracht door indianen die dezelfde status genoten als de vruchtbomen, de gewassen en de muilezels: eigendom van een grootgrondbezitter. Tot zijn tiende sprak hij hun taal, het quechua. De middelbare school maakte hij af in Lima, daarna studeerde hij literatuurwetenschappen en antropologie aan de beroemde San Marcos-universiteit. Als geen ander kende hij de denkwereld, de mythologie en de stille trots van de indianen; als geen ander kende hij hun vijanden: de landeigenaren en politici, de rechterlijke macht, de rooms-katholieke kerk. Binnen de literaire en intellectuele wereld van Lima werd hij de belangrijkste vertegenwoordiger van het indigenismo, de culturele stroming die de indiaan als waardige hoofdrolspeler heeft.

In zijn gedichten en romans zijn de tegenstellingen tussen de culturen, tussen gewin en traditie, de rode draad. Hij protesteerde ook tegen de verrichtingen van Mussolini en Hitler en steunde de Spaanse Republikeinen in hun oorlog tegen Franco. Toen al kampte hij met aanvallen van een vertwijfeling die jaren later tot zijn zelfgekozen dood zou leiden.

Ik las Arguedas toen ik 25 jaar geleden door het Peruaanse hoogland reisde. Er hing, zoals in de meeste Zuidamerikaanse landen, opstand in de lucht. Ik weet niet of de markten en processies die ik me nu herinner, uit mijn eigen waarneming of uit het meesterwerk De diepe rivieren, uit Bloedfeest, Diamanten en vuurstenen of De wegen van het bloed afkomstig zijn. Ik weet niet of ik aanwezig was bij de samenscholingen van de indiaanse landarbeiders en bij het bereiden van gemeenschappelijke maaltijden door vrouwen die gehuld waren in een jurk van drie lagen en op wier rug een slapend kind hing, òf dat Arguedas me zijn wereld binnentrok. Het kan zijn dat ik nooit buidelratten heb gegeten en dat het niet de ijle lucht van Buaylaz was die zijn hart zo angstaanjagend snel deed kloppen. Ik weet niet wat verzonnen is, wat echt.

De wegen van het bloed is geen gemakkelijk boek voor een lezer die Peru niet kent. Het is zeker ingewikkeld voor een televisiekijker die gecharmeerd is van modeontwerper Frank Govers, wanneer hij in zijn Ster-spot achter een paar lama's aanloopt met een wasmiddel en een nagebootste of echte - het maakt geen verschil - indiaan tot stilstaan dwingt om hem in het Nederlands te laten uitbrengen dat zijn rode poncho zo rood blijft dank zij Robijn. De wegen van het bloed heeft niets te maken met exotische meegaandheid. Het is de geschiedenis van getergde mannen en vrouwen die hun poncho in smeltwater wassen of zich niet bekommeren om vaalheid, die hun eigen taal spreken en hun eigen cultuur hoog houden, al rukt de moderniteit in haar meest onbeschaafde en gewelddadige vormen op.