Zuid-Holland nog bezig met Deltawerken

Ruim een jaar geleden werd het rivierengebied bedreigd door een watersnood via de achterdeur: de aanleiding tot versnelde dijkverzwaring. Soortgelijk werk voltrekt zich in Zuid-Holland, maar hier ter bescherming tegen de zee.

ROTTERDAM, 7 MAART. Even was het 'oorlog', een paar weken geleden, tussen het Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfheerenlanden (Zuid-Holland) en Rijkswaterstaat. Er vielen harde woorden over de hoogte van een betonnen muur die in Papendrecht aan de Beneden-Merwede bij wijze van dijkverzwaring zal worden opgetrokken. Het waterschap wilde als opdrachtgever enkele decimeters méér dan Rijkswaterstaat als financier bereid was te betalen. Dat was voor W. Epema, hoofd technische dienst van het schap, aanleiding de geldschieter te betichten van “onmaatschappelijk gedrag”.

Intussen is de affaire in der minne geschikt, met dien verstande dat de hoogte van de betonnen wand op 22 meter gehandhaafd blijft. De constructie, die over zeshonderd meter lengte in het dijklichaam wordt aangebracht, moet twintig huizen van de ondergang redden. Niet omdat die huizen zo bijzonder zijn, maar omdat ze het laatste restant vormen van de karakteristieke lintbebouwing in Papendrecht. Bij een klassieke binnendijkse verzwaring zouden de panden tegen de grond moeten. Buitendijkse verzwaring is hier onmogelijk door de aanwezigheid van een industrieterrein.

Veel is er het afgelopen jaar te doen geweest over de bijna-watersnood als gevolg van een overdosis 'bovenwater', afkomstig uit Duitsland. De dreigende ramp leidde tot een versnelde dijkverzwaring in onder andere de Betuwe krachtens de kersverse Deltawet Grote Rivieren. Daarnaast bestaat al sinds 1958 de Deltawet zonder meer als basis voor de bescherming van West-Nederland tegen de Noordzee. Het geval-Papendrecht maakt deel uit van het dijkverzwaringsprogramma volgens die laatste wet.

In Zeeland zijn de Deltawerken allang voltooid, maar nog niet in Zuid-Holland, waar de grens ligt tussen de invloedsferen van de zee en het aquatisch achterland. Ze loopt van Gouda via Schoonhoven aan de Lek naar Boven-Hardinxveld aan de Merwede. Het gebied dat zich ten oosten van die lijn uitstrekt, valt onder de 'noodwet' voor de grote rivieren; het gebied ten westen daarvan valt onder de Deltawet.

Belangrijk onderdeel van de Deltawerken in Zuid-Holland is een stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg, die naar verwachting omstreeks november 1997 operationeel wordt. Deze kering (kosten 850 miljoen) dient als alternatief voor ingrijpende dijkverzwaring langs de Zuidhollandse rivieren, waarvan de prijs destijds op 1,8 miljard gulden was begroot. Dat betekent echter niet dat er bijna een miljard wordt bespaard. De financiële winst ten opzichte van de oude plannen bedraagt circa 450 miljoen gulden, omdat er nog een kleine 'stormstuw' in het Hartelkanaal bij moest komen en de dijkverzwaring over enkele honderden kilometers niet zozeer werd afgelast als wel in afgezwakte vorm in uitvoering kwam.

Dank zij de stormvloedkering hoefde er in Rotterdam praktisch niets meer te gebeuren. Aanvankelijk zouden Westzeedijk en Maasboulevard, Brielselaan en Doklaan, die een waterkerende functie hebben, anderhalve meter worden opgehoogd, maar nu voldoen ze in hun huidige staat aan de deltanorm. In Dordrecht blijft de Voorstraat, een drukke winkelpromenade, gespaard.

Elders is de (minder rigoureuze) dijkverzwaring in volle gang. De dijken rond IJsselmonde zijn op de vereiste hoogte gebracht, die rond de westelijke Alblasserwaard nog niet, maar in het jaar 2000 moeten ook zij aan de deltanorm beantwoorden. Op dit moment wordt het dijkvak Alblasserdam-Nieuw Lekkerland langs Noord en Lek onderhanden genomen. Een volgend project is de zuidrand van de Alblasserwaard langs de Merwede tot Boven-Hardinxveld. Hiertoe behoort de betonnen wand in Papendrecht, die tot een conflict tussen waterschap en waterstaat aanleiding gaf.

Het meningsverschil ging over de vraag in hoeverre men bij dit werk rekening moet houden met hogere waterstanden in de toekomst. Volgens M. van Zetten, beleidsmedewerker bij de directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat, gebeurt dat in voldoende mate. Er zijn, zegt hij, twee ontwikkelingen die de zogeheten maatgevende hoogwaterstand bij een dorp als Papendrecht opstuwen: één op zee en één op de Boven-Rijn. Experts hebben berekend dat de zeespiegel voor Hoek van Holland de komende honderd jaar zestig centimeter zal stijgen. Dat is gedeeltelijk een eeuwenoud verschijnsel, een naijlen van de laatste ijstijd, waardoor bijvoorbeeld het Romeinse castellum de Brittenburg bij Katwijk in zee verdween. Aangenomen wordt dat die stijging in versterkte mate doorzet als gevolg van het broeikaseffect. Anderzijds verwacht men een verhoging van de waterafvoer bij Lobith tot circa 16.000 kubieke meter per seconde.

Van Zetten: “Het gecombineerde effect van die twee ontwikkelingen is dat de maatgevende hoogwaterstand bij Papendrecht met dertig centimeter toeneemt. Daar komt nog eens twintig centimeter bij doordat de bodem van de rivier langzamerhand omhoog komt. Dus vijftig centimeter in totaal en daar is bij het ontwerp van de betonwand rekening mee gehouden. In die 22 meter zit een halve meter extra met het oog op de toekomst.”

Dat het hoogheemraadschap nòg hoger wilde, is volgens hem financieel niet te verantwoorden. “Wij hebben geen enkele basis om daarvoor subsidie te verlenen.”