Varkenshart

Na het dier als babyvoedingfabrikant - stier Herman - en het dier als leverancier voor aannaaibare oren - de Boston-muis - zijn we nu aangekomen bij het dier als orgaanfabriek (W&O 22 feb.). In het artikel wordt gesproken over geld en omzet terwijl dierenwelzijn en maatschappelijke bezwaren buiten beschouwing blijven. Het gemak waarmee wetenschappers voorbijgaan aan het leed van dieren die zij gebruiken is verbazingwekkend.

Hoeveel medcijnen moet een varken krijgen om het menselijk orgaan 'binnen te houden'? Deze dieren leven in een steriele omgeving. Dat betekent geen stro, geen afwisseling, niet naar buiten en waarschijnlijk geen contact met soortgenoten. Als er veel dieren gehouden gaan worden voor deze nieuwe techniek, dan hebben we er weer een vorm van bio-industrie bij en daar wil 80 procent van de Nederlanders nou juist van af.

Ook de maatschappelijke bezwaren werden onderbelicht. Komen vegetariërs of mensen die geen varkensvlees eten onderaan de wachtlijst te staan? Waar blijft het vlees van deze genetisch gemanipuleerde dieren als het eenmaal een markt van 6 miljard dollar is geworden? En tot slot: een varken leeft niet zo lang als een mens. Wat is de levensverwachting van een mens met een varkenshart?

Kortom, veel redenen om niet als een kip zonder kop door te gaan met deze experimenten. Temeer daar de kans op succes zeer klein is en er een prima alternatief bestaat dat al vele mensenlevens heeft verlengd.

Naar verwachting willen veel meer mensen na hun dood hun organen afstaan als ze weten dat het alternatief over dierenlijken gaat. Bovendien kan er altijd meer moeite worden gedaan om het aanbod van menselijke organen te vergroten.

En dan hebben we nog preventie. Aangetoond is dat een hoge consumptie van vlees een van de redenen is waarom hart- en vaatziekten in het westen zoveel voorkomen. Hoe minder varkens je eet, des te kleiner de kans op een hartaandoening en hoe minder behoefte aan varkensharten.