Van democratisch bestel in Pakistan blijft weinig over

ISLAMABAD, 7 MAART. Op de kaarsrechte centrale allee van de Pakistaanse hoofdstad Islamabad zetten honderden manschappen zich onder schel trompetgeschal en luid tromgeroffel in beweging. Met lange gezichten marcheren ze stijfjes in de voorjaarszon voor een reeks grommende tanks en pantserwagens uit bij de repetities voor de grote jaarlijkse militaire parade voor Pakistan Day op 23 maart.

Op die dag moet volgens de draaiboeken het bloed sneller door de aderen van de Pakistanen stromen, maar of dat inderdaad gebeurt is twijfelachtig. Hun nog altijd door feodale landheren gedomineerde land snelt immers met tussenpozen van crisis naar crisis zonder dat er veel verbetert in het lot van de tientallen miljoenen straatarmen.

Het hele vorige jaar waren premier Benazir Bhutto en haar kabinet bezig de ene brand na de andere te blussen, meestal zonder veel resultaat. Niet alleen heerste er in het door een hevige factiestrijd verscheurde Karachi een volledige anarchie, waarbij ruim 2.000 mensen werden gedood, ook moesten ze alle zeilen bijzetten in de oerconservatieve Noordwestelijke Grensprovincie, waar militante Pathanen met de wapens in de hand een strakkere toepassing eisten van de shari'a, het islamitisch recht.

Kleine maar invloedrijke radicale moslim-organisaties die campagne voeren voor een (nog) meer islamitisch Pakistan eisten eveneens de aandacht van de regering op en dat gold ook voor een bijna bankroet van het land tegen het einde van het jaar. Een noodverband in de vorm van enkele honderden miljoenen dollars van het Internationaal Monetair Fonds hield Pakistan ternauwernood op de been.

Intussen blijft er van het democratische bestel van Pakistan weinig over. De rol van het parlement is de afgelopen jaren uitgehold. Bhutto regeert niet op grond van wetten die door het Lagerhuis zijn aangenomen, maar op grond van verordeningen van de president, die slechts enkele maanden geldig blijven maar vernieuwd kunnen worden. De regering beschikt weliswaar over een meerderheid in het Lagerhuis maar niet in de Senaat en daar zouden alle wetsvoorstellen vrijwel zeker schipbreuk lijden op de meerderheid van de oppositie.

In Karachi worden aanhangers van de MQM, de zwaar bewapende beweging van oorspronkelijk uit India afkomstige islamitische vluchtelingen die zich verwaarloosd voelen door de regering, de laatste maanden door de politie gedood na hun arrestatie, vaak zonder enige vorm van proces. Dat heeft weliswaar tot enige rust geleid, maar het is de stilte van het graf. Een oplossing voor de problemen van de enorme havenstad lijkt nog even ver weg als altijd.

Een nieuw fenomeen is voorts dat ook de rechterlijke macht tot op het hoogste niveau wordt lastig gevallen. Zelfs de president van het Pakistaanse Hooggerechtshof werd eind vorig jaar via pesterijen aan het adres van zijn kinderen geïntimideerd, nadat hij het had gewaagd vraagtekens te plaatsen bij de benoeming door de regering van enkele nieuwe rechters.

De regering benoemt in het algemeen nauwelijks nieuwe rechters, waardoor er een grote achterstand is ontstaan in de afwikkeling van allerlei zaken. “De rechterlijke macht staat duidelijk onder druk”, stelt I.H. Rehman van de Mensenrechtencommissie van Pakistan tijdens de presentatie van het jaarverslag van zijn organisatie bezorgd vast.

“De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ondermijnen is een nog grotere misdaad dan de staat van miljoenen (rupees) te beroven”, hield het maandblad Newsline de politici voor, doelend op de wijd verbreide corruptie onder de politieke klasse. “In India is er ook corruptie, maar daar treden ministers teninste soms af wanneer dat aan het licht komt”, aldus een Westerse diplomaat in Islamabad. “Hier is dat ondenkbaar.”

“We missen hier een democratische cultuur”, bevestigt advocate en mensenrechtenactiviste Asma Jahangir mistroostig in een zaaltje van het Centrum voor Democratische Ontwikkeling in Islamabad. “De mensen hier begrijpen niet dat een democratie niet vanzelf groeit, maar dat je er met z'n allen hard voor moet werken. Zo is het ook in andere landen gegaan.”

Anderen doen daarover minder dramatisch. Ihtusam-Ul-Haque van het dagblad Dawn in Islamabad: “Pakistan is gewoon een Derde Wereld-democratie. De regering staat de oppositie niet toe haar bewind te destabiliseren. En als het zo uitkomt, aarzelt ze niet haar politieke tegenstanders te arresteren.”

Toch zijn er op het ogenbik wel degelijk lichtpunten. De regering heeft zich de laatste maanden, mede onder druk van het leger en de Amerikanen, serieus ingespannen het drugsprobleem aan te pakken. “Er zijn grote hoeveelheden drugs in beslag genomen en veel mensen gearresteerd. Negen van hen zijn zelfs uitgeleverd aan de Verenigde Staten”, zegt Ul-Haque. Vooral het feit dat de strijdkrachten, in Pakistan nog altijd een almachtige instantie, achter de campagne staan, is belangrijk. Nu er drie miljoen drugsverslaafden in Pakistan zijn, beseffen de militairen en de regering dat er dringend opgetreden moet worden.

Een ander lichtpunt is dat Bhutto eindelijk haar schroom lijkt te hebben overwonnen om tegen de fundamentalistische partijen op te treden. In de provincie Punjab alleen al zijn zo'n 300 ulema's, religieuze geleerden, opgepakt, omdat ze de bevolking tot sectarisme zouden hebben opgehitst.

De regering heeft een lijst opgesteld van madrasa's, islamitische scholen, die dikwijls broedplaatsen van terrorisme vormden. Herhaaldelijk zijn er invallen geweest, waarbij veel wapens werden geconfisqueerd. Verscheidene voormannen van de fundamentalistische partijen zitten nu zelfs gevangen. “Natuurlijk is de regering nog altijd bang om voor slechte moslims te worden uitgemaakt”, aldus Ul-Haque, “maar dat weerhoudt haar er niet van nu op te treden.”

Voorts is Bhutto op het ogenblik naar verluidt iets verzoenlijker tegenover haar aartsrivaal, oppositieleider Nawaz Sharif, dan de laatste jaren gebruikelijk was. Hun strijd heeft Pakistan de afgelopen jaren bijna evenzeer verlamd als de strijd tussen premier Khaleda Zia en haar rivale Sheikh Hasina in Bangladesh, het vroegere Oost-Pakistan. Bhutto en Sharif verketteren elkaar de laatste tijd iets minder dan voorheen. Tot een werkelijke dialoog tussen hen is het echter nog niet gekomen.

Het belangrijkste goede nieuws voor de Pakistanen is echter dat de economie weer wat begint op te krabbelen. De katoenoogst, een van Pakistans belangrijkste exportprodukten, is dit jaar uitstekend. Buitenlandse zakenlui weten bovendien de liberalisering van de economie van de laatste jaren op waarde te schatten. Volgens hen is het makkelijker zaken te doen in Pakistan dan in India of Bangladesh en zo nemen de investeringen, ondanks de politieke onrust, toe. Voor dit jaar wordt een groei van het bruto nationaal produkt van 6,5 procent verwacht.